De Vlaamse bouwsector beleefde een conjunctureel dieptepunt in het jaar 2002. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het aantal vacatures vanuit de Vlaamse bouwbedrijven in 2002 en vooral in het voorjaar van 2003 sterk verminderde. Maar zoals duidelijk blijkt uit de bijgevoegde tabel, is het aantal vacatures de laatste maanden weer gestaag aan het stijgen. Het maandelijks aantal vacatures voor de bouwsector ligt nu terug boven 2.500.

Maar uit hoeveel werkzoekenden kunnen de bouwbedrijven putten om hun vacatures in te vullen? En wat kunnen en kennen deze werkzoekenden? Waarbij niet zozeer het diploma van belang is dan wel de concrete schilder-, metsel-, schrijnwerk- en andere vaardigheden waarover de werkzoekenden beschikken.
De VDAB heeft er geen flauw benul van. Tijdens de jaren ’90 volgde de studiecommissie Maris de Vlaamse bouwarbeidsmarkt op. Toen kwam men naargelang van de evolutie van de bouwconjunctuur tot 5.000 à 12.000 werkzoekenden bouw. Maar nu komen de statistieken van de VDAB uit op 32.000 ‘niet-werkende werkzoekenden voor bouwberoepen’. De enorme problemen die aannemers momenteel ondervinden om arbeiders te vinden, wijzen erop dat deze cijfers niet kunnen kloppen.
De statistieken van de VDAB over de werkzoekenden zijn dus in belangrijke mate ‘vervuild’. Tussen hun ‘werkzoekenden bouw’ zitten duizenden mensen die helemaal niet voor een bouwberoep gemotiveerd, laat staan geschikt zijn. Vandaar dat de VCB voor het nieuwe convenant tussen de bouwsector en de Vlaamse regering uitdrukkelijk voor een sectorale screening heeft gepleit. Op basis van zo’n screening zullen de bouwbedrijven eindelijk weten met welke en hoeveel werkzoekenden ze daadwerkelijk verder acties kunnen ondernemen.
Sommigen onder deze werkzoekenden zullen onmiddellijk in een bouwbedrijf terechtkunnen. Maar hun aantal zal beperkt zijn. Voor een groot aantal zal een opleiding in het bedrijf zelf het meest geschikt zijn. Dit kan gebeuren via een IBO (individuele beroepsopleiding in de onderneming). Voor nog een aantal zal eerst een training in een opleidingscentrum aangewezen zijn. Maar al deze acties – toeleiding en bemiddeling naar bedrijven, IBO en opleiding – zal men slechts efficiënt kunnen organiseren als men eerst weet vanuit welke arbeidsreserve men precies kan vertrekken.
De VCB is voorstander van een degelijke voorafgaandelijke screening omdat zij uiteindelijk tot minder nodeloze opleidingen en tot een snellere invulling van de vacatures van de bouwbedrijven zal leiden. En dat moet toch de uiteindelijke doelstelling zijn, ook voor de Vlaamse overheid.
Marc Dillen, Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

