Algemeen

Bouwunie wil doortastende aanpak oneerlijke concurrentie

Federaal minister van Werk Peter Vanvelthoven [foto] lanceert een elektronisch registratiesysteem voor buitenlandse werknemers en zelfstandigen in de bouw. Bouwunie, de bij Unizo aangesloten Unie van het KMO-bouwbedrijf, is tevreden met dit initiatief. Dankzij de aanmelding weet de inspectie dat onderneming X met arbeider Y aan het werk is op werf Z. Positief is voorts dat de opdrachtgever ook een rol toebedeeld krijgt. Hij moet immers de aanmelding door de buitenlandse werkgever of zelfstandige op zich nemen als deze dit zou nalaten. Het registratiesysteem is volgens Bouwunie maar een onderdeel in de aanpak van de oneerlijke buitenlandse concurrentie in de bouwsector. De inspectiediensten moeten ook nagaan of voor de aangemelden alle loon- en arbeidsvoorwaarden worden nageleefd. Bouwunie pleit daarnaast voor de ontwikkeling van een databank of website waarop aannemers en inspectiediensten vooraf kunnen controleren of een buitenlands bouwbedrijf aan de verplichtingen voldoet. Pas dan kan er sprake zijn van enige aansprakelijkheid van de hoofdaannemer voor wanpraktijken van een buitenlandse onderaannemer.

Vanaf volgend jaar wordt een elektronisch registratiesysteem voor buitenlandse arbeidskrachten in de bouw in gebruik genomen. Het gaat zowel om werknemers als om zelfstandigen die in België komen werken. De registratie of aanmelding moet gebeuren door de buitenlandse werkgever of zelfstandige. Als die dat niet doet, moet de opdrachtgever of hoofdaannemer de buitenlanders melden. Hierdoor kunnen inspecteurs bij onaangekondigde invallen op werven onmiddellijk nagaan welke buitenlandse werknemers en zelfstandigen aangemeld zijn.

Bouwunie wijst er op dat het werk van de inspectiediensten hiermee niet afgelopen is. Dankzij de aanmelding weet de inspectie dat onderneming X met arbeiders Y aan het werk is op werf Z. Niets zegt dat een aangemelde arbeidskracht met de overige wet- en regelgeving in orde is. De inspectiediensten moeten ook controleren of die werknemers correct vergoed worden, of de buitenlandse werkgever de Belgische arbeidsvoorwaarden naleeft, de veiligheidsvoorschriften nakomt, enzovoort.

De overheid kan deze verantwoordelijkheid niet zomaar doorschuiven naar de hoofdaannemer en de opdrachtgever. Er is momenteel immers ook een wet in de maak die hoofdaannemers aansprakelijk stelt voor zwartwerk in onderaanneming. Het is niet de opdracht van de Belgische hoofdaannemer om na te gaan of een buitenlandse onderaannemer zijn werknemers correct betaalt en de Belgische én buitenlandse wetgeving naleeft. Een ongenuanceerde uitbreiding van de aansprakelijkheid van de hoofdaannemer, is dan ook uit den boze. Bouwunie pleit voor een website waarop de aannemer kan controleren of hij kan samenwerken met een buitenlands bouwbedrijf. Zolang die website of databank er niet is, kan de hoofdaannemer niet verantwoordelijk gesteld worden voor de eventuele wanpraktijken van een buitenlandse onderaannemer.

Om de illegale praktijken een halt toe te roepen, wil Bouwunie ook de opdrachtgevers mee aansprakelijk maken. De goedkopere prijzen waartegen malafide bouwbedrijven hun diensten aanbieden (en die trouwens de markt ontwrichten) zouden bij hen immers onmiddellijk een belletje moeten laten rinkelen dat er iets niet pluis is. Ook particuliere opdrachtgevers mogen de dans niet ontspringen. Het is net in dit marktsegment dat heel wat kleinere bouwbedrijven moeten opboksen tegen oneerlijke concurrentie van buitenlanders.