De problemen in de bouwsector, zoals die bij aannemers naar voren komen, moeten volgens Wubbo Hazewinkel aanleiding zijn om de gehele bouw grondig te moderniseren. Vooral op ICT- gebied stelt hij vast dat het met de C van Communicatie nog droevig is gesteld. De I en de T zijn in onze technische wereld inmiddels redelijk ontwikkeld, maar de C blijft in de bouwsector ver achter.
De informatieoverdracht van ontwerper naar bouwer geschiedt nog steeds op primitieve wijze door middel van tweedimensionale tekeningen.
Het bouwproject, dat per definitie ruimtelijk dus driedimensionaal is, wordt omwille van de communicatie teruggebracht tot tweedimensionale tekeningen. De huidige automatisering is dermate ontwikkeld dat digitale en driedimensionale gegevens integraal kunnen worden uitgewisseld en intelligentie kan worden toegevoegd. Onze huidige tekeningen zijn in feite, ondanks de huidige tekensoftware, nog net zo primitief als de oorspronkelijke blauwdruk.
Alle bij een bouwwerk betrokken partijen maken nog steeds eigen tekeningen. In de praktijk blijkt dit gepaard te gaan met veel onvolkomenheden. Onderlinge verschillen in tekeningen, incorrecte maatvoering als gevolg van menselijke fouten. Deze bron van fouten en miscommunicatie leidt tot faalkosten, volgens onderzoekers oplopend tot 25 procent van de bouwkosten.
Daarom is het dringend nodig de gehele communicatie in de bouw drastisch te verbeteren. In plaats van het primitief tekenwerk maakt de architect met toepassing van moderne, reeds bestaande computertechnieken een driedimensionaal virtueel prototype van een gebouw. Dit 3D-model geeft alle informatie op het gebied van constructies, materialen en hoeveelheden.
Integraal model
Het ontwerp wordt reeds in de schetsfase in dit 3D-model verwerkt, dat naarmate het ontwerpproces vordert steeds meer wordt gedetailleerd. Maar niet alleen bouwkundig ook constructief en installatietechnisch wordt alle informatie verzameld in dit integrale 3D-model, zodat er een compleet en volledig virtueel prototype van het project ontstaat. Om daadwerkelijk iets met deze informatie te kunnen doen is het nodig om vanaf het eerste moment van modelleren een consequente werkwijze te hanteren. Daarvoor is door het Amsterdamse bureau 3D BluePrint Technologies BV de Regiplan Methode ontwikkeld.
Bij het modelleren volgens deze methode wordt uitsluitend met gebruikersruimten en volumes gewerkt. Aan elke volume/ruimte wordt een unieke code toegekend. Dit geschiedt zowel voor het totaalvolume van het gebouw in de eerste schetsfase, alsook aan het volume van een kabelgoot bij de nadere uitwerking. Daardoor kan allerlei data aan de volumes worden gekoppeld. Niet alleen oppervlakte en hoeveelheden, maar ook berekeningen (bijvoorbeeld van EPC-waarde) of een koppeling naar tijdsplanning.
In de besteksfase levert het 3D-model de complete gegevens die nodig zijn voor de realisatie. Gedetailleerde hoeveelheden, materiaallijsten en afwerkingstaten. Door het ter beschikking stellen van 3D-model met daaraan gekoppeld intelligente informatie ontstaat een integraal proces. Alle projectpartners, niet alleen ontwerpend, maar ook de uitvoerende partijen, hebben hun specifiek inbreng bij het model.
Participatie
En omdat het model op ware grootte geprojecteerd kan worden, kan iedereen actief participeren in het vooraf oplossen van problemen voordat er feitelijk gebouwd gaat worden.
Voor die situaties waar het nodig is om traditionele tekeningen te hanteren, worden deze uit het 3D model gegenereerd. Aanvraagtekeningen voor vergunningprocedures of details op grote schaal, het 3D (computer)model berekent de tekening. Dus eventuele wijzigingen in de planvorming behoeven slechts eenmalig in het 3D-model te worden aangebracht. Het traditionele tekenwerk komt bij de nieuwe architect niet meer voor.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

