Algemeen

Gemengde projecten met PPS alternatief torenflatwijken

Monotone woontorens zijn volgens recent onderzoek naar onze stadsbuurten de grootste probleembuurten geworden. Stadsontwikkeling moet voortaan dus anders worden aangepakt, aldus de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB), en moet integendeel gericht zijn op een harmonisch samengaan van wonen met andere functies, zoals handel en recreatie. Om deze integratie tot stand te brengen zijn professionalisme en publiek-private samenwerking vereist. Dat blijkt uit de studiedag die de VCB hierover vandaag organiseert. Een belangrijke impuls zijn de 30 miljoen euro subsidies die de Vlaamse overheid voor de jaren 2007, 2008 en 2009 aan PPS-projecten voor stadsvernieuwing zal uitgeven. De VCB gaat ervan uit dat deze subsidies uiteindelijk voor 600 miljoen euro aan investeringen in gemengde projecten zullen opleveren.

De appartementsbouw blijft het goed doen in Vlaanderen. De Vlaamse bouwmarkt is voor 60% een markt van appartementen geworden. De VCB stelt wel vast dat in het buitengebied steeds meer appartementen worden gebouwd. Maar ook in de steden moet er voldoende ruimte voor nieuwe appartementen komen. Bovendien moet het in deze appartementen aangenaam zijn om wonen. Precies een verwevenheid van functies zal tot aangenamere appartementsgebouwen leiden dan eenzijdig op het wonen gerichte wijken. Die zijn intussen tot de belangrijkste probleembuurten uitgegroeid.

Een verwevenheid van functies, zoals handel, recreatie, kantoor, industrie en wonen, is trouwens het uitgangspunt van de ruimtelijke structuurplannen die de steden momenteel uitwerken. Volgens de structuurplannen zou de klemtoon zelfs op het wonen moeten liggen. In de realiteit wordt deze doelstelling niet bereikt. Steden worden steeds populairder als shopping-, recreatie- en dienstencentra. Maar de woningbouwactiviteit blijft er achter op de woningbouw in het buitengebied.

Als alternatief voor monotone woonblokken pleit de VCB voor gemengde projecten, met bijvoorbeeld kantoor- en winkelpanden op de benedenverdieping en woongelegenheden op de bovenverdiepingen. In deze projecten zijn ook combinaties van private en sociale woningen mogelijk. Enkel via dergelijke gemengde projecten is het mogelijk in de steden tot betaalbare appartementen te komen, die ook nog aangenaam zijn om in te wonen. Bovendien zal de sociale woningbouw op die manier veel beter in het stedelijke weefsel ingepast zijn dan met eenzijdig op sociale woningbouw gerichte woonblokken.

In 15 van de 17 stadsvernieuwingsprojecten die de Vlaamse overheid tijdens de voorbije jaren al heeft gesubsidieerd, werd ruimte gecreëerd voor woningen en appartementen, naast de ruimte die werd voorbehouden voor handelszaken, cultuurcentra en bioscopen, sportfaciliteiten en verzorgingscentra, nieuwe straten, pleinen en parkeerterreinen. Met de subsidiëring van zo’n gemengde projecten is de Vlaamse overheid op de goede weg. Al deze projecten werden via publiek-private samenwerking gerealiseerd. Dat was het uitgangspunt en trouwens ook de enige mogelijkheid. Bij vermenging van functies moet het geheel steeds groter zijn dan de som van de delen. Een dergelijke integratie en wisselwerking zijn niet mogelijk als publieke en private partners elk apart aan de slag gaan.

Binnen heel wat bouwbedrijven en bouwpromotoren is op dit vlak een specifieke knowhow tot stand gekomen, die niet mag verloren gaan. De Vlaamse subsidies hebben een belangrijke dynamiek teweeggebracht. De VCB is dan ook verheugd dat Vlaams minister van stedelijk beleid Marino Keulen in 2007 zeven miljoen euro vrijmaakt om een aantal bijkomende gemengde stadsvernieuwingsprojecten te subsidiëren, die zich momenteel al in een ver gevorderde fase van concretisering bevinden. Dit is de beste garantie voor continuïteit in de nieuwe aanpak die momenteel in Vlaanderen rond stadsvernieuwing wordt gevolgd. De VCB is ervan overtuigd dat de extra 30 miljoen euro subsidies die de Vlaamse overheid in totaal voor de periode 2007-2009 zal vrijmaken voor PPS-projecten op het vlak van stadsvernieuwing, zoals met de 17 reeds eerder gesubsidieerde projecten, het twintigvoudige aan investeringen zal losweken, wat neerkomt op een totaal investeringsbedrag van 600 miljoen euro.