Algemeen

Bouw voorbeeld van klassiek kartel

De prijsafspraken en samenwerkingsverbanden tussen bouwers duiden op een klassiek kartel. Niet de opdrachtgever bepaalde de aannemer, maar de inschrijvers onderling verdeelden de projecten. Ramingen van de opdrachtgever dienden als leidraad voor de onderlinge verrekeningen.

De parlementaire enquêtecommissie onderscheidt drie ongeoorloofde samenwerkingsverbanden die structureel van opzet waren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de NMa als eerste deze bedrijven beschuldigt van kartelvorming. De WO-6 bestond uit zes zeer grote wegenbouwers en kwam regelmatig bijeen voor afspraken en onderlinge verrekeningen. De NH-8 verdeelden de gww-werken in Noord-Holland. Dezelfde bedrijven kwamen ook regelmatig bijeen om de projecten op luchthaven Schiphol te bespreken. Voor wegenbouwprojecten in de noordelijke provincies bestond het FG-9.
Daarnaast fungeerden diverse egalisatiefondsen om meestal één keer per jaar rekeningen te verevenen die in de loop van het jaar niet tegen werk werden weggestreept. Mooie drieletterige afkortingen als OEF en NEF verhulden de namen van de clubs waar één keer per jaar werd afgerekend. Normaal gesproken waren daar gerenommeerde juristen en notarissen bij aanwezig om te bemiddelen bij conflicten over de ‘restschulden’.
De afzonderlijke aannemers hielden apart bij welke afspraken ze onderling maakten. De Bos-boekhouding van Koop Tjuchem is de meest uitgebreide die boven water is gekomen. In 700 pagina’s staan de overeenkomsten van Koop met zeshonderd andere bedrijven. Ook de boekhouding van HBG, die in Gouda werd bewaard, was relatief nauwkeurig.
Daarnaast hield praktisch ieder bouwbedrijf een eigen schaduwboekhouding bij in een schriftje of spreadsheat op een laptop. Deze registraties werden bij voorkeur thuis of achterin de auto bewaard en zijn en masse vernietigd op het moment dat het systeem stil kwam te liggen. De één deed dat vijf minuten na de Zembla-uitzending, de ander wachtte tot de eerste invallen van het Openbaar Ministerie.
De schatting is dat nog een kleine 50 miljoen euro boven de markt hangt van nooit afgerekende ‘pepernoten’.
Alle aandacht voor de bouw neemt niet weg dat in andere sectoren ook sprake is van kartelvorming. De Nederlandse Mededingingsautoriteit bemoeit zich ook intensief met prijsafspraken tussen olie- en platenmaatschappijen, kappers en de farmaceutische industrie. Een geavanceerd systeem met schaduwboekhoudingen is in andere sectoren nog nooit aangetoond en maakt het voor de kartelpolitie een stuk lastiger om de bewijsvoering rond te krijgen.