Algemeen

Marktverdeling hield bouwbedrijven in stand

Zonder het marktverdelingssysteem zou een aantal wegenbouwbedrijven zijn omgevallen. Die overtuiging droeg bestuursvoorzitter H. Hazewinkel van Koninklijke Volker Wessels Stevin uit voor de parlementaire enquêtecommissie. Voor de toekomst wil hij toe naar andere contractvormen.

Hazewinkel verklaarde pas in 1999 voor het eerst in zijn bouwcarrière met het fenomeen aanbestedingen in aanraking te zijn gekomen. Daarvoor had hij bij Kondor Wessels vooral in de vastgoedontwikkeling gezeten, “een markt die zich buiten de aanbestedingen beweegt”. Pas sinds de uitzending van Zembla in november vorig jaar, waar de schaduwboekhouding van Koop Tjuchem werd getoond, is hij zich meer gaan bezighouden met wat er fout zat bij de aanbestedingen in de wegenbouwsector.

Door eigen onderzoek binnen zijn wegenbouwer KWS kwam hij er vervolgens achter dat het ging om een marktverdelingssysteem. Dat keurde hij zonder meer af, maar het heeft, zo verklaarde hij, niet tot prijsopdrijving geleid. “Macro-economisch gezien zijn door dit systeem wellicht bedrijven in stand gebleven die anders niet aan werk gekomen waren.” Hij doelde hiermee op de opbouw van zogenoemde claims door bedrijven die in een aanbesteding buiten de boot waren gevallen.

Hazewinkel verklaarde verder dat hij had gehoord dat een aantal keren bouwers hebben geprobeerd een einde aan het systeem te maken. Dit werd later bevestigd door twee man van KWS, de districtsdirecteur Utrecht, J. Swank en de landelijk adjunct-directeur W. Wouda. Zo verklaarde Wouda dat er in 1993 verschillende sessies zijn geweest in de noordelijke provincies met een aantal wegenbouwers. Die voelden weinig voor stoppen, omdat dit geld zou kosten. Op een ander moment is KWS een paar maanden gestopt, maar dat was niet vol te houden.

Continuïteit
Op de indringende vraag van commissievoorzitter Vos waarom hij niet stopte terwijl hij wist dat het systeem niet mocht. antwoordde hij: “Ik had de verantwoordelijkheid voor de continuïteit van het bedrijf en de werkgelegenheid van 1800 man, waarachter evenzoveel gezinnen.”

Hazewinkel werd behoorlijk lastiggevallen met de vraag waarom hij als verantwoordelijk bestuursvoorzitter weinig wist van de praktijken en er dus ook in de ogen van de commissie te weinig aan had gedaan. Behalve het feit dat hij pas in 1999 met aanbestedingen te maken had gekregen, noemde hij de structuur van het bedrijf. KVWS bestaat uit een conglomeraat van honderd bedrijven. Ook de met eventueel gesjoemel gepaard gaande omzet was niet bepaald hoog. “KVWS heeft een totale omzet van 3,3 miljard. Daarvan is zo’n 450 miljoen in de wegenbouw, waarvan naar schatting 125 tot 150 miljoen volgens dit systeem”, relativeerde Hazewinkel.

Zijns inziens is het systeem doorgegaan om verschillende redenen. In de eerste plaats had het al decennia een plaats in de bouw. “Als ik geen accountant was geworden, maar naar Delft was gegaan, had ik er wellicht anders over gedacht dan nu”, veronderstelde hij.

Daarnaast is de manier van aanbesteden door de overheid lang niet optimaal met zijn continue vraag om de laagste prijs. “De overheid vraagt bedrijven van alles te doen aan milieu, werkgelegenheid en arbeidsomstandigheden. Dan kan diezelfde overheid niet alleen voor de laagste prijs gaan.”

Hij is dan ook warm voorstander van andere contractvorming als allianties waarbij ook zaken als beheer en onderhoud betrokken kunnen worden. “In Canada hebben we daarmee ervaring. De overheid blijkt daardoor 15 procent te besparen”, aldus de KVWS-topman.

Ook in Engeland gaat de overheid slimmer om met aanbestedingen. In tegenstelling tot Duitsland, waar “de sector ten gronde gaat aan de laagste prijs. In Duitsland verbieden wij ook onze mensen mee te doen aan aanbestedingen.”

De enige kans om uit de problemen te komen, is volgens hem de instelling van een zware commissie. Bij overheid, bedrijfsleven en wetenschap zitten genoeg mensen die kennis hebben van de problematiek en ook oplossingen zien, meent hij.