Algemeen

Interprofessioneel akkoord: werd de bouw vergeten?

De bouw erkent weliswaar de verdiensten van het ontwerp van akkoord dat de interprofessionele sociale partners vorige dinsdag hebben bereikt, maar is helemaal niet gerust over het resultaat van hun overleg met de regering over het hoofdstuk lastenverlaging.

De bouwsector wordt geconfronteerd met het fenomeen zwartwerk. In die context heeft de sector onlangs een stelsel tot versoepeling van de arbeidstijd aangenomen, waardoor de ondernemingen 130 extra uren per jaar kunnen presteren in ruil voor een loontoeslag van 20% of, naar keuze van de werknemer, de toekenning van inhaalrust.

Alleen een daling van de kostprijs van de overuren kan het zwartwerk helpen indijken, door een verschuiving van uren zwartwerk naar aangegeven uren, wat natuurlijk extra fiscale en sociale inkomsten oplevert.

Daarom is het voor de bouw essentieel dat spoedig wordt bevestigd dat het stelsel van lastenverlaging – via de fiscaliteit – dat deel uitmaakt van het ontwerp van centraal akkoord:

- effectief van toepassing is op het specifieke stelsel van de sector, met name het stelsel van koninklijk besluit nr 213 dat toestaat om 130 extra uren per jaar te presteren in ruil voor een loontoeslag van 20% of de toekenning van inhaalrust;

- wordt uitgebreid tot alle overuren die van toepassing zijn in deze regeling, zijnde de 130 uren.

Pas wanneer deze bevestiging wordt gegeven, kan de sector zich met kennis van zaken uitspreken over het ontwerp van akkoord.