De markt voor publiek-private samenwerking (pps) in heel Europa trekt fors aan. Tegelijkertijd kampt Engeland, de bakermat van pps, met problemen. Dit meldt de internationale juridische adviesgroep DLA Group in zijn jaarlijkse rapport.
De markt voor privaat gefinancierde projecten in Europa bedraagt zo’n 95 miljard euro. Het gaat hierbij om projecten die tussen nu en 5 jaar op de markt komen. Dat betekent een enorme groei van de markt. Het bedrag is drie keer zo hoog als wat alleen in Engeland in de afgelopen zeven jaar aan pps-projecten is weggezet.
De grootste markt is Italië met 32,9 miljard aan projecten die zijn aangekondigd of in de aanbestedingsfase zitten. Hierbij gaat het overigens zowel om klassieke concessiecontracten als de modernere en meer geavanceerde vormen.
Duitsland heeft een potentiële markt van 17,7 miljard waarmee het op de tweede plaats staat. Nederland bungelt op de negende plaats met 1 miljard aan mogelijke pps-projecten. In dit cijfer zit niet de bovenbouw van de hsl-zuid. Of al deze projecten er ook daadwerkelijk komen, is nog lang niet zeker. Tijdens een recente bijeenkomst met 250 belanghebbenden uit de diverse Europese landen bleken aannemers en financiers nogal verschillend aan te kijken tegen de vraag of de marktcondities zodanig zijn dat pps-projecten ook makkelijk kunnen worden uitgevoerd.
Hooggespannen
Spanje scoorde op deze vraag voor zowel aannemers als financiers hoog. De verwachtingen zijn daar hooggespannen en de condities goed. Voor Nederland ligt dat anders. Aannemers hebben redelijk hoge verwachtingen maar vinden de marktcondities maar matig. De financiers hier hebben aanzienlijk lagere verwachtingen maar vinden de condities beter dan de aannemers.
Engeland, het land waar private financiering al jaren wordt gepraktiseerd, blijkt last te hebben van de wet van de remmende voorsprong. Vooral in 2002 en in iets mindere mate 2003 is er daar sprake van een stagnatie in opdrachten. Dit heeft gedeeltelijk te maken met nieuwe aanbestedingsvormen die zijn ontwikkeld en gedeeltelijk met stagnatie in de voortgang van projecten.
Engelse aannemers worstelen bovendien nog steeds met het feit dat het aanbestedingstraject veel te lang duurt en alleen maar ingewikkelder wordt. Consequentie daarvan is dat de aanbestedingskosten, waar al jaren over wordt geklaagd, hoog blijven.
Uit het rapport van DLA blijkt dat praktisch alle landen driftig op zoek zijn naar methoden om de markt transparanter te krijgen waardoor ook concurrentie uit het buitenland een kans heeft.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

