Harry Verhoeven, directeur van de Bouw Educatie Groep, verwacht dat zich nog meer participanten zullen melden. “De partners houden elk hun eigen karakter. Het is niet de bedoeling dat een van de deelnemers de dienst gaat uitmaken. Wel gaan we op termijn dezelfde naam voeren. Ook is het de bedoeling om vanuit een lokatie te gaan werken. Er komt een onderwijsboulevard waar alle bouwopleidingen bij elkaar zitten. Van lager beroepsonderwijs tot hoger beroepsonderwijs.”
De BEG en ROI Brabant zijn leerbedrijven. Ze hebben leerlingen in dienst, die in de praktijk een vak leren. Daarnaast worden er allerlei cursussen gehouden voor ervaren personeel. Daarnaast worden er allerlei cursussen gehouden voor ervaren personeel. Het Regionaal Opleidingscentrum verzorgt onder meer het theorie-onderwijs voor bouwleerlingen. Fontys Hogescholen leidt docenten op. Als de federatie een feit is zullen de partners daar waar dat mogelijk is een gezamenlijke administratie gaan voeren. Waar de onderwijsboulevard uiteindelijk wordt gevestigd is nog niet bekend. “Bij de Bouw Educatie Groep hebben we er ruimte voor. Maar het zijn de partners die daarover een beslissing moeten nemen.”
Verhoeven ziet grote mogelijkheden voor de federatie. “Er komt één aanspreekpunt voor alle bouwopleidingen. Dat schept duidelijkheid voor zowel leerlingen als bedrijfsleven. Als je in de bouw wilt gaan werken, dan kun je bij ons alle informatie krijgen. Zowel wat betreft opleidings- als beroepsmogelijkheden. Bedrijven die personeel zoeken of die hun mensen willen laten bijscholen kunnen eveneens bij ons terecht. En natuurlijk zijn er binnen de federatie allerlei mogelijkheden om samen te werken.”
Volgens Verhoeven kunnen zowel docenten als materieel breed worden ingezet. “Ik stel me voor dat als de onderwijsboulevard die mij voor ogen staat eenmaal een feit is hbo-docenten soms les kunnen geven aan leerlingen uit het middelbaarberoepsonderwijs. Leraren die nu lesgeven aan het mbo kunnen op hun beurt soms worden in gezet in het hbo. Bijvoorbeeld als het gaat om de werking van bepaalde machines uit te leggen. Dat maakt het werk voor leraren aantrekkelijker en het komt de kwaliteit van het onderwijs ten goede. Bovendien kun je veel beter gebruik maken van het machinepark. Apparaten kunnen over de hele linie worden ingezet.”
De samenwerking zorgt voor betere doorstroommogelijkheden. “Iemand die niet op zijn plaats is als timmerman kan misschien een heel goede schilder of metselaar worden. En doordat alle opleidingen op dezelfde plek komen, verwacht ik dat meer mensen een vervolgopleiding zullen volgen. Daardoor kunnen we op termijn de tekorten aan middenkaderpersoneel opvullen.”
Verder wil de federatie kleine opleidingen die met de bouw te maken hebben stimuleren. “Daarbij denk ik aan bijvoorbeeld rietdekkers. Dat is een branche waar maar weinig mensen in werken. Tegelijkertijd is er behoefte aan jongeren die dat willen leren. Anders sterft het beroep uit. Hetzelfde geldt voor natuursteenbewerken. Als federatie kunnen we ons sterk maken om dat soort opleidingen in stand te houden. Kleinschaligheid en herkenning zijn de sluitelwoorden, maar een ‘sterke vuist’ is nooit weg in de bouw. Ook als het gaat om contacten binnen de branche en naar de overheid.”
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

