Algemeen

Een realistisch huis van de toekomst

Woonwensen groeien, technologie biedt nieuwe kansen. De Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) legt het verband. Geen science fiction maar op de praktijk geënte toepassingen.

Bewonerswensen zijn een slecht ontgonnen terrein. Daarom staat het ‘gebruiksproces’ van de woning centraal in dit project Het Nieuwe Wonen.

De resultaten worden in de loop van volgend jaar gepresenteerd. De bevindingen van de deelnemers staan dan in boekvorm op papier. Maar het denkproces dat in gang is gezet, moet ook daarna zijn vruchten blijven afwerpen.
Het hele woonproces wordt kritisch bekeken, van wasmachine-aansluiting tot buurtvoorziening. Een vruchtbare kruisbestuiving moet ontstaan, zo is de opzet, door uiteenlopende disciplines bij elkaar te brengen. Huizen van de toekomst, niet als futuristische droombeelden, maar toegesneden op de praktijk. Met alle beperkingen en variaties die daarbij horen, schetst projectleider Michiel van Well de bedoeling.
Het ongeveer vijftigkoppige gezelschap dekt een heel scala aan betrokkenen: de deelnemers zijn tientallen specialisten, uit onder meer de aannemerij, installatiesector, corporaties, architectuur, wetenschap, zorg, overheid en maatschappelijke organisaties, van het multiculturele instituut Forum tot vrouwenadviescommissies.
Dat de bewoners van de toekomst centraal staan, is volgens Van Well op zich al een innovatie. “Huizen worden in Nederland overwegend bedacht door mensen die er zelf niet in hoeven te wonen. Opdrachtgevers zijn vrijwel altijd tussenpersonen; ontwikkelaars, corporaties, overheden. Over de gebruikers is maar weinig bekend.”
De STT heeft de onderzoeksvraag concreet gemaakt aan de hand van een aantal personages. Die belichamen samen de opgave waarvoor de woonbranche de komende decennia komt te staan. De deelnemers bekijken voor deze typen alle aspecten waar ze in en rond de woning mee te maken krijgen.

Gebruiksproces
Alledaagse processen zullen opnieuw worden geanalyseerd. Hoe dat kan gaan, schetst hij aan de hand van de elementaire behoefte eten. Daar zit voor een bewoner van alles aan vast. Het gaat niet alleen om voeding maar ook om logistiek, geld, ontspanning en sociale contacten.
Kwesties hieromheen zijn bijvoorbeeld de plaats en vorm van de keuken, opslagruimte, de eetkamer, de buitendeur (uitladen van boodschappen) en winkelvoorzieningen. “Hoe loopt zo’n proces en hoe sluiten de verschillende onderdelen op elkaar aan. Discussies gaan vaak over het ontwerpproces maar het gebruiksproces is zeker zo interessant.”
In het verlengde van de eet- of woonkamer speelt de behoefte aan privacy, tegenover die aan ontmoetingen. “Je kunt huizen zo ontwerpen dat je verschillende kamers kunt bereiken zonder door de woonkamer te hoeven.” Kan een wens zijn, weet hij. “Aan de andere kant, kan er behoefte bestaan aan een ruimte waar je elkaar tegenkomt en altijd kunt aanschuiven.”
Woningen – standaard ontworpen – moeten op verschillende manieren kunnen worden gebruikt. Afhankelijk van de gebruikers, in een pluriforme, multiculturele samenleving. Er blijken grenzen. Corporaties hebben eens geëxperimenteerd met keukens ontworpen als verblijfplaats voor vrouwen, aan het zicht onttrokken. Het was een wens van huurders. “Je moet je afvragen of je zulke wensen wel wil faciliteren.”

Sprong
Kruisbestuiving tussen de deelnemende disciplines kan leiden tot extra innovatie. “Vooruitgang wordt vaak juist geboekt op het moment dat mensen elkaar ontmoeten die daarvoor geen contact hadden. “Zoals”, illustreert hij, “toen eind zeventiende eeuw wetenschappers en gilden met elkaar in contact kwamen. Dat heeft destijds een grote sprong in het denken opgeleverd.”
Het Nieuwe Wonen zal leiden tot een ander beeld dan de ‘huizen van de toekomst’ zoals Chriet Titulaer ze neerzet, verzekert Van Well. “Die kijkt wat allemaal kan als er geen beperkingen zijn. Dat geeft een mooi beeld van wat technisch mogelijk is, maar in de praktijk nooit kan worden gerealiseerd.”