Wat in de bouwsector langzaam doordringt, is dat de aandacht voor isolatie zijn evenwicht heeft verloren. Een huis dat warmte buiten houdt in de winter, houdt diezelfde warmte ook binnen in de zomer. En een huis dat licht en warmte binnen laat via grote ramen om in de winter passieve zonnewinst te benutten, krijgt in juli en augustus die warmtelading dubbel op. Wat een ontwerpvoordeel was in twaalf maanden lange Nederlandse winters, werd een ontwerpprobleem in een veranderend klimaat.
Het probleem is bouwfysisch, niet meteorologisch
Een veelvoorkomende reactie op de zomerse hitte in moderne huizen is om naar het klimaat te wijzen. Het is heter dan vroeger, en daarmee is de zaak afgedaan. Dat klopt deels. Maar gemiddelde temperaturen zijn in Nederland in de afgelopen dertig jaar met iets meer dan een graad gestegen, en dat verklaart niet hoe huizen die in 1985 in dezelfde zomer prima leefbaar bleven, in 2020 boven de dertig graden binnentemperaturen halen tijdens een hittegolf.Het verschil zit in de constructie. Een ouder huis met enkel glas, slechte muurisolatie en open schoorstenen verliest zijn warmte 's nachts ook weer makkelijk. De afkoeling die overnacht plaatsvindt, brengt de binnenruimte weer naar een leefbare temperatuur waarmee de volgende dag begint. Een modern huis met drielaagsglas en hoge isolatiewaardes verliest die warmte 's nachts veel minder. Wat overdag aan warmte binnen kwam, blijft binnen, en stapelt zich op gedurende een aaneengesloten warme periode.
Waar de ontwerpkeuzes scheef zijn gegroeid
Architectonisch is er een opvallende beweging te zien van grote glasvlakken aan de zonzijde. Een woonkamer met een complete pui op het zuiden of westen ziet er aantrekkelijk uit op de tekening en geeft in de winter mooie zonnewinst. Tegelijk is het in de zomer een open uitnodiging voor warmte. Een vierkante meter glas op het zuiden laat op een hete dag tot zeshonderd watt aan zonnestraling door, gerekend naar de hoeveelheid warmte die per uur naar binnen komt. Bij tien vierkante meter glas is dat een continu vermogen vergelijkbaar met meerdere verwarmingselementen op vol vermogen.Wat ontwerpers tot voor kort onvoldoende meenamen, is hoe je die zonnewinst seizoenafhankelijk wilt regelen. Een raam dat in de winter zon binnen laat is een voordeel. Datzelfde raam in de zomer is een nadeel. De oplossing zit dus in iets dat in de winter weg is en in de zomer aanwezig, en dat is geen complexe technologie.
Buitenzonwering als ontwerpprincipe
De fysica is hier eenvoudig. Zonnestraling die buiten het glas wordt tegengehouden, wordt grotendeels gereflecteerd en draagt niet bij aan het opwarmen van de woning. Zonnestraling die binnen het glas wordt gestopt, bijvoorbeeld met binnenzonwering, is al door het glas heen geraakt en geeft zijn warmte alsnog af aan de ruimte. Voor het beheersen van de binnentemperatuur is buiten dus dramatisch effectiever dan binnen. Byzon Buitenzonwering is daarmee geen aanvulling op een ontwerp maar een wezenlijk onderdeel ervan. Voor een woning met grote ramen op de zon is het verschil tussen wel of niet hebben van goede buitenzonwering tijdens een hete week makkelijk vijf tot acht graden binnentemperatuur.Wat dat voor toekomstig ontwerp betekent
In de huizen die nu op de tekentafels van architecten staan, krijgt klimaatbeheersing in de zomer een veel prominentere plek dan tien jaar geleden. Buitenzonwering, slimme overstekken, raamoriëntatie met thermisch comfort in gedachten, en ventilatieconcepten die nachtelijk koelen mogelijk maken zijn weer onderwerp van architectonisch ontwerp in plaats van een installatiedetail dat er achteraf op komt. Dat is geen luxe, dat is herstel van een evenwicht dat tijdelijk uit balans was.Voor huizenbezitters van bestaande moderne woningen is dat minder dan een troost en meer een opdracht. De woning is gebouwd met de aandacht voor winter, en de zomerprestaties moeten in een aantal gevallen achteraf opgelost worden. Wie de juiste ingrepen doet, kan dat in één seizoen merken in zowel het comfort als in het verminderde gebruik van koeling met airconditioners die hun eigen energieprobleem meebrengen.

