Het kabinet is ambitieus, blijkens de nota’s die de laatste tijd één voor één naar buiten komen. Maar nota’s zijn één, de uitvoering ervan is twee. Bouwend Nederland hoopt dat het kabinet de uitvoering van deze waardevolle adviezen met voortvarendheid ter hand zal nemen. In financiële, maar ook in bestuurlijke zin.
Waar zit de pijn? Op een aantal plaatsen. Je kunt de rijksbegroting indelen in de sociaal-maatschappelijke component en de economisch en fysieke infrastructuur. Een indeling die leidt tot de conclusie dat we de investeringen in die economische en fysieke infrastructuur de afgelopen jaren wat hebben laten verslonzen. De koopkracht en de sociale uitgaven hebben veel meer aandacht gekregen. Nuttig, daar niet van, maar we moeten vaststellen dat de investeringen in de economische en fysieke infrastructuur onderbelicht zijn gebleven.
Toekomstgericht en toekomstbestendig
Als je niet zorgt dat je de kwaliteit van je fysieke infrastructuur toekomstgericht en toekomstbestendig op orde hebt, dan zal het steeds lastiger worden om de koopkracht op peil te houden. De kosten moeten nog altijd voor de baten uitgaan. Die opvatting weerspiegelen de recente adviezen ook. Veerman spreekt over één miljard per jaar over een lange periode; Noordanus rekent met 6,35 miljard tot 2020 en Rinnooij Kan komt nog met een opgave voor landschapsontwikkeling.
Een CBS-statistiek toont aan dat in de periode 1969-2007 het aandeel van de bouw in het binnenlands inkomen is gedaald van 15,1% naar 5,1%. Deels wordt dat veroorzaakt omdat sectoren een belangrijker deel van het nationaal inkomen voor hun rekening nemen, zoals de ICT-sector. Toch is het een aanwijzing dat er te weinig aandacht is voor investeringen in de infrastructuur. Je kunt het ook om je heen zien. Nederland verrommelt, er zijn problemen op het spoor, we hebben geweldige files, er is een aanzienlijke achterstand geweest in het onderhoud van wegen. Daarin is in kwalitatief opzicht de laatste tijd wel verbetering gekomen, maar in kwantiteit en capaciteit is er weinig tot niets gedaan. En de kwaliteit van de Nederlandse woningvoorraad mag dan over het geheel genomen redelijk op orde zijn, toch heeft de overheid de intentie om in 2020 zo’n 2,4 miljoen huizen zo’n 30% energiezuinige te helpen maken.
Verlaagd btw-tarief
Daarbij komt dan nog eens de opgave om de CO2-uitstoot uit 2,5 miljoen woningen en gebouwen tot 2020 met 30% te verminderen. Wil je die doelstelling halen, dan zul je toch zo’n 200.000 tot 300.000 woningen per jaar moeten aanpakken. Daarom bepleiten wij als Bouwend Nederland het verlaagde btw-tarief van toepassing te verklaren voor energiezuinige woningen. Een maatregel die bovendien bijdraagt aan het betaalbaarder maken van woningen voor starters. Maar van de kant van de overheid blijft het voorlopig angstvallig stil om flankerend beleid op tafel te leggen.
Randstad 2040
De recent gepresenteerde grote nota’s vragen bijna stuk voor stuk om miljardeninvesteringen. ‘Veerman’ zowel als ‘Noordanus’. Of neem de structuurvisie Randstad 2040, waarin het kabinet voornemens ontvouwt voor de bouw van nog eens 500.000 woningen. Dit opgeteld bij de verplichtingen die er al liggen, betekent dat investeren in de economische en fysieke infrastructuur politiek nu echt de volle aandacht moet gaan krijgen.
Het kan niet zo zijn dat “rood” – de bestaande gebouwenvoorraad en de nieuwbouw – daarvoor de kosten moet ophoesten, bijvoorbeeld door prijsverhogingen. De rek in wat de koper aankan, is er – ook mede door de rentestijging - wel zo’n beetje uit. Toch bepleit bijvoorbeeld Veerman dat de koper van een woning in een lager gelegen gebied, waarvoor extra veiligheidsmaatregelen moeten worden getroffen, die kosten maar moet (mee)betalen! We moeten reëel zijn: er zijn grenzen aan wat een koper daarvoor over heeft. Als de overheid zich verder afzijdig houdt, ontstaat er spanning tussen de doelstelling van bouwen in de Randstad en extra beveiliging tegen het water.
Reusachtige keuzes
Het kabinet heeft een aantal reusachtige adviezen ontvangen die nopen tot uitvoering. Dat vergt in de middelensfeer reusachtige keuzes. Natuurlijk: een groot, wellicht zeer groot deel kan worden gefinancierd uit de aardgasbaten. Toch zal er ook binnen de rijksbegroting een herpriorisering nodig zijn.
Rol bedrijfsleven
Het charmante van de grote adviescommissies is dat het bedrijfsleven daar zeer uitvoerig bij betrokken is. Ik roep het kabinet op: laat dat vooral bij de verdere uitvoering ook zo zijn! Roep het bedrijfsleven op om met slimme innovaties te komen. Doe dat voor de fysieke infrastructuur samen met de bouw. Zet daarbij vooral in op moderne aanbestedingsmethoden waardoor het innovatief vermogen van de sector wordt uitgedaagd. En waarbij het niet langer zo is dat deuren dicht gaan als een bouwer of een bouwgerelateerd bedrijf met een slim, ongevraagd advies komt. In het overgrote deel van de gevallen wordt gezegd dat daar niet om is gevraagd en er dus ook verder niet naar zal worden gekeken.
Wil je, als kabinet, je doelstellingen bereiken, dan zul je het bedrijfsleven moeten uitdagen en prikkelen. Dat betekent ook veel vaker willen en durven inzetten op PPS, publiek-private samenwerking, zoals ook de commissie van oud-minister Ruding adviseert .Het voordeel van PPS is dat zaken sneller tot stand komen en vaak ook efficiënter en beter. Als bedrijven in een vroeg stadium bij de totstandkoming betrokken worden – ook financieel - , zitten ze anders in het proces. Natuurlijk: de problematiek bij wegenaanleg door Rijkswaterstaat is een stuk complexer dan bijvoorbeeld voor een gebouw van de Rijksgebouwendienst. Maar ik bepleit ook bij complexe en ingewikkelde werken meer inbreng van het bedrijfsleven. Er zou ook in de wegenaanleg toch best ruimte zijn voor zo’n 20 PPS-en per jaar: een stuk of acht landelijk en een stuk of twaalf regionaal. Benut het middel van PPS vaker, want de komende jaren zal er in hoog tempo veel gerealiseerd moeten worden.
Fondsen
Voor de uitvoering van de adviezen van Noordanus (bedrijventerreinen) een Rinnooy Kan (landschapsontwikkeling) zou bovendien te denken zijn aan het instellen van fondsen à la het Monumentenfonds. Waarbij je een beroep doet op particuliere investeringen en er vanuit het Rijksfonds geld aan wordt toegevoegd, waardoor je een geweldige hefboomfunctie krijgt.
Besturingsstructuur
De overheid staat dus voor een geweldige prioriteringsvraag. Maar er is nog een aandachtspunt. Alle plannen bepleiten zowel een integrale benadering als een regionale uitwerking. Wat er daarachter naar mijn smaak ontbreekt is een achterliggende besturingsstructuur. Simpel gezegd: wie bepaalt de prioriteit, de financiering en de uitvoering om daarmee de doelstelling te halen. Als je – terecht – stelt dat het integraal moet en ook meer regionaal toegesneden, dan vergt dat bestuurlijke lef. Dat vraagt om een krachtige besturingsstructuur. Niet een structuur die door jarenlange discussie over de bestuurlijke structuur van Nederland tot stand komt, want dan zijn we het momentum alweer lang gepasseerd. In de verschillende adviezen zitten aanknopingspunten genoeg voor een praktische cultuuromslag. Veerman bepleit een Deltacoördinator, Noordanus een regionaal vereveningsfonds tussen grondbedrijven. Iemand zul dus de ruimte moeten krijgen om de lead te nemen.
Het kabinet aan zet
Willen we de reusachtige adviezen kunnen omzetten in daden, dan vraagt dat reusachtige keuzes van dit kabinet. In de zin van financierbaarheid. Maar ook in de zin van bestuurbaarheid. Het kabinet is aan zet!
Algemeen
Kabinet krijgt grote adviezen, maar zet kleine stappen
-
- Bron: Bouwend Nederland
- 18 september 2008
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

