Algemeen

Goedkeuring Energieprestatiedecreet uitstellen

Vooraleer de deuren te sluiten, buigt het Vlaams Parlement zich nog over het Energieprestatiedecreet. Dat wil bereiken dat wie bouwt of verbouwt, investeert in goede isolatie en andere maatregelen om zijn energieverbruik te beperken. BOUWUNIE sluit zich volledig aan bij deze doelstelling. De manier waarop het decreet dit nobele doel wil bereiken, kan op veel minder bijval rekenen. En dit omwille van de complexe procedure, de bijkomende administratieve rompslomp en het zware sanctiesysteem. BOUWUNIE vraagt het Vlaams Parlement de goedkeuring van het decreet uit te stellen tot na de verkiezingen. Brussel en Wallonië doen dit trouwens ook. Dit geeft Vlaanderen de tijd om het decreetvoorstel aan te passen.

Het Energieprestatiedecreet kadert in de omzetting van een Europese richtlijn. Vlaanderen heeft tot 4 januari 2006 de tijd om te voldoen aan de Europese eisen tot minder energieverbruik. Eisen die inderdaad niet onbelangrijk zijn. BOUWUNIE kan een verhoogde aandacht voor verbeterde energieprestaties van gebouwen, onder meer door het beter isoleren en ventileren, enkel toejuichen.
De extra kost van de toepassing van de energieprestatienormen voor de (ver)bouwer wordt geschat op gemiddeld 3.000 euro (kost van isolatie, ventilatie en verslaggever). Hij verdient deze terug in gemiddeld vier jaar door een lagere energiefactuur.
Of Vlaanderen in minder dan twee jaar tijd aan de Europese normen kan voldoen, is wel twijfelachtig. Het decreet zou er dus in principe zo snel mogelijk moeten komen. Maar dat betekent uiteraard niet dat nu overhaast een decreet moet gestemd worden dat maar met haken en ogen aan elkaar hangt. Het huidige voorstel is volgens BOUWUNIE voor flink wat verbetering vatbaar. Zo is het noodzakelijk dat de procedure minder complex wordt en zo weinig mogelijk administratieve rompslomp meebrengt. Daarnaast voorziet het decreet in een aantal ronduit overdreven sancties. Deze moeten eruit, aldus BOUWUNIE.

Een belangrijk pijnpunt in het voorstel van decreet vormt de bijkomende administratieve rompslomp, zowel voor de (ver)bouwer, zijn architect, de aannemer(s) én de gemeenten. Vlaanderen creëert maar liefst vijf nieuwe documenten: het EPB-voorstel, de startverklaring, de EPB-aangifte, de uitstelverklaring en het energieprestatiecertificaat. De Europese richtlijn schrijft enkel dit laatste document voor. BOUWUNIE twijfelt sterk aan de meerwaarde van sommige andere documenten. Vooral de start- en de uitstelverklaring zijn overbodig, aangezien in België een verplichte werfmelding moet gebeuren. Volgens BOUWUNIE moeten deze geschrapt worden.
Het EPB-voorstel is wél nuttig, maar nu nog té vrijblijvend. Het bevat een overzicht van de te nemen EPB-maatregelen. BOUWUNIE stelt voor in het EPB-voorstel ook een energieprestatie-berekening op te nemen, waarmee (ver)bouwer en architect aantonen voldoende nagedacht te hebben over de EPB-maatregelen. Wanneer deze denkoefening pas later in het bouwproces plaatsvindt, dreigen problemen met het bouwbudget, het bouwconcept, termijnoverschrijdingen, ....
Op die manier kan ook de EPB-aangifte (beschrijft welke energie-prestatiemaatregelen in het afgewerkte gebouw aanwezig zijn) sterk vereenvoudigd worden. In principe zou dan volstaan dat een as-built-plan het EPB-voorstel aanvult.
Het energieprestatiecertificaat ten slotte is zeker nodig. Dit mag volgens BOUWUNIE wel niet leiden tot het creëren van een nieuwe markt voor certificatie-instellingen die zo de (ver)bouwer enkel op zotte kosten jagen.

BOUWUNIE klaagt daarnaast aan dat het voorstel van decreet bol staat van, soms ronduit overdreven, sancties. Boetes zijn inderdaad nodig, als stok achter de deur ingeval de energieprestatie-normen niet gehaald worden. Maar het opleggen van boetes wegens het niet naleven van puur administratieve formaliteiten gaat té ver. Zo geldt bijvoorbeeld een boete van 250 euro wegens het laattijdig indienen van bepaalde documenten. Deze buitennissige boetes moeten verdwijnen, aldus de BOUWUNIE.

Wat betreft de aansprakelijkheden stelt BOUWUNIE vast dat het huidige voorstel van Energieprestatiedecreet enkel spreekt over die van (ver)bouwer en verslaggever (d.i. architect, studiebureau, ...). Over de energie-adviseur (die de minimum prestatie-eisen vastlegt en de energieprestaties van het gebouw berekent) geen woord. BOUWUNIE vreest dat de toekomstige bestekken en contracten een aantal aansprakelijkheden zullen doorschuiven: van (ver)bouwer naar architect en/of aannemer. Vooral de kleinere aannemer - zich niet altijd bewust van de draagwijdte van dergelijke clausules - dreigt de dupe te worden. De eindverantwoordelijke is de (ver)bouwer. Maar deze is in principe een leek, die niet over de vereiste technische kennis beschikt. Hij krijgt dus een verantwoordelijkheid toegespeeld die hij niet kan invullen en zal zich daarom moeten laten bijstaan door een specialist, die ook zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Volgens BOUWUNIE moet de (ver)bouwer in het contract afdoende clausules voorzien zodat hij zich in geval van problemen, kan verhalen op de energie-adviseur.
Een andere niet onbelangrijke speler is de bouwmaterialenfabrikant. Hij moet op korte termijn de energieprestatiewaarden van al zijn producten kennen en kunnen staven, en daarnaast alle “gebrekkige” producten vervangen door producten die wél voldoen. BOUWUNIE verwacht, zeker op korte termijn, heel wat problemen op dat vlak.

Heel deze nieuwe regelgeving vraagt duidelijk een mentaliteitswijziging. Opleiding en sensibilisatie zijn dus noodzakelijk. Dit vraagt tijd. BOUWUNIE meent dat het niet realistisch is de energieprestatienormen voor alle bouwwerken tegelijkertijd in te voeren. Een trapsgewijze invoering verdient de voorkeur. Zo zouden bijvoorbeeld in een eerste fase enkel de overheidsgebouwen aan de nieuwe normen moeten voldoen, en pas in een volgende fase de particuliere woningen. Zo’n gespreide inwerkingtreding schept tijd om de nieuwe reglementering en de nieuwe normen aan te leren.

BOUWUNIE vraagt dat het huidige voorstel van Energieprestatiedecreet wordt aangepast en verfijnd, rekening houdend met de hierboven opgesomde opmerkingen. Zoniet creëert Vlaanderen de zoveelste administratieve draak. Dit was zeker nooit de bedoeling van de Europese Richtlijn. Vlaanderen moet een goed, evenwichtig Energieprestatiedecreet goedkeuren dat haar doel bereikt via een eenvoudige procedure, aldus nog BOUWUNIE.