Nog niet eens zo lang geleden stonden bij iedere boerderij wel een paar soorten vruchtbomen: appels, peren, kersen, pruimen enz.
Meestal waren dat hoogstamvormen, want het jongvee liep op het gras eronder. Omdat de zorg voor het jongvee meestal de taak van de boerin was, werd zo’n weitje en dus ook de boomgaard, dicht bij huis gesitueerd.
Voor onze tegenwoordige tuinen worden die hoogstam- fruitbomen te groot, daarom worden heel veel rassen op onderstammen geënt die voor een veel gematigdere groei zorgen.
Groot voordeel van een kleiner blijvend boompje (of zelfs een struikvorm) is dat de plant dan veel eerder bloeit en vruchten geeft. Daar moeten grootfruitsoorten, zoals appels en peren, namelijk eerst volwassen voor zijn. En dat duurt langer als je eerst groter moet groeien.
Lees het complete artikel op Groen.net
Meer over Tuin
Tuintips voor de tweede week van juni
5 juni 2026Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

