Fraude, illegaal vooroverleg, rekenvergoedingen, oneerlijke concurrentieverhoudingen. Nee, het is geen beschrijving van het bewind in een bananenrepubliek, maar termen waarmee de bouw recentelijk in het beklaagdenbankje is gezet. aldus ir drs Hans van Gurchom, Senior adviseur bij Damen Consultants te Delft.
En op een effectieve manier. Maar zeg nou eerlijk, de schandalen in de bouw zijn toch niet van vandaag of gister? En denkt u nou echt dat we er in de toekomst van verschoond blijven? In dit artikel betoogt Hans van Gurchom dat de huidige ontwikkelingen in de bouw eigenlijk heel begrijpelijk zijn. Echte veranderingen kunnen alleen tot stand komen als partijen bereid zijn over de grenzen van het eigen werkgebied heen te kijken.
De sleutel tot verandering daarbij is het effectiever durven managen van risico’s. Een gebouw realiseren doe je niet alleen. Er is een complex aan disciplines en partijen nodig om een gebouw vanaf de ideeëntafel gerealiseerd te krijgen. Al die partijen hebben een meer of minder vaste relatie met elkaar. Zo wordt er per project een netwerk gevormd. Elke partij, van ontwikkelaar tot aannemer, van gemeente tot architect, heeft zijn eigen rol in dat netwerk. Elke partij beheerst een ander ‘kunstje’: de architect ontwerpt, de ontwikkelaar ontwikkelt en de aannemer voert uit. Zo heeft elke partij een eigen domein waarbinnen hij werkzaam is. Binnen de grenzen van het domein zal elke partij proberen de voor hem geldende risico’s zo optimaal mogelijk te beheersen. En hier zit hem de crux, want dit maakt van de bouwondernemer een gevangene van zijn eigen vak.
Naar verloop van tijd kent iedere partij het klappen van de zweep. Althans, voor zijn eigen discipline. Op het moment dat hij geconfronteerd wordt met de discipline van andere partijen zal hij geneigd zijn zich daar niet mee te bemoeien. Immers, de risico’s die aan die andere discipline verbonden zijn beheerst hij niet.
Je dan alleen bezig houden met je activiteiten binnen het eigen domein is dan lekker veilig en lijkt te leiden tot optimalisering van de discipline.
Lijkt, want het leidt natuurlijk tot een suboptimaal product met partijen die gevangen zijn in hun eigen domein. In de bestuurskunde wordt dit een ‘locked-in’ situatie genoemd. Deze ‘locked-in’ situatie leidt er toe dat partijen alternatieven zoeken om risico’s op projectniveau of bedrijfsprocesniveau beheersbaar te krijgen.
De onconventionele en strafbare methoden die daarvan het resultaat zijn, staan met de parlementaire enquête in het middelpunt van de belangstelling.
Allemaal leuk en aardig, maar wat kunnen we dan doen aan die ‘locked-in’ situatie? Werken over de domeingrenzen is hierin het sleutelbegrip. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar hoe kan je zoiets nou voor elkaar krijgen? Om te beginnen moeten partijen zich er beter van bewust zijn dat het eindresultaat van het bouwproces ook het resultaat is van de manier waarop in andere delen van het bouwproces met risico’s wordt omgesprongen.
De volgende stap is het samen managen van de risico’s. Dat lukt niet op de manier zoals we het bouwproces vandaag de dag georganiseerd hebben.
Een goede optie is om te werken volgens het zogenaamde ‘co-makermodel’. Binnen dit model is er één partij verantwoordelijk voor het eindproduct. De (deel)risico’s binnen het bouwproces worden door de ‘co-maker’ op elkaar afgestemd. Dat kan op verschillende manieren. In de eerste plaats kunnen partijen naast en met elkaar samenwerken waarbij er één partij de coördinatie verzorgt. Ook kan een partij de organisatie van het totale proces op zich nemen en onderaannemers inschakelen voor de uitvoering van onderdelen van dat proces.
Deze laatste manier is vergelijkbaar met de manier waarop bijvoorbeeld in de auto-industrie gewerkt wordt. Een ‘co-makerconsortium’ is een langdurig samenwerkingsverband van partijen afkomstig uit alle disciplines van de bouw. Samen zijn zij verantwoordelijk voor de kwaliteit van het eindproduct. Communicatie met de opdrachtgever en/of de klant loop via een centraal aanspreekpunt binnen het ‘co-makerconsortium.’
Wat zijn hier nu de voordelen van? In de eerste plaats wordt de klant niet geconfronteerd met afstemmings- en coördinatieproblemen binnen de bouwkolom. De klant heeft één loket en wordt niet van het kastje naar de muur gestuurd. Door een optimalere organisatie van het bouwproces kan een beter en gegarandeerd product geleverd worden.
Tevens is het klimaat voor innovaties en industrialisatie veel gunstiger. Hierdoor zijn de kansen voor bijvoorbeeld Industrieel, Flexibel en Demontabel (IFD) Bouwen ook veel groter. En ‘last but not least’, de noodzaak om terug te vallen op ongewenste methoden om risico’s af te dekken zal veel minder zijn. Maar ja, hoe kan van bouwondernemers verwacht worden dat zij over hun domeingrenzen heen kijken als de risicobeheersing binnen het eigen domein niet eens op orde is? Of met andere woorden: wie staat op en richt het eerste ‘co-makerconsortium’ op?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

