Sinds de gasramp van Ghislenghien eind juli 2004 zijn “bijna nieuwe rampen” niet meer weg te denken uit de actualiteit. Een al jaren bestaand maar verdoken probleem is ontdekt: de aanwezigheid van ondergrondse nutsinfrastructuur. Het gaat om kabels en leidingen van gas, elektriciteit, water, TV-distributie en telecommunicatie. Die liggen in de grond omdat dat de meest logische, veiligste en minst storende plaats is. De ondergrond is zo wel stilaan oververzadigd geraakt. Wie graaft, weet dat hij op kabels en leidingen zal stuiten. Hij weet wel niet hoeveel het er zullen zijn en van welke nutsbedrijven ze zijn. De kans op beschadiging van een ondergrondse kabel of leiding is dus zeer groot.
Volgens de wet heeft een aannemer die graafwerken wil uitvoeren een informatie- en een lokalisatieverplichting. Hij moet zich informeren over de toestand van de ondergrond, plannen en bijkomende informatie opvragen aan elk nutsbedrijf dat vermoedelijk een leiding of kabel in de grond heeft zitten en aan de hand van peilingen nagaan hoe die kabel of leiding precies loopt.
In de praktijk is deze werkwijze niet sluitend of zelfs maar haalbaar. Niemand heeft een volledig overzicht van alle kabels en leidingen die in de grond zitten en wie daarvan de eigenaar is. De aannemer die graafwerken wil uitvoeren, schrijft eerst naar de gemeente in de hoop een zo volledig mogelijk overzicht te krijgen van de nutsbedrijven die kabels of leidingen op de betrokken plaats hebben. Een exhaustieve lijst krijgen, is uitgesloten. De volgende stap is het aanschrijven van al deze nutsbedrijven met de vraag een plan op te sturen met de ligging van hun respectievelijke kabel of leiding. Voor een kleine werf gaat het al vlug om een 10-tal plannen: gas, elektriciteit, water, riool, teledistributie, telefoon, openbare verlichting, telecommincatielijnen van verschillende operatoren, enz. Deze plannen, waarop het nodige voorbehoud wordt gemaakt over de exacte ligging, moet de aannemer naast elkaar leggen en vergelijken om zo een aanwijzing te krijgen van de liggingsplaats van alle kabels en leidingen.
Een enquête van Bouwunie bij een representatief staal van aannemers wijst uit dat een op vijf aannemers jaarlijks meer dan 500 plannen aanvragen bij de nutsmaatschappijen. Sommigen doen 5.000 planaanvragen per jaar. Uit de bevraging door Bouwunie van een aantal nutsbedrijven blijkt dat deze gemakkelijk tussen de 22.000 en 30.000 planaanvragen per jaar binnenkrijgen. Het opvragen en opsturen van al deze plannen betekent een belangrijke economische kost en een administratieve last. Uit de enquête blijkt voorts dat de aannemer in 67% van de gevallen meer dan twee weken moet wachten tot hij de gevraagde plannen ontvangt. Dit is te lang en betekent dat de aannemer bij dringende opdrachten zonder plannen zijn werk moet beginnen. Bouwunie peilde in de enquête naar de interesse van de aannemers om de plannen via internet ter beschikking te krijgen. De resultaten zijn duidelijk: 96% van de aannemers wil de plannen via het internet kunnen raadplegen en 100% is geïnteresseerd in het automatisch verkrijgen van alle plannen met één enkele muisklik.
Bouwunie is al jaren een actieve pleitbezorger van een uniform “kadaster van de ondergrond” met een verplichte en uniforme leidingenregistratie door alle nutsbedrijven. Zo’n kadaster heb je niet van vandaag op morgen. Intussentijd vraagt Bouwunie dat:
- aannemers één aanspreekpunt krijgen om te weten wie waar welke ondergrondse nutsinfrastructuur heeft liggen;
- de liggingsplannen digitaal kunnen aangevraagd worden en binnen de 48 uren worden opgestuurd door de nutsmaatschappijen;
- nutsmaatschappijen die niet automatisch werden aangesproken of hun plannen niet opstuurden, dit op eigen risico doen;
- de liggingsplannen gratis zijn;
- een plaatje aan de huisgevel aangeeft waar de huisaansluitingen (waarvan geen plan bestaat) te vinden zijn;
- de nutsmaatschappijen hun kabels voldoende diep leggen en beschermen via bv. afdekpannetjes;
- de nutsmaatschappijen niet meer gebruikte leidingen wegnemen; zo komt er meteen plaats vrij in de ondergrond.
Op langere termijn vraagt Bouwunie werk te maken van:
- een uniforme registratie van alle nutsinfrastructuur in het Grootschalig Referentiebestand (GRB, d.i. een basiskaart);
- de verplichte medewerking van alle nutsbedrijven;
- correcte plannen met een minimaal voorbehoud;
- één plan met alle nutsinfrastructuur.
Het OC-GIS-Vlaanderen dat voor het GRB gaat zorgen, wil een KLIP opmaken. KLIP staat voor Kabel en Leiding Informatie Portaal, een innovatieve webtoepassing met informatie over de aanwezigheid van leidingen in de Vlaamse ondergrond. Dit komt zeker tegemoet aan de vraag van Bouwunie naar een centraal aanspreekpunt. KLIP zou in een digitale planaanvraag voorzien. Bouwunie ondersteunt dit initiatief voluit en vraagt dringend werk te maken van de decretale omkadering. Dit moet resulteren in een verplichting voor alle nutsbedrijven om mee te werken en in een correcte regeling van de aansprakelijkheden van alle betrokken partijen.

