Algemeen

Bouwbarometer: Optimisme maar voorzichtigheid

De Vlaamse bouwbarometer zet zijn positieve trend, die startte in het begin van 2004, voort. De trimestriële Bouwunie-conjunctuurindex sprong met 3,8 punten naar 106,6. Waarden boven index 100 wijzen op een positieve evolutie, waarden onder index 100 op een slecht evoluerende conjunctuur. De bedrijfsleiders van de kleine en middelgrote bouwondernemingen zijn in jaren niet zo optimistisch geweest over de conjunctuur. Vooral het werkvolume zit goed. De orderboekjes van de bouwbedrijven zijn zeer goed gevuld. In die mate zelfs dat hun klanten lang moeten wachten, wat deze trouwens allerminst leuk vinden. Of deze hoogconjunctuur lang gaat duren, is nog maar de vraag. De piek van de woningbouw is voorbij en de traditie wil dat na de gemeenteraadsverkiezingen de investeringsbereidheid van de lokale besturen als een pudding in elkaar zakt. De Vlaamse regering heeft heel wat PPS-projecten op stapel staan die deze terugval kunnen opvangen. Op voorwaarde evenwel dat deze investeringen gelijkmatig in de tijd gespreid worden en de Vlaamse bouwbedrijven een graantje kunnen meepikken. Wat op lange termijn zeker een bedreiging vormt, is het schrijnend tekort aan bouwvakkers.

De Vlaamse bouwbedrijven hebben veel werk. 49% van de kmo's hebben nu meer opdrachten dan in het vorige kwartaal toen het werkvolume al op een zeer hoog niveau lag. Een onverwacht hoge stijging. In de nabije toekomst denken de bedrijfsleiders dit activiteitspeil te handhaven of zelfs nog substantieel te verhogen (26%). De orderboekjes zijn duidelijk goed gevuld en dit al gedurende enkele maanden. De rij met wachtende klanten wordt alsmaar langer, tot groot ongenoegen van deze klanten en van potentiële klanten die tevergeefs snel een offerte voor geplande werken willen.
Deze evolutie vertaalt zich in een hogere vraag naar arbeidskrachten. 23% van de bouwondernemers heeft in de voorbije weken één of meer personeelsleden aangeworven. 19% denkt eraan dit in de komende maanden te doen. Niemand is van plan om personeelsleden te ontslaan. Goede bouwvakkers zijn immers schaars. Wie in de bouw aan de slag wil en bereid is zich om- of bij te scholen, moet niet lang naar een job zoeken. Op langere termijn vormt het tekort aan bouwvakkers een bedreiging voor de sector. Net als voor andere, eerder technische, beroepen daalt de belangstelling voor de verschillende bouwberoepen. Dit tekort dreigt de groeimogelijkheden van de bouwkmo’s te beknotten maar de vrees is reëel dat hierdoor ook de vervanging van het bestaande arbeidersbestand in het gedrang komt.



Dankzij het grotere werkvolume zijn de prijzen die de aannemers voor hun werk kunnen aanrekenen, gestegen. 34% zegt dat deze verbeterd zijn en 20% denkt dat deze in het volgende kwartaal nog zullen stijgen. Hierdoor is ook de rentabiliteit van de bouwondernemingen toegenomen. 40% van de ondervraagde bedrijfsleiders spreekt van een verbetering. Dit is een erg hoog percentage in vergelijking met de voorgaande kwartalen. 25% verwacht nog een verbetering in de nabije toekomst. Dit mag ook wel. De aannemers hebben een hele periode van té lage prijzen achter de rug. De prijzen stonden onder druk door de hoge concurrentie waardoor ze de kostenstijgingen van bouwmaterialen, brandstoffen en arbeid onvoldoende konden volgen. Daarin is nu eindelijk verandering gekomen.

Door deze evoluties scoren zelfs de traditionele pijnpunten in de bouwbarometerenquête veel beter dan anders. De concurrentiedruk is volgens 32% van de aannemers minder groot en het aantal slechte betalers (klanten die hun factuur te laat, slechts gedeeltelijk of niet betalen) is bij 44% gedaald. In de voorgaande kwartalen en jaren lieten steevast zo’n vierde tot een derde van de aannemers voor deze parameters een verslechtering optekenen.

De meeste Vlaamse bouwondernemers zijn dan ook tevreden over de gang van zaken in hun eigen onderneming (98%), en zelfs over de evolutie in de economie (77%).

De conjunctuurverbetering is dus duidelijk. Aan de hemel verschijnen evenwel de eerste donderwolken.
De woningbouw heeft volgens specialisten haar piek bereikt. Verwacht wordt dat de volgende maanden nog heel wat eengezinswoningen en appartementen zullen gebouwd worden maar dat de activiteit in dit marktsegment zal afvlakken op langere termijn. De sector van de niet-woongebouwen bleef de jongste twee jaren wat achter maar zou een belangrijke impuls kunnen krijgen door de investeringsplannen van de Vlaamse regering. Deze heeft heel wat zogenaamde PPS-projecten (publiek-private samenwerking) op stapel staan voor de bouw van nieuwe scholen, zieken- en rusthuizen, sport- en wegeninfrastructuur (d.i. het wegwerken van gevaarlijke verkeerspunten en het oplossen van enkele ontbrekende schakels in de Vlaamse verkeers- en andere infrastructuur). Bouwunie is heel tevreden dat de Vlaamse regering wil investeren maar waarschuwt voor het gevaar op een oververhitting van de markt en de interesse van grote buitenlandse bouwbedrijven. Voor Bouwunie moeten bij deze PPS-projecten de Vlaamse bouw-kmo’s aan bod kunnen komen en op een correcte manier vergoed worden voor hun prestaties. Dit kan alleen indien deze investeringsprojecten voldoende gespreid in de tijd en in geen al te grote pakketten worden aangeboden. Bouwunie vraagt de Vlaamse regering daarmee voldoende rekening te houden.
De aannemers van wegen, kabel- en leidingwerken hebben momenteel veel werk. Na de gemeenteraadsverkiezingen neemt dit werkvolume traditioneel drastisch af. Nog niet tijdens de eerste maanden van 2007, maar vanaf het najaar van volgend jaar verwacht de sector een terugval in het aantal opdrachten. Hopelijk zullen de geplande investeringen door Aquafin en de PPS-projecten in de wegenbouw voldoende soelaas brengen.

De conclusie luidt dus: momenteel beleeft de bouwsector mooie hoogdagen. De (verre) toekomst is wellicht minder roosleurig, maar voorlopig zijn de Vlaamse bouwkmo’s optimistisch gestemd.