Algemeen

Monopolygeld in de bouw

De bouwsector zit in het beklaagdenbankje en niet helemaal onterecht, geven aannemers zelf toe. In het geniep spraken bouwers jarenlang de prijs af die de overheid voor een bouwproject moest betalen. Terwijl juist het systeem van openbare aanbesteding vereist dat aannemers 'blind' van elkaar offertes doen, om een zo groot mogelijke concurrentie te bereiken. Maar de financiële schade voor de overheid, de belastingbetaler, wordt sterk overdreven, stellen ze. Het systeem wordt structureel verkeerd uitgelegd.



In hun verhoren door de parlementaire enquêtecommissie hebben aannemers het systeem van het zogeheten vooroverleg ('koffieronde') al diverse malen uitgelegd. Andere bouwondernemers, nog niet verhoord, en deskundigen met wie Trouw heeft gesproken, bevestigen het verhaal.

Een voorbeeld kan het systeem verduidelijken. Wanneer een gemeente een opdracht bekend maakt, vragen geïnteresseerde aannemers het bestek op, de nauwkeurige uitwerking van het project. Ze gaan aan het rekenen. Aan de hand van het bestek bekijken ze wat de kosten zijn om het project uit te voeren. Stel: de aannemers komen rond de twintig miljoen euro uit.

Vervolgens komen de ondernemers bij elkaar in het befaamde vooroverleg, vaak vlak voordat ze de offertes aan de gemeenten moeten overhandigen. Dan begint het spel met het monopolygeld: puur fictief geld dat alleen een rol speelt bij de onderlinge verdeling van bouwopdrachten. Als een aannemer het werk graag wil hebben, zet hij veel monopolygeld in, bijvoorbeeld vijf miljoen. Op het briefje dat hij, net als de andere aannemers, tijdens het vooroverleg onder de asbak schuift, schrijft hij niet de twintig miljoen die het werk moet kosten. Hij trekt de vijf miljoen monopolygeld eraf en vermeldt dus slechts vijftien miljoen. Ook dit bedrag is fictief, want het project kan er nooit voor uitgevoerd worden. De vijftien miljoen is alleen bedoeld voor het illegale spel onder de aannemers

Met de vijftien miljoen is de aannemer de laagste inschrijver tijdens het vooroverleg. Hij mag de opdracht hebben van zijn concurrenten. Deze zorgen ervoor dat ze tijdens de feitelijke aanbesteding bij de gemeente boven de twintig miljoen zitten die de winnende aannemer als reële kostprijs had begroot. De vijftien miljoen kan vergeten worden, want doet niet meer ter zake. Het spel is afgelopen.

In ruil voor het laten schieten van de opdracht krijgen de aannemers die afgevallen zijn van de winnaar een krediet. Stel: er zijn vijf afgevallen aannemers; zij delen de vijf miljoen monololygeld die de winnaar had ingezet en krijgen dus ieder een miljoen. De aannemers stapelen dat krediet op en kunnen dat weer inzetten bij een volgende opdracht. Als ze maar genoeg monopolygeld inzetten, winnen ze die opdracht. Het krediet dat ze bij een eerder vooroverleg van een collega kregen, geven ze nu weer terug. Tijdens speciale bijeenkomsten schrappen aannemers hun onderlinge claims aan fictief geld, eventueel in driehoeksverbanden, tegen elkaar weg.

De aannemers benadrukken keer op keer dat de overheid de juiste prijs krijgt doorberekend. Na het spelletje vooroverleg wordt namelijk teruggekeerd naar de feitelijke kostenbegroting van het project (in het voorbeeld de twintig miljoen). Volgens de bouwers is er ondanks het illegale systeem toch sprake van een vorm van concurrentie. ,,Bouwers gunnen elkaar het licht in de ogen niet'', aldus een aannemer.

De ondernemers weten vaak wat de overheid wil uittrekken voor een project. Bij gemeentelijke opdrachten bijvoorbeeld is die informatie uit de raadsvergadering te halen. Als in het voorbeeld de gemeente ook op twintig miljoen is uitgekomen, is het voor de bouwers oninteressant hoger in te schrijven. Want alls de laagste inschrijver hoger blijkt te zitten dan het gemeentelijke budget, is er alle kans dat de aanbesteding ongeldig wordt verklaard, waarna de juridische procedures uit de kast moeten worden gehaald.

Een enkele keer gebeurt dat toch, zoals in de voorbeelden die de enquêtecommissie aanhaalde: de waterkering in Kampen en de jeugdinrichting in Den Helder. In beide gevallen kregen de laagste inschrijvers het werk, na vele procedures over en weer, of de dreiging daarmee, uiteindelijk niet. Overigens lijkt het er sterk op dat de overheid zich in het geval van Kampen verrekend had. De bouwers concludeerden in een vooroverleg dat er zoveel risico's aan het werk kleefden (die Kampen weigerde toe te lichten), dat het budget van de overheid gewoon onvoldoende was.

Niet zelden komen aannemers tijdens een vooroverleg pas een paar uur voordat ze bij de opdrachtgever moeten verschijnen tot een akkoord over de prijs die de winnaar mag vragen en het krediet dat hij daarvoor aan de anderen moet betalen. Pas na slaande ruzie komen zij tot overeenstemming. Het is dan plankgas en dwars door rode verkeerslichten richting opdrachtgever om de enveloppen in te leveren. Nooit heerst bij het vooroverleg de sfeer van oude-jongens-krentenbrood.

De reden voor het systeem is dat bouwbedrijven altijd rekening houden met economisch minder gunstige tijden waarin het aantal opdrachten flink naar beneden kan gaan. Iedereen wil voorkomen dat de ander 'voldoende vet op de botten' heeft om zware tijden te overleven en onder de prijs kunnen duiken, terwijl zijzelf dan wellicht kopje onder gaan.

Dat concurrenten toch met elkaar aan tafel schuiven om afspraken te maken heeft volgens de bouwers te maken met de aard van het werk. Aannemers kunnen in stille tijden niet zoals bijvoorbeeld autofabrikanten vooruitproduceren, hun producten op een parkeerplaats zetten in afwachting van het aantrekken van de markt. Het is voor een bouwbedrijf zeer kostbaar om werknemers 'op hun kist' te hebben zitten.

Vaststaat dat de bouwsector zich schuldig maakt aan illegale praktijken. De hele sector is wat dat betreft rot. In het gesimplificeerde voorbeeld is niet de mogelijkheid opgenomen dat de overheid een ruimer budget (stel: 21 miljoen) heeft dan de aannemers denken nodig te hebben. Alles wijst erop dat de aannemers die ruimte ook zullen gebruiken. In dat extra miljoen zit dus wel degelijk een 'schadepost' voor de overheid.

Wat de aannemers echter bestrijden is dat het monopolygeld, zoals ook vermeld in de schaduwboekhouding van klokkenluider Ad Bos, bovenop de prijs is gekomen die aan de opdrachtgever is berekend. In hun verhaal is het allemaal een spelletje bedoeld om de opdrachten te verdelen.