Algemeen

NL: Bouw baalt van politieke radiostilte

Zo snel mogelijk om de tafel met een kabinetsdelegatie, is de wens van AVBB-voorzitter Brinkman in een brandbrief aan premier Balkenende. De brief is ingegeven door de stilzwijgende weigering met de bouw te praten.

Naar aanleiding van de vragen vanuit de Tweede Kamer over het rapport van de enquêtecommissie heeft Brinkman de betrokken secretarissen-generaal gevraagd om overleg over in ieder geval de vragen over de relatie overheid-bouw.
“Tot op heden bestaat bij ons de indruk dat slechts bij wijze van mededeling na uw kabinetsberaad uw (aanvankelijke) opvattingen onze bedrijfstak zullen bereiken”, schrijft de AVBB-voorzitter.
Een gesprek moet wat hem betreft niet gaan over vergoeding van reken- en tekenwerk. Dat is een gepasseerd station. Bij aanscherping van de regels voor arbitrage heeft de bouw zich ook al neergelegd. Maar de verhouding opdrachtgever-opdrachtnemer en de manier van aanbesteden is omhuld door onduidelijkheid die een goed functioneren van de sector, goed voor 11 procent van het bruto nationaal product, in de weg staat.

Voorwaarden
“Zeker in een tijd van neergaande conjunctuur klemt dat punt in het zicht van afbrokkelende werkgelegenheid als niet volstrekt helder is onder welke contractuele voorwaarden overheidspartijen en bouwers elkaar in minder beschermde marktverhoudingen zullen ontmoeten”, aldus Brinkman.
Hij stipuleert nog eens dat de sector er zelf alles aan doet af te rekenen met een verkeerd mededingingsverleden. “Wij staan er voor klaar niet in een advocatenparadijs terecht te komen. Maar dan moeten we uiteraard wel snel weten waar we op dit punt aan toe zijn”, schrijft de AVBB-voorzitter. Hij kondigt aan dat wat dit betreft de integriteitscode gewoon doorgaat, ook al doet de rijksoverheid niet mee.

Verkeerd
In zijn brief wijst Brinkman er nog eens op dat gunnen alleen op de laagste prijs de verkeerde weg is. In andere niet-beschermde sectoren zijn kwaliteitsverschillen en risico’s in de prijs van standaardproducten opgenomen. “Dan is het ook vanzelfsprekend dat bij niet-standaard contracten er meer is dan de laagste prijs als uitgangspunt voor keuze. Steeds uitgaan van de laagste prijs bevordert onder andere productvernieuwing niet. Eenzijdig vastgestelde voorwaarden zijn ons inziens geen goede basis voor samenwerking in de toekomst om tot een optimaal product te komen.”
Brinkman pleit er sterk voor eens over de grenzen te kijken. In andere landen zijn opdrachtgevers en aannemers er al langer achter dat de laagste prijs niet zaligmakend is en dat de Europese aanbestedingsregels andere criteria absoluut niet in de weg staan. “Er is geen Europese verplichting om bestekken tot op de spijker nauwkeurig op de markt te brengen en er is geen Europese plicht om een complex werk uiteen te rafelen in losse partjes. Andere Europese landen zijn ons voorgegaan in een grote variatie aan contractvormen die meer rekening houden met de complexiteit van de opdrachten.”