In een eerste reactie evalueert de BOUWUNIE de superministerraad van dit weekend met gemengde gevoelens. Positief is de beslissing om extra middelen vrij te maken om de renovatie in de grote steden te stimuleren. Het optrekken van het percentage voor de belastingaftrek voor energiebesparende investeringen klinkt goed, maar zal in de praktijk weinig verschil uitmaken. En op het vlak van de vereenvoudiging van de reglementering op de veiligheidscoördinatie is een eerste goede stap gezet, maar de BOUWUNIE betreurt dat de regering niet meteen een serieuze administratieve vereenvoudiging heeft doorgevoerd.
Op de ministerraad van 20 en 21 maart heeft de regering de bestaande belastingaftrek voor energiebesparende investeringen positief geëvalueerd en beslist deze verder uit te breiden. Bij de renovatie van een huis wordt 40% van het investeringsbedrag aftrekbaar van de belastingen (nu: 15%). Dat klinkt wel goed, maar in de praktijk zal dit niet veel verschil uitmaken. Per woning en per jaar mag een verbouwer maximum 600 euro van zijn belastingen aftrekken. De energiebesparende investeringen waarvan sprake, m.n. de vervanging van een oude stookketel en de installatie van systemen van waterverwarming of elektriciteitsproductie op basis van zonne-energie, zijn dermate ingrijpend, dat het plafond van 600 euro nu al (met die 15%) een beperking vormt. De BOUWUNIE betreurt dan ook dat de regering niet heeft beslist om het maximumbedrag van de jaarlijkse belastingvermindering te verhogen tot 1.000 euro (niet geïndexeerd, wat geïndexeerd ongeveer overeenkomt met 1.200 euro). Daarnaast zou het ook beter zijn indien het gedeelte van het investeringsbedrag dat het geïndexeerd maximum overschrijdt, zou kunnen worden overgedragen naar een volgend aanslagjaar. Bovendien is het toepassingsgebied van de huidige regeling niet ruim genoeg. De BOUWUNIE stelt voor om dit uit te breiden en vraagt een belastingvermindering voor het plaatsen van voldoende dikke muur-, wand- of vloerisolatie, het isoleren van ramen en deuren of van sanitaire leidingen (voor warm water). Daarnaast zouden ook investeringen in vernieuwde zuinige installaties en in rationeel waterverbruik, de aanleg van een volledige centrale verwarming aangesloten op een energiebesparende stookketel, alsook het laten uitvoeren van een jaarlijkse onderhoudsbeurt van de verwarmingsinstallatie, een belastingvermindering moeten opleveren. Zo'n onderhoud, uitgevoerd door een gespecialiseerd aannemer/installateur, vermindert de uitstoot van schadelijke stoffen én verhoogt het rendement van de ketel. De regering heeft dus een kans gemist om nog meer mensen aan te zetten om hun woning energiezuiniger en milieuvriendelijker te maken.
De regering besliste om het K.B. op de veiligheidscoördinatie te vereenvoudigen, meer in het bijzonder voor de werken aan particuliere woningen. De BOUWUNIE vindt het feit dat getracht wordt deze reglementering te vereenvoudigen een goede zaak. De ervaring leert dat de goede bedoelingen van het K.B. (m.n. het aantal arbeidsongevallen verminderen) verworden waren in een gigantische toename van de administratieve rompslomp voor de aannemers. De BOUWUNIE betreurt dat de regering zich vooral beperkt heeft tot het pogen de kost voor de particulier te verminderen door de veiligheidscoördinatie te integreren in het takenpakket van de aannemer of de architect. De BOUWUNIE wijst erop dat indien aannemer of architect dezelfde administratieve procedures moeten toepassen als de externe veiligheidscoördinator tot nu toe, dit helemaal niet zal leiden tot een daling van de kost voor de consument. De voorziene vereenvoudigingen gaan volgens de BOUWUNIE dus niet ver genoeg. Bovendien moeten ook administratieve vereenvoudigingen doorgevoerd worden voor de andere dan de particuliere bouwwerken. De BOUWUNIE had gepleit voor het terugkeren naar de basis van de Europese richtlijn. Daardoor zou onder andere het coördinatiedagboek voor alle werken kunnen afgeschaft worden. De BOUWUNIE betreurt het dat de regering daartoe de moed niet heeft gehad.
Minister Anciaux wilde tijdens de top initiatieven laten goedkeuren om de sociale economie meer te betrekken bij de renovatie en het onderhoud van privé-woningen. Tot hiertoe is nog niet bekend wat de regering heeft beslist. De BOUWUNIE is alvast fel gekant tegen dergelijke initiatieven. De bouwsector heeft nu al af te rekenen met zware concurrentie vanuit het zwarte en het grijze circuit. Als sociale economie-projecten zich ook op dezelfde markt gaan begeven, met dan nog wat extra steun van de overheid, worden reguliere bouwbedrijven nog meer uit de markt geprijsd. Met alle gevolgen vandien voor de reguliere tewerkstelling in de sector. Bovendien is het uiterst twijfelachtig dat een sociaal economie-project dezelfde kwaliteit kan leveren als een gewoon bouwbedrijf. De BOUWUNIE is zich bewust van de noodzaak aan sociale economie-projecten om moeilijk inschakelbare werklozen arbeidsmarktklaar te maken. Maar het kan toch niet de bedoeling zijn dat deze projecten oneerlijke concurrentie aandoen aan de reguliere bouwbedrijven waar die werklozen uiteindelijk aan de slag zouden moeten gaan.
Tot slot is de BOUWUNIE tevreden met de beslissing van de ministerraad om extra middelen te voorzien om de renovatie in de grote steden te stimuleren. Dit komt de tewerkstelling in de sector ten goede. Overheidssubsidies en belastingaftrekken zijn alleen mogelijk bij voorlegging van een factuur, m.a.w. alleen als de renovatiewerken uitgevoerd worden door een geregisteerd aannemer. Hierdoor wordt het zwartwerk in de bouw bestreden.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

