Algemeen

Het grote Biennale debat over mobiliteit en esthetiek

Afgelopen maandagmiddag vond onder leiding van Marcel van Dam het grote Biennale debat plaats in de Museumkerk tegenover museum Boymans in Rotterdam. Aan de hand van de Lagerhuisformule debatteerden vormgevers, beleidsmakers, bestuurders en politici over het thema 'mobiliteitsesthetiek' dat deze eerste Biennale Architectuur moest dragen. Aaron Betsky speelde vanaf de kansel de rol van jurylid om de debatbijdragen te beoordelen.

Aan de hand van een serie stellingen ontstond een keurig debat waarin een redelijke consensus bleek te bestaan over de betekenis van de snelweg als openbare ruimte. Alleen de vertegenwoordiger van Milieudefensie en de burgemeester van Delft lieten hier en daar een kritisch geluid horen. De stellingen luidden - vrij geformuleerd - als volgt: 'Politici haten (auto-) mobiliteit, burgers houden er van', 'Het poldermodel maakt de polder-panorama's kapot' , 'Er moet een Rijks-landinrichter komen, vergelijkbaar met de Rijksbouwmeester' , 'Planologen denken tweedimensionaal', 'De mooiste mobiliteit is ondergrondse mobiliteit' en 'Architecten van Nederland, verenigt u rond het thema esthetiek'

Tussendoor kreeg de Bond van Nederlandse Architecten trouwens weer een forse veeg uit de pan, waarschijnlijk omdat BNA-voorzitter Kees van der Hoeven zich - als een van de weinigen - kritisch heeft uitgelaten over het thema mobiliteitsesthetiek. Architecten zouden zich volgens Francine Houben medeverantwoordelijk moeten voelen voor de schoonheid langs de snelweg. Eigenlijk was er maar een van de deelnemers die zich de discussie zeer zou moeten aantrekken en dat was de eveneens aanwezige directeur-generaal van de Rijksplanologische Dienst, (nu 'DG Ruimte') mevrouw Ineke Bakker. Die dienst is binnen het ministerie van VROM immers verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een consistent beleid op het gebied van de inrichting van ons land. En dat deden ze (helaas vooral) vroeger met verve en met statuur. Daar hoort een professioneel ontwikkelde visie op de Nederlandse ruimtelijke ontwikkeling dan ook uiteindelijk vandaan te komen. Mede daarom was het verbazend dat de eerste directeur van het nieuwe Ruimtelijk Planbureau, hoogleraar Wim Derksen, niet aan tafel zat.