Algemeen

Liberalisering energiemarkt nefast voor aansluitingen

De Bouwunie heeft een enquête uitgevoerd bij haar leden om te polsen naar de grootte en belangrijkheid van het probleem van de tijdelijke werfaansluitingen en huisaansluitingen. Sinds 1 juli 2003 is in Vlaanderen de energiemarkt vrijgemaakt. Dit heeft o.a. de opsplitsing tussen de netbeheerders en de leveranciers van energie tot gevolg. Een elektriciteits- of gasaansluiting laat nu langer op zich wachten. De Bouwunie ontvangt hierover al een jaar klachten en heeft deze herhaaldelijk gesignaleerd aan de netbeheerders. De Bouwunie vraagt dat dringend aan dit euvel zou worden verholpen. De Unie vraagt de VREG (Vlaamse Reguleringsinstantie voor Elektriciteits- en Gasmarkt) en de nieuwe minister van Energie hier mee op toe te zien.

Sinds 1 juli 2003 is in Vlaanderen de energiemarkt vrij. Eén van de gevolgen hiervan is dat zowel de huis- als de werfaansluiting aangevraagd moet worden via de distributienetbeheerder (een intercommunale) of via de energieleverancier (bv. Luminus, Electrabel...). De tijdelijke werfaansluitingen worden aangevraagd door de aannemer en zijn nodig om de bouwwerken te kunnen starten. Uit een recent door de Bouwunie uitgevoerde enquête bij haar leden blijkt dat deze tijdelijke werfaansluitingen in een kleine helft van de gevallen aangevraagd worden via de distributienetbeheerder (46%) en in 54% van de gevallen via een energieleverancier. De aanvragen worden in de meerderheid van de gevallen (62%) telefonisch verricht, in 32% via het klantenkantoor en in slechts 5% van de gevallen via webmail. Voor de huisaansluitingen (deze worden aangevraagd voor de eigenaar/bewoner van het gebouw en zorgen ervoor dat het gebouw over gas en elektriciteit kan beschikken), is de situatie anders. In de overgrote meerderheid van de gevallen (75% voor gas en 83% voor elektriciteit) gebeurt de aanvraag via de energieleverancier. De wijze van aanvraag daarentegen is gelijklopend: het grootste gedeelte vraagt de aansluiting telefonisch aan (ongeveer 65%), gevolgd door een aanvraag via het klantenkantoor (ongeveer 25%) en een minderheid via webmail (7%).

Uit de bevraging blijkt dat het in meer dan 70% van de gevallen nu langer duurt om een aansluiting te bekomen dan voor de liberalisering. Dit zowel voor de huisaansluitingen als voor de werfaansluitingen. Op dit punt betekent de liberalisering zeker geen vooruitgang voor de gebruiker. 92% van de aanvragers moet meer dan 1 week wachten op een tijdelijke werfaansluiting, waarvan 40% zelfs meer dan 4 weken. Het gaat vaak om aannemers die klaar staan om de werf op te starten en bijgevolg al met een serieuze vertraging, nog voor de start van de werken geconfronteerd worden. 52% van de aannemers meent dat de tijdelijke werfaansluiting binnen de week moet kunnen worden gerealiseerd. 42% is bereid 2 à 3 weken te wachten, maar dat is dan ook de maximumtermijn. Deze termijn verschilt al naargelang de dringendheid van de aanvang der werken, die de bouwheer vooropstelt. Een deel van de aannemers neemt zijn toevlucht tot het gebruik van eigen dieselgroepen. 21% van de ondervraagden heeft zich dieselgroepen aangeschaft sinds de vrijmaking van de energiemarkt om op deze manier niet meer afhankelijk te zijn van de tijdelijke werfaansluitingen. Voor de huisaansluitingen is de situatie gelijklopend. Meer dan 95% moet meer dan 1 week wachten op een huisaansluiting, waarvan 44% zelfs meer dan 4 weken. Ook hier zijn de aannemers van oordeel dat één en ander sneller moet kunnen. 20% van de ondervraagden had de aansluiting graag binnen de week gezien en 65% binnen 2 à 3 weken. Voor 85% van de aannemers is 3 weken de uiterste limiet. Voor huisaansluitingen is men bereid wat langer te wachten omdat aanvragen eenvoudiger en langer op voorhand te plannen zijn. Samengevat kan enkel worden vastgesteld dat de duurtijd sinds de liberalisering verlengd is, zeer tot ongenoegen van de aannemers. In ongeveer 50% van de gevallen zijn de aansluitingen ook duurder dan voor de liberalisering. De administratieve rompslomp is toegenomen, volgens 50% van de ondervraagden voor de tijdelijke werfaansluitingen en volgens 80% voor de huisaansluitingen. Ook op dit punt is nog werk aan de winkel.

Uit de enquêteresultaten blijkt duidelijk dat de situatie op het terrein sinds de liberalisering er op achteruit gegaan is. De werfaansluitingen laten langer op zich wachten, zijn duurder en veroorzaken meer administratieve rompslomp. Volgens de Bouwunie zijn de bepalingen die hierover opgenomen zijn in het Technisch Reglement Distributie te vrijblijvend en te ruim. De Bouwunie vraagt dat dringend aan dit euvel verholpen wordt. De netbeheerders zijn zich overigens bewust van het probleem. De Bouwunie heeft al regelmatig met hen overlegd om te pogen hieraan te verhelpen. De Bouwunie is er zich van bewust dat de aanpassing aan het nieuwe landschap, zeker in het begin, niet altijd eenvoudig is geweest. Maar nu de liberalisering al meer dan 1 jaar een feit is, wordt het tijd dat de toestand opnieuw normaliseert en de aansluitingen sneller en eenvoudiger kunnen. De Bouwunie vraagt de VREG (Vlaamse Reguleringsinstantie voor Elektriciteits- en Gasmarkt) en de nieuwe minister van Energie hier mee op toe te zien en alles in het werk te stellen om de aansluitingen vlotter te laten verlopen.