Algemeen

Enquêtecommissie raakt in verwarring over zeezandkartel

De enquêtecommissie lijkt door de publiciteit rond de zogenoemde Fortput in IJmuiden op het verkeerde been te zijn gezet. Volgens mediaberichten zou de combinatie Zeezand IJmuiden, met Boskalis en Ballast Ham Dredging, een monopolie hebben waarmee ze ook de prijs van ophoogzand kon bepalen. De Pender legde uit dat er volstrekt in alle openbaarheid een inschrijving op de put plaatsvond. Dat gebeurde door de dienst van de Domeinen van het ministerie van Financiën. Daarbij vroeg Domeinen om een bepaalde hoeveelheid zand aan te leveren in de put tegen een vastgestelde vergoeding voor Domeinen. Degene die erin slaagde uit de put zand te leveren voor de laagste prijs, won de concessie. Goedkoper

De directeur van zandhandelaar Mijnster, dochter van Ballast Ham Dredging, legde uit dat de baggeraar die toevallig ook de opdracht had om havenonderhoud te plegen, een voordeel had boven anderen. In ieder geval voor put 1016 in het Nieuwe Waterweggebied was dat de combinatie Boskalis/Ballast Ham Dredging. Die kon daardoor met volle hoppers bagger naar de Noordzee varen en geladen met zand weer terug. Daardoor kon de combinatie het zand goedkoper aanleveren. De commissie hield De Pender voor dat de Fortput pas in 1996 voor het eerst bij openbare inschrijving was vergeven. Daarvoor was het Rijkswaterstaat geweest die vanwege een onderzoek naar de mogelijkheden om onderhoudsbaggerwerkzaamheden te combineren met de exploitatie van de overslagput, telkens de vergunning voor Zeezand IJmuiden had verlengd. Daarmee wilden de ondervragers de suggestie wekken als zou de combinatie toen wel hebben gesjoemeld. De Pender, die pas in 1994 uit Frankrijk terug was gekomen in Nederland, kon daar niets over zeggen.

De Pender verklaarde voor de commissie dat de winning van ophoogzand geen enkel probleem is. "Iedereen die dat wil kan een vergunning krijgen om zand te winnen in de Noordzee. Het enige probleem dat er dan is met de levering is de transportcapaciteit. Dat heeft zich vorig jaar voorgedaan. Maar toen kwamen tegelijkertijd de aanleg van de zandlichamen van de Betuwelijn en de HSL-Zuid op de markt. Op een gegeven moment zijn er gewoon geen beunschepen meer", aldus De Pender.

Het is ook het enige jaar geweest dat Mijnster nee heeft moeten verkopen als aannemers vroegen om zandlevering. "Helaas", zei de Pender. Hij vond ook dat de overheid niet slim bezig was om twee megawerken tegelijk op de markt te gooien.

Dat bracht de commissie aanleiding te veronderstellen dat aannemers graag zandhandelaren binnen zouden willen halen om daarmee te zorgen voor een ongestoorde toelevering van zand. "ik kan mij er niets bij voorstellen dat er aannemers zijn doe via de zandmarkt de bouwmarkt zouden willen afschermen", meende De Pender.

Ook de suggestie als zouden aannemers met een zandhandelaar in huis concurrentievoordeel zouden behalen door lagere prijzen te kunnen berekenen voor het zand, verwees hij naar het rijk der fabelen. "De concurrentie op de markt van ophoogzand is zo groot dat de prijs vrijwel vastligt."

Moeder Ballast Ham Nederland kreeg wat hem betreft ook niet de lengte om een lagere prijs te bedingen. "Het naar boven halen en transport van zand heeft een bepaalde prijs. Die vraag ik. Als mij moeder vraagt om een lagere prijs, dan zeg ik nee", aldus de Pender.

Hij gaf de commissie nog een dringend advies, namelijk om de bouw niet als één geheel te beschouwen. "Laten we oppassen dat we niet allemaal over één kam geschoren worden. Dta dreigt nu te gebeuren. Daar wordt ik heel verdrietig van."