Algemeen

Brits voorbeeld kan de weg wijzen

Niet de Duitse doctrine van de laagste prijs, maar de manier waarop overheid en bouwsector in Groot-Brittannië met elkaar bezig zijn, kan voor Nederland als voorbeeld dienen.

Dat vindt bestuursvoorzitter H.J. Hazewinkel van Koninklijke Volker Wessels Stevin. Op het aanbestedingscongres van Cobouw hield hij zijn gehoor voor dat veranderingen noodzakelijk zijn. “De sector moet openstaan voor veranderingen en nadrukkelijk afstand nemen van eigen oplossingen. Maar de sector kan dat niet alleen. Actieve ondersteuning van het veranderingsproces en initiatieven van de overheid op dit punt zijn voorwaarden voor succes. Niet alleen een monopoliepositie aan de aanbiederszijde, maar ook een monopoliepositie aan de opdrachtgeverszijde vraagt om nadere regels”, aldus Hazewinkel.
Ondanks veelbelovende initiatieven met nieuwe aanbestedingsmethodieken en geïntegreerde projecten, overheerst in ons land de oude bouwpraktijk van capaciteit leveren, gedetailleerde bestekken en laagste-prijsdoctrine in een groot deel van de publieke sector. De parlementaire enquête bergt het risico in zich dat de ontwikkeling van een nieuwe bouwpraktijk gaat stagneren.
“Het slechtst denkbare alternatief is Duitsland, een bouwsector volledig gedomineerd door selectie op de laagste prijs. Gevolg is juridisering, slechte kwaliteit, slechte performance, hoge werkloosheid en een aandeel van 20 procent in het te verwachten aantal faillissementen in 2002”, waarschuwde Hazewinkel.

Task force
Veel meer ziet hij in de manier waarop in Engeland de zaak is aangepakt. Een task force is daar aan de slag gegaan omdat op regeringsniveau gezien werd dat het niet goed ging met aanbesteden en de bouwsector. Dé oplossing: werk met geïntegreerde bouwteams.
De bedoeling daarvan is te komen tot kostenreductie, “niet de bouwkosten maar de totale stichtingskosten”, en verbeteringen van de productiviteit en het resultaat. Inmiddels is het denken verder gegaan en wordt niet alleen naar de stichtingskosten gekeken, maar naar de totale kosten gedurende de levensduur.
Enkele kanttekeningen zette Hazewinkel er wel bij. Zo blijken de aanbestedingskosten vooral in private finance initiative-projecten hoog te zijn. “Enkele ondernemingen halen hun performance niet vanwege hoge aanbestedingskosten”, wist Hazewinkel. Bedrijven als Amec en Amey zijn inmiddels ook zeer terughoudend geworden mee te doen in pfi-aanbestedingen.
“Kernbegrip is vertrouwen. Dat moet worden hersteld. Daarnaast moeten bouwers accepteren dat collega-aanbieders worden uitverkoren op basis van andere criteria dan alleen maar de prijs. Als dat te vaak ter discussie wordt gesteld, dan stimuleert dat niet echt tot vernieuwing bij opdrachtgevers”, waarschuwde de KVWS-topman.