Algemeen

Budget leidt tot creatief meedenken

Medewerkers van de afdeling Beheer & Onderhoud van de provincie Zuid-Holland schreven jarenlang bestekken vol om hun budget te behouden en pleegde daarmee valsheid in geschrifte.

De nieuwe lichting weet vaak niet eens dat het volschrijven niet mag. Veel medewerkers krijgen in hun inwerkperiode te horen dat het zo werkt. Griffier M. van Wieringen-Wagenaar heeft naar aanleiding van een onderzoek van forensisch accountant Arthur Andersen naar onder meer het handelen van de ambtenaren, diverse medewerkers gesproken. Zij hoorde diverse verklaringen voor de valsheid in geschrifte, zoals ‘het moest van de chef’. Zij ontkent voor verschijning van het rapport van de praktijken geweten te hebben. Het onderzoek van Arthur Andersen bevestigt dat.
Medewerkers wisten vaak niet dat er een calamiteitenpot bestaat bij de provincie, waardoor niet alle werkzaamheden uit het onderhoudsbudget betaald moeten worden. Als het geld aan het eind van het jaar niet op was, zou het jaar daarop minder beschikbaar zijn. Onderhoud is niet elk jaar hetzelfde, waardoor er belang bestond bij behoud van het budget. Hiervoor werden de groenbestekken volgeschreven. Dat betekende ook dat in een aantal gevallen facturen werden ingediend door aannemers waar geen prestatie tegenover stond. Ambtenaren pleegden daarmee valsheid in geschrifte. Deze rekeningen kregen vreemde omschrijvingen, zoals opruimen van maaigerei in de winter.
Zij waren bang in geval van nood geen geld meer over te hebben, maar wisten niet van het calamiteitenpotje van de provincie. In plaats daarvan maakten zij potjes bij aannemers die aan het eind van het jaar de rekening stuurden voor werk wat zij pas het volgend jaar leverden.

Vooruitbetaald
Onderzoeker P. Schimmel van Arthur Andersen verklaarde ook rekeningen te hebben gezien voor bermen die inmiddels al uit het areaal waren verdwenen. In totaal werd zo jaarlijks 5 tot 10 procent per jaar werd vooruitbetaald. Het werk werd wellicht wel geleverd door de aannemer aan de provincie. Waar was niet meer te achterhalen, omdat geen tweede factuur voor hetzelfde geld geschreven werd. Uit gesprekken met betrokkenen begreep Schimmel dat dit behoud van het geld ook ontstond uit verantwoordelijkheidsgevoel van onder meer de kantonniers. Zij worden immers aangesproken op het ontstaan van onveilige situaties vanwege achterstallig onderhoud.