Binnenafwerking

Gezocht: vakbekwame schrijnwerkers

75% van de schrijnwerkers die onlangs een medewerker zochten, hebben die pas na lang zoeken gevonden. Dit blijkt uit de enquête van Bouwunie, de bij Unizo aangesloten Unie van het KMO-bouwbedrijf, bij 200 Vlaamse schrijnwerkerijen. Vakbekwame schrijnwerkers zijn schaars. Bovendien stijgt de techniciteit van het beroep waardoor de nood aan hoger geschoolden toeneemt. De aanwervingsbereidheid is groot omdat de schrijnwerkers goed gevulde orderboekjes hebben. Het belang van de particuliere nieuwbouwmarkt neemt toe en de helft van de schrijnwerkers profileert zich vandaag als gespecialiseerde onderneming. De schrijnwerker doet aan technologische innovatie om beter isolerend schrijnwerk te maken en speelt een belangrijke rol in de verbetering van de energieprestaties van gebouwen.

In totaal onderwierp Bouwunie midden september 2006 200 Vlaamse schrijnwerkers, zowel leden als niet-leden van Bouwunie, aan een uitgebreide enquête. Hiervan hebben 30% geen personeel, 36% maximaal 4 werknemers, 19% 5 tot 9 werknemers en 15% 10 of meer medewerkers.

Veel werk maar schrijnwerk wordt duurder
96% van de Vlaamse schrijnwerkers zegt ruim voldoende werk te hebben. 43% heeft zelfs al te veel om handen (in de huidige bedrijfsstructuur). De verwachtingen voor de komende maanden zien er veelbelovend uit. 78% van de bedrijven denkt zijn activiteiten op eenzelfde hoog peil te houden terwijl 18% een stijging voorziet. Voldoende werk hebben, is één zaak. Maar welke prijzen kunnen de Vlaamse schrijnwerkers hiervoor aanrekenen ? Eén op de zes bedrijven ervaart dat de prijzen recent gestegen zijn en bijna een op de vijf verwacht dat deze in de komende periode zullen verbeteren. Dit betekent evenwel nog niet dat deze al op een aanvaardbaar niveau zijn beland. De arbeidskosten zijn toegenomen en de door de schrijnwerker gebruikte materialen zijn een stuk duurder geworden. Voorbeelden zijn hout (+30% t.o.v. januari 2006), glas, gipskartonplaten, pvc (+12%) en staalproducten (+22%). Bovendien zorgt de grote wereldvraag naar deze grondstoffen ervoor dat de schrijnwerker zijn bestelling minder vlot geleverd krijgt. Het schrijnwerk wordt dus duurder. Klanten moeten beseffen dat dit te wijten is aan de evolutie op de grondstoffenmarkt en niet aan de schrijnwerkers, aldus Bouwunie. Voor de aannemers zit er niets anders op dan offertes te maken met een kortere geldigheidsduur van bijvoorbeeld twee maanden en een voorbehoud te maken voor de prijsevolutie van materialen. Een vervelende zaak voor zowel schrijnwerker als klant. Het schrijnwerk dat de klant vandaag bestelt, zal binnen een half jaar onmogelijk tegen diezelfde prijs kunnen gemaakt worden.

Gezocht: geschoolde, vakbekwame schrijnwerkers
De volle orderboekjes hebben ervoor gezorgd dat 16% van de Vlaamse schrijnwerkers onlangs een of meer personeelsleden heeft aangeworven. De gunstige activiteitsvooruitzichten zorgen er bovendien voor dat 20% in de komende maanden bijkomend personeel wil aantrekken. Dat de zoektocht niet evident is, is al langer bekend. Van de bedrijven die recent aanwervingen gedaan hebben, klaagt maar liefst drie op vier over het moeilijk vinden van personeel. Het beroep schrijnwerker behoort tot de knelpuntberoepen. Dat betekent dat vacatures langer openstaan dan normaal. De evolutie in de sector zorgt er bovendien

voor dat de schrijnwerker van morgen meer technologisch onderlegd moet zijn dan de schrijnwerker van gisteren. De nood aan hoger geschoold personeel vergroot dus..

Gemiddeld 3,4 activiteiten per bedrijf
Een andere evolutie is de specialisatie van het moderne schrijnwerkbedrijf. Niet zozeer naar activiteiten toe, maar wel op het vlak van marktsegmenten waarop de schrijnwerker-interieurbouwer zijn brood verdient. Zowat alle bedrijven (95%) zijn aanwezig op de particuliere renovatiemarkt en het aantal dat actief is op de particuliere nieuwbouwmarkt heeft met 85% nog nooit zo hoog gelegen. 9% van de bedrijven is actief op de overheidsmarkt en één op de drie op de projectmarkt (d.i. kantoren, scholen, ziekenhuizen, ...). Dit zijn typische markten voor de grotere schrijnwerkbedrijven. De grootste omzet wordt gerealiseerd op de renovatiemarkt (57%). De projectmarkt vertegenwoordigt 40% van de omzet in de sector. De schrijnwerker oefent gemiddeld 3,4 schrijnwerkactiviteiten uitoefenen. Opvallend is dat het buitenschrijnwerk (o.a. ramen) opnieuw aan belang wint (62% van de ondervraagde schrijnwerkers doet dit) al blijft het binnenschrijnwerk (o.a. ingemaakte kasten) (65%) nog nipt op de eerste plaats staan. Dan volgen binnenafwerking (57%) (bv. plafonds), meubels en keukens (48%), interieurbouw (33%) (d.i. winkels en kantoren), trappen (33%) en daktimmerwerk (32%).

Een typisch aspect van de schrijnwerkerijsector is de bedrijvigheid in het atelier. Een doorsnee onderneming heeft zo’n acht houtbewerkingsmachines staan. Het gaat in de meeste gevallen om een schaafmachine (80%), een paneelzaag (77%), een bovenfrees (73%), een pennenbank (61%), een kantenverlijmer (58%), een opdeelzaag (40%) en een ramencenter (23%). Bij zowat de helft van de schrijnwerkers worden deze machines CNC-aangestuurd. Wat de techniciteit van het schrijnwerkberoep doet verhogen. Een moderne schrijnwerker bezit dus een uitgebreid machinepark en moet serieuze investeringen doen. 16% van de ondervraagde bedrijven is trouwens bezig met nieuwe investeringen in CNC-gestuurde machines.

Schrijnwerker speelt rol bij energiebesparing en gebruik van hernieuwbare grondstoffen
De verhoogde aandacht voor energiebesparing, het leefmilieu, het behalen van de Kyoto-normen en de klimaatdoelstellingen houdt kansen in voor de sector. De Vlaamse regelgeving over de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen (EPB) brengt voor de schrijnwerker weeral meer administratie mee maar betekent ook dat er nauwkeuriger moet geïsoleerd en geventileerd worden. De schrijnwerker-vakman kan isoleren zoals het moet en daken winddicht maken, de doe-het-zelver of zwartwerker niet. En is er is op dat vlak nog wel wat werk aan de winkel. De Belgische gebouwen scoren inzake energieprestatie minder goed in vergelijking met andere Europese landen. Zowat de helft van het woningbestand in België is slecht geïsoleerd terwijl een goed geïsoleerde woning 60% minder energie verbruikt. Er kan nog heel wat energie bespaard worden door o.a. meer thermische isolatie te plaatsen en hoogrendementsglas te gebruiken. Bouwunie werkt trouwens samen met IWT en het TCHN (Technisch Centrum Houtnijverheid) aan een project om beter isolerend schrijnwerk te maken. De schrijnwerker doet dus aan technologische innovatie. Bovendien werkt hij vooral met hout. De grondstof van de toekomst, want hernieuwbaar.