Na een periode van betrekkelijke stilte komt baksteen als bouwmateriaal weer terug in de gratie van architecten.
In het lijvige boekwerk ‘Baksteen, geschiedenis, architectuur, technieken’ zijn vele opmerkelijke staaltjes geschiedenis van duizenden jaren techniek en architectuur van baksteen te vinden. Na een periode van stilte komt baksteen weer terug in de grate van architecten
Tot voor kort lag het voor de hand dat als een architect een flitsend en modern gebouw wilde ontwerpen, zijn voorkeur doorgaans uitging naar staal, beton en veel glas. Baksteen was een beetje het stiefkindje onder de bouwmaterialen en was in Nederland onverbrekelijk verbonden met de periode van de Amsterdamse School en de dertiger jaren. Baksteen leek passé en werd regelmatig afgedaan als esthetisch behang voor woningen. Maar de baksteen is helemaal terug, getuige bijvoorbeeld de woonblokken op het Java-eiland en utiliteit zoals het CentreCourt in Den Haag.
Baksteen is mooi en functioneel
en dat is te lezen en vooral te zien in het onlangs verschenen boek ‘Baksteen, geschiedenis, architectuur, technieken’ van James W.P. Campbell. In dit geheel aan baksteen gewijde boek zijn ruim 600 foto’s en illustraties opgenomen waarvan 570 in kleur. Architectuurfotograaf Will Pryce heeft in afstand de wereld wel twee keer gerond en is 3 jaar bezig geweest om de collectie foto’s voor het boek samen te stellen. Het resultaat is een uniek architectuurboek dat de geschiedenis volgt van baksteen vanaf vijfduizend jaar voor Christus tot de toepassing in de hedendaagse bouwsector. De beschreven bouwwerken lopen uiteen van immense uit baksteen opgetrokken badhuizen en basilica’s in het oude Rome, via gefortificeerde en gotische kerken, de tempels van Pagan en de Mogolmoskeeën in India, de koepel van Brunelleschi tot de woonblokken op het Java-eiland en de toegangsvleugel van het Openluchtmuseum uit 1988 ontworpen door Francine Houben van Mecanoo Architecten.
Een van de doelstellingen van Campbell is de presentatie van een historisch overzicht over de ontwikkeling van het stenen bakken en metselen. Maar het is ook de geschiedenis van gemetselde constructies zoals gebouwen, muren en bruggen.
Campbell besteedt daarbij ook aandacht aan de Nederlandse bouwkunst in een hoofdstuk over de verlichtingsidealen in ‘Baksteen en de geprofileerde topgevels van Noord-Eurpa’. En dat is niet zo bijzonder omdat in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw Holland en Vlaanderen de belangrijkste centra waren voor bouw in metselwerk. De Nederlanders hadden volgens Campbell een ‘geraffineerde baksteenindustrie’ ontwikkeld die gebruikmaakte van enorme ovens waarin meer dan 500.000 stenen tegelijk gebakken konden worden. Onderzoek wees uit dat in de buurt van Leiden in de zeventiende eeuw ruim dertig ovens stonden waarin in elk daarvan drie- tot vijf maal per jaar 600.00 stenen werden gebakken. De totale productie wordt geschat op ruim 200 miljoen bakstenen. Ook schenkt de auteur aandacht aan Petrus Cuypers en de neogothiek in Nederland en de Amsterdamse School en Dudok.
Toekomst
Over de toekomst van baksteen is Campbell positief. De geschiedenis geldt voor hem als een bron van informatie en inspiratie voor toekomstige ontwerpers en hij besluit zijn conclusie met de verwachting dat nu blijkt hoe succesvol baksteen gedurende vele duizenden jaren is geweest, het niet onredelijk is te veronderstellen dat ‘baksteen nog geruime tijd om ons heen zal zijn’.
Het boek besluit met een glossarium verrijkt met tekeningen, een bibliografisch essay en index. Helaas bevat het glossarium omissies zoals enkele beschrijvingen van metselverbanden die mogelijk het gevolg zijn van de vertaling. Maar deze kleine onvolkomenheden mogen de pret niet drukken. Baksteen is een compleet boek dat zijn bedoeling als ‘volledige gids’ waarmaakt.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

