Algemeen

Investeringen waterzuivering haalbaar voor aannemers

Indien de Vlaamse regering haar investeringen in waterzuiveringsinfrastructuur niet opnieuw verhoogt, dreigt zij tegen 2008 een Europese boete van 50.000 euro per dag op te lopen omdat Vlaanderen de zuiveringsdoelstellingen van de Europese richtlijn van 1991 op het vlak van stedelijk afvalwater niet tijdig heeft bereikt. Minister van openbare werken Kris Peeters deed hierover zopas de volgende opmerkelijke uitspraak: “Aannemers in de waterzuiveringssector kunnen een te hoge investeringsvraag niet aan”. Deze uitspraak wil de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) met klem ontkennen.

Tijdens de laatste jaren werd het investeringsniveau voor waterzuiveringswerken trouwens fors verlaagd. Tot 2001 bedroeg de jaarlijkse tegemoetkoming van de Vlaamse overheid in bovengemeentelijke infrastructuurwerken voor waterzuivering bijna 150 miljoen euro. De Vlaamse aannemers in de waterzuiveringssector hebben nooit enig probleem ondervonden om dit hoog investeringsniveau in concrete projecten om te zetten.

Vanaf 2002 is de jaarlijkse dotatie van het Vlaamse Gewest voor bovengemeentelijke infrastructuurwerken tot ongeveer 100 miljoen euro per jaar gezakt, d.i. 50 miljoen euro minder dan voorheen. Bovendien zijn op dit ogenblik investeringsdossiers voor 160 miljoen euro geblokkeerd, onder meer omdat bestemmingswijzigingen uitblijven en aansluitende werken door derden (voornamelijk door gemeenten) nog niet in orde zijn. De laatste jaren is het opdrachtenvolume op het vlak van waterzuiveringswerken dus aanzienlijk gezakt.

In de sector van de waterzuivering bestaat er helemaal geen gebrek aan capaciteit. De firma’s die waterzuiveringsinstallaties bouwen en collectoren en rioleringen aanleggen, worden integendeel geconfronteerd met overcapaciteit. Het gebrek aan opdrachten heeft al geleid tot faillissementen, inkrimpingen en ontslagen. Terwijl tussen 2003 en 2004 het aantal faillissementen in de ruwbouwsector weer lijkt af te nemen (met 9%), blijken zij in de wegenbouw en de burgerlijke bouwkunde opnieuw sterk de kop op te steken (met 24%).

De bedrijven die wegen en rioleringen aanleggen en andere infrastructuurwerken uitvoeren, kunnen gerust een veel hoger investeringsniveau aan. De enige voorwaarde is dat voor waterzuiverings- en rioleringsprojecten een duidelijke meerjarenplanning wordt opgesteld. De tijdshorizon hiervoor is duidelijk en precies: tegen 2008 de doelstellingen van de Europese richtlijn van 1991 bereiken. Maar in plaats van een evenwichtige spreiding van de werken vreest de VCB voor een stop-and-go-politiek.

Zo is er het voornemen, zoals verwoord in het Vlaams regeerakkoord, om op bovengemeentelijk vlak enkel nog onderhoudswerken te laten uitvoeren. Bovendien zouden de subsidies van het Vlaamse Gewest voor de gemeentelijke rioleringen op ongeveer 65 miljoen euro per jaar worden bevroren. Het is duidelijk dat met deze beperkingen de Europese richtlijn van 1991 niet tijdig zal kunnen worden gehaald. Aldus dreigt een piek van projecten tegen het einde van de huidige vijfjarige legislatuur om op de valreep alsnog een Europese boete te ontlopen.