Algemeen

Mensen hébben gewoon iets met zo’n gebouw

Mensen hebben een bijzondere band met hun buurt. Of een gebouw in de straat nu mooi of lelijk is, maakt volgens Frank van de Weijer, directeur van het advies- en projectontwikkelingsbureau Visade dus niet uit.

Bij renovatie en vernieuwing van een buurt is het daarom zaak de bewoners al in een vroeg stadium bij de planvorming te betrekken, vindt de directeur van het advies- en projectontwikkelingsbureau Visade.

Als alles volgens plan verloopt, begint dit jaar de bebouwing van het terrein rond de reeds gesloopte Van Royenschool in Voorburg. In de wijk Bovenveen worden 118 woningen gebouwd, een medisch centrum en een nieuw onderkomen voor het buurthuis. Tegelijkertijd krijgt de nabijgelegen school De Driemaster een grote opknapbeurt.
Het project is inmiddels omgedoopt tot ‘de Groene Loper’, naar een groenstrook die de stadsparken Jan Mulderveld en ’t Loo met elkaar verbindt. Een idee van het architectenbureau Atelier Kingma & Van Mameren, dat voor het ontwerp van het project tekent.
De plannen zijn in nauw overleg met de Bovenveenners tot stand gekomen. Daarbij heeft de gemeente samen met buurtbewoners een programma opgesteld waarin de eisen die aan de nieuwbouw worden gesteld, zijn vastgelegd. Daarna heeft Visade drie architectenbureaus gevraagd een ontwerp te maken. Via een enquête hebben de bewoners voor het ontwerp van Atelier Kingma & Van Mameren gekozen.
Om ook bij de uitwerking van de schetsen contact te houden met de bewoners, is een vertegenwoordiger van de buurtvereniging steeds bij de vergaderingen van de klankbordgroep aanwezig geweest. De Bovenveenner bleek niet alleen een leverancier van nieuwe ideeën, hij zorgde ook voor een laagdrempelig informatiekanaal. Van de Weijer: “Ook bij de groenteboer worden de vorderingen van de bouwplannen doorgesproken.”

Haalbaarheid
Behalve goede contacten met de buurtbewoners vindt Van de Weijer dat al vroeg moet worden nagedacht over de haalbaarheid van de nieuwbouwplannen. Wat dat betreft maakt hij zich zorgen. Gemeenten en corporaties hebben de gewoonte eerst plannen te maken en daarna pas aan de kosten en de markttechnische haalbaarheid te denken. Zo’n werkwijze levert veel vertraging op wanneer de ingehuurde aannemer en architect tot de conclusie komen dat het budget te krap is of de plannen niet bij de woningmarkt aansluiten.
“Het proces blijft dan in de planvorming steken, waardoor het daadwerkelijke begin van het bouwproject steeds moet worden uitgesteld”, vat Van de Weijer de gevolgen samen. Hij en zijn Visade-partner Frans van Sliedregt streven er dan ook naar in zo vroeg mogelijk stadium bij de instellingen aan tafel te zitten. Zij zorgen er voor dat al in het voortraject goed over de financiële en technische haalbaarheid wordt nagedacht, zodat de stap naar uitwerking van de plannen sneller en soepeler verloopt.
De herstructurering blijft volgens Van de Weijer niet alleen hangen omdat gemeenten en corporaties doorgaans te laat aan het financiële plaatje denken, maar ook omdat de tot elkaar veroordeelde partners op zoek zijn naar een nieuwe balans. Ten tijde van de stadsvernieuwing in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, beschikten de gemeenten via de door het Rijk verstrekte subsidies over het geld dat nodig was voor het opknappen van oude wijken.
Daarmee lag het initiatief bij de lokale bestuurders die volgens de adviseur destijds voortvarend te werk zijn gegaan.
Door de verzelfstandiging van de corporaties begin jaren negentig, ligt het initiatief nu bij de sociale huisvesters. Zij beschikken over de miljarden die nodig zijn voor het opknappen van de stad.
De verschuiving van de machtsverhoudingen heeft tot nieuwe relaties geleid, analyseert van Van de Weijer. “Er moet een nieuw evenwicht worden gevonden. Dat kost nu eenmaal tijd”, blikt hij terug op de afgelopen acht jaar.
Om daarna voorzichtig vooruit te kijken. “Ik ben bang dat het meer tijd gaat kosten dan goed is voor de wijken die op herstructurering wachten.”