Algemeen

Bouw iets positiever over toekomst

De bouw blikt iets positiever naar de toekomst dan andere sectoren. Dit blijkt uit de conjunctuurmonitor van het economisch onderzoeksbureau EIM in opdracht van VNO-NCW. Terwijl het economisch herstel toch aanzienlijk langzamer gaat dan menigeen had verwacht of op zijn minst gehoopt, blijken ondernemers in het tweede kwartaal van dit jaar wat optimistischer te zijn geworden. Vooral bouwondernemers in het door EIM gebruikte panel zien de toekomst hoopvoller tegemoet.

Zo beschouwt iets meer dan de helft van de aannemers de orderportefeuille te betitelen als gunstig tot zeer gunstig. Zestien procent ziet de orderportefeuille als ongunstig. Ten opzichte van het eerste kwartaal is er sprake van een zeer lichte stijging van het aantal optimisten. In het vierde kwartaal van vorig jaar was de bouw nog ronduit pessimistisch.

Ook op het gebied van de bedrijvigheid stijgt het aantal hoopvol gestemden in de bouw. De helft van de ondervraagden ziet de bedrijvigheid gelijk blijven tegen 32 procent die haar ziet toenemen. Hier is sprake van een duidelijke sprong voorwaarts in optimisme. Eind vorig jaar was het aantal negatief gestemden aanzienlijk groter dan het aantal positieven. Nu is dat andersom.

Curieus in de stemmingsindex van de EIM is dan te zien dat de economische ontwikkeling negatief scoort. Slechts 13 procent van de bouwondernemers heeft er vertrouwen in tegen 17 procent die geen vertrouwen heeft. Eind vorig jaar overtrof het aantal mensen met vertrouwen nog het aantal pessimisten.

Alle factoren bij elkaar opgeteld blijkt de bouw het meest positief te zijn.. Ook ten opzichte van het eerste kwartaal dit jaar is er sprake van meer vertrouwen terwijl de stemming in het vierde kwartaal vorig jaar nog negatief was. Alleen de detailhandel komt iets in de buurt van de bouw, al is in die branche de stemming ten opzichte van het eerste kwartaal iets gedaald.

Pessimistischer is de bouw over de omzetontwikkeling. Die zien de aannemers in het tweede kwartaal 2,2 procent dalen. Dat is boven het gemiddelde van he totale bedrijfsleven die een teruggang ziet van 1,3 procent.

Ondanks die daling ziet 71 procent van de bouwbedrijven zichzelf winst maken tegen maar 3 procent die denkt met verlies te draaien. In het eerste kwartaal dit jaar dacht een fractie meer bedrijven winst te maken.

Een omgekeerd effect is zichtbaar op het gebied van werkgelegenheid. Daar ziet de bouw nu weer enige stijging na in het eerste kwartaal nog een daling te verwachten. Met het werven van personeel verwacht de bouw geen enkel probleem.