Algemeen

Bouwunie is de nieuwe naam van Nacebo

Nacebo stelde vrijdag haar nieuwe naam voor. Voortaan heet de federatie "De BOUWUNIE, de Unie van het KMO-Bouwbedrijf". Er is voor deze nieuwe naam gekozen omwille van de duidelijkheid waarvoor de organisatie staat, de zelfstandigen en KMO's uit de bouw verenigen in één sterke unie. Op haar nieuwjaarsreceptie van vrijdag 30 januari maakte de Bouwunie behalve haar nieuwe naam ook de laureaat van de Glazen Baksteen 2003 bekend. Deze trofee gaat dit jaar naar Vlaams minister Dirk Van Mechelen (VLD). En dit omwille van zijn initiatieven om de ruimtelijke ordening in Vlaanderen op een moderne, minder betuttelende leest te schoeien. De Bouwunie maakte van de gelegenheid gebruik om haar actieplan voor 2004 voor te stellen. Belangrijke aandacht zal gaan naar de tewerkstelling in de bouwsector. Cruciale sleutels om het aantal jobs in de bouw te behouden en verder op te krikken, zijn het opruimen van allerhande vormen van sociale dumping, het dichten van de kloof tussen de vraag naar en het aanbod van bouwvakarbeiders, en het normaliseren, en liefst verhogen, van het investeringspeil van de overheid.

BOUWUNIE, Unie van het KMO-Bouwbedrijf, is de nieuwe naam van NACEBO. Na 45 jaar krijgt deze organisatie een nieuwe naam en een nieuwe huisstijl met passend logo. De basisprincipes, de werking en de strategie inzake belangenbehartiging veranderen niet. De Bouwunie blijft opkomen voor de belangen van de zelfstandigen en de kmo's uit de diverse deelsectoren van de bouw. De mensen die het te bewandelen pad voor de Bouwunie uittekenen zijn en blijven aannemers, bedrijfsleiders die hun eigen centen in hun onderneming gestoken hebben, die daarmee risico's lopen en iets willen creëren. De Bouwunie blijft hecht samenwerken met Unizo, de Unie van Zelfstandige Ondernemers. Ook dat moet blijken uit de nieuwe naam De Bouwunie is daarnaast ook vernieuwend. De nieuwe naam is het symbool voor de nog grotere slagkracht die de Bouwunie nastreeft. Momenteel telt de Bouwunie telt ruim 8.000 leden, zelfstandigen (een derde) en kmo's (twee derden van de leden). Een specifiek doelpubliek, specifieke accenten en specifieke standpunten. Dit komt ook duidelijk tot uiting in alle overlegorganen (paritair comité bouw, sectorfondsen voor bestaanszekerheid, veiligheid en opleiding, Serv-commissies, ...) waarin de Bouwunie trouwens de erkende spreekbuis van de zelfstandigen en de kmo's uit de bouw is. De nieuwe naam moet zorgen voor een grotere be- en herkenbaarheid, en een grotere aantrekkingskracht uitoefenen. Deze doelstellingen gelden niet alleen voor de Bouwunie in zijn geheel, maar ook voor alle bij de Bouwunie aangesloten beroepsorganisaties. Ook zij veranderen van naam.

De doelstellingen en acties van de Bouwunie zijn gericht op het aangenamer en rendabeler maken van het ondernemen in de bouwsector voor de zelfstandigen en kmo's. Eén van de prioriteiten is het behoud én het opkrikken van de tewerkstelling in de bouwsector. Vooraleer over jobcreatie te spreken, dient het nodige gedaan om de tewerkstelling in de bouw te behouden. En dit blijkt almaar minder evident. De reguliere tewerkstelling in de bouw wordt hoe langer hoe meer bedreigd door een aantal spijtige fenomenen. Het zwartwerk, in al haar vormen, tiert welig. Er is het fenomeen van de terbeschikkingstelling van abnormaal goedkope werknemers door gespecialiseerde, meestal Nederlandse of Duitse firma's (een vorm van sociale dumping). En dan is er het groeiend aantal schijnzelfstandigen. Het betreft vooral buitenlanders (zoals Polen, Bulgaren e.a.) die hier in theorie als zelfstandige aan de slag zijn, maar in de praktijk onder het gezag en in dienst van een bedrijf werken. Wat voor dat bedrijf goedkoper is dan eigen werknemers in te schakelen. Hierdoor ontstaat oneerlijke concurrentie met reguliere bouwbedrijven. Een schatting van de Bouwunie wijst uit dat alleen het opruimen van dit laatste fenomeen 10.000 extra reguliere jobs kan opleveren.

Daarnaast moet de kloof tussen de vraag naar en het aanbod van bouwvakarbeiders gedicht te worden. Dit kan door opleiding en herscholing. Zowel jongeren (via het bouwonderwijs dat dringend aan een hervorming en opwaardering toe is), als werklozen en werkzoekenden, inclusief werknemers van bedrijven die failliet gaan of met collectief ontslag geconfronteerd worden, kunnen via een opleiding of een kortlopende herscholing onmiddellijk aan de slag in de bouw. In het geval van ontslag of faillissement dient trouwens direct, en niet zoals nu pas na drie maanden, een herscholingstraject worden aangeboden. De Bouwunie wil hiervoor afspraken maken met gespecialiseerde instellingen zoals de VDAB. Alle gegevens in acht genomen en afhankelijk van de conjunctuur, gaat het volgens de Bouwunie om zo'n 5.000 à 10.000 jobs.

Om blijvend én meer werk voor de bouw te creëren is tot slot het opkrikken van de investeringsinspanningen van de verschillende overheden noodzakelijk. De bouwsector is in vrij grote mate afhankelijk van gesubsidieerde en overheidsinvesteringen. Deze zorgen jaarlijks voor één derde van de totale omzet in de bouwsector, die in 2002 een gezamenlijke jaarlijkse omzet van 30,9 miljard euro realiseerde. De bouw is bovendien een zeer arbeidsintensieve sector. Meer werk staat onmiddellijk gelijk met meer jobs. De overheid heeft dus zelf een belangrijk instrument voor jobcreatie in handen.