Algemeen

Kans op Gellingen bis nog steeds reëel

Twee jaar geleden – op 30 juli 2004 – vond in Gellingen een dodelijke gasramp plaats. Volgens de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) blijft de kans op een Gellingen bis zeer reëel. De aannemers stellen haast unaniem dat de liggingsplannen van de distributienetbeheerders er intussen niet zijn op verbeterd. Dit blijkt uit een recente enquête van de VCB. Bovendien blijft het aantal schadegevallen aan gasleidingen onrustwekkend hoog. De overheid moet de distributienetbeheerders ertoe verplichten preciezere informatie over hun leidingen te verstrekken. Nu gaan zij meestal vrijuit.

De VCB heeft haar leden gevraagd of zij enige verbetering hebben vastgesteld met betrekking tot de plannen waarop de distributienetbeheerders de ligging van hun ondergrondse leidingen aangeven. Het antwoord was bij meer dan negen op de tien aannemers resoluut ‘nee’. De slechte kwaliteit van de ligginsplannen geldt voor alle distributienetbeheerders: niet alleen voor gasleidingen maar ook voor elektriciteitsleidingen en voor verbindingen van telefonie en telecommunicatie. De meerderheid van de respondenten vond wel dat de plannen nu sneller worden geleverd dan voorheen. Maar het cruciale punt – de precieze ligging van de leidingen – blijft zoals vóór de ramp van Gellingen de grote onbekende.

De statistieken bij de verzekeringsmaatschappijen over de schadegevallen bij ondergrondse leidingen wijzen trouwens in dezelfde richting. Ook op dit vlak is er nauwelijks sprake van enige verbetering. In 2005 lag het aantal schadegevallen hoogstens een paar procent lager dan in 2004, zoals blijkt uit de toegevoegde tabel. Het is opvallend en tegelijk verontrustend dat precies bij de gasleidingen het aantal schadegevallen nog het minst is afgenomen, amper met 0,8%. Het risico op een kleine Gellingen bis blijft dus bestaan. Vooral bij het grote aantal kleinere gasleidingen die minder goed geïnventariseerd zijn blijft waakzaamheid dus geboden. Een betere inventarisatie dringt zich hier dan ook op.

De bedrijven die de VCB heeft ondervraagd, waren zowel algemene aannemers als wegenbouwfirma’s en kabelleggers. Zowat acht op tien had tijdens de laatste twee jaar meerdere malen met schade aan leidingen te maken. In bijna alle schadegevallen werd de aannemer aansprakelijk gesteld en in slechts een derde van deze gevallen ook de distributienetbeheerder. De distributienetbeheerders gaan doorgaans vrijuit omdat zij voor hun plannen een zeer brede marge van afwijkingen krijgen.

Vlaams minister van Energie Kris Peeters is van plan eerlang het KLIP (Kabel- en Leiding Informatie Portaal) te lanceren. Dit is een portaalsite waar de aannemer zal kunnen nagaan welke distributiemaatschappij in welke straat leidingen heeft liggen. Hopelijk zal deze site de informatie van al de distributiemaatschappijen centraliseren, zowel voor gas en elektriciteit als voor telefonie, telecommunicatie en water. Het KLIP zal de informatieverstrekking vergemakkelijken en versnellen. Maar alles staat en valt uiteindelijk met de precisie waarmee de distributiemaatschappijen hun informatie willen verstrekken. Juist daar knelt het schoentje. Het probleem kan in de toekomst alleen nog toenemen omdat er steeds meer nieuwe ondergrondse leidingen bijkomen terwijl oudere leidingen doorgaans in de grond blijven steken.

De VCB vraagt dan ook dat de overheid de distributiemaatschappijen voor hun verantwoordelijkheid plaatst. Zij moeten ertoe verplicht worden hun actueel netwerk met een veel grotere precisie in kaart te brengen. De afwijkende marges moeten tot een minimum worden beperkt.

Als voldoende precieze informatie op voorhand voorhanden is, biedt dit het bijkomende voordeel dat opdrachtgevers en aannemers bij de planning van de werken er veel beter rekening mee kunnen houden. Zij kunnen hun werken dan zo organiseren dat schadegevallen maximaal worden voorkomen. Verrassingen op het moment van de werken zelf, die dan telkens aanleiding geven tot crisisinterventies en tot tijdverlies en de kans op ongelukken sterk doen toenemen, zijn dan uitgesloten.