Het Centrum Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa) is een expertisecentrum dat alles in het werk stelt om archieven over onze gebouwde omgeving goed te beheren en te ontsluiten. Met de reeks Focus architectuurarchieven plaatst het CVAa architectuurarchieven in de kijker. De tweede aflevering van de reeks belicht het werk van de Brusselse architect Isia Isgour (1913-1967).
Isgour, geboren in Wit-Rusland, behaalde zijn diploma architectuur in Brussel in 1935. Na de Tweede Wereldoorlog realiseerde Isgour een relatief omvangrijk oeuvre in Limburg en Brussel. Van de directie van de mijn van Houthalen kreeg hij de opdracht een scholencomplex, een klooster, het Cultuurcentrum Casino, huisvesting voor vrijgezellen en woningen voor ingenieurs in de cité Meulenberg te bouwen. Daarmee groeide zijn reputatie in de provincie Limburg: ook de stedelijke overheden van Hasselt en Genk engageerden hem. De complexen van het Cultuurcentrum Hasselt en het zwembad in Genk zijn tot op heden bakens van de naoorlogse architecturale evolutie in Limburg. Tegelijkertijd was Isgour ook actief in de hoofdstad, waar hij zijn bureau uitbouwde. Zijn Brusselse architectuurproductie deinde mee op de bouwwoede die in de naoorlogse decennia de hoofdstad radicaal hertekende. Isgours appartementsgebouwen en kantoorcomplexen tonen de vormelijke en materiaaltechnische evoluties van de architectuur van de fifties & sixties.
Isgours architectuur haalde de toenmalige architectuurpers wel, maar werd totnogtoe door architectuurhistorici niet integraal onderzocht. Het rijk geïllustreerde boek geeft voor het eerst een overzicht van Isgours oeuvre met projectbeschrijvingen en referenties naar archiefmateriaal. De oeuvrelijst wordt voorafgegaan door een essay dat de architect in de ruimere cultuurhistorische en architecturale context van de fifties & sixties situeert. Het boek sluit af met een uitgebreide bibliografie.
Op die manier documenteert het boek op exhaustieve wijze het werk van een relatief onbekend naoorlogs architect, wat niet zonder verdienste is. Immers, het naoorlogse erfgoed is momenteel sterk in transformatie. Veel gebouwen van de fifties & sixties voldoen niet meer aan hedendaagse noden inzake wonen, werken, recreatie, duurzaamheid, bouwtechnische voorschriften enzovoort. Experimentele bouwmethodes, verouderde nutsvoorzieningen, achterhaalde woon- en werkconcepten zorgen ervoor dat vele gebouwen uit de jaren vijftig en zestig vandaag herbestemming of alternering vereisen. Om dit op een kwalitatieve manier te doen, is er nood aan documentatie van deze gebouwen die vaak niet voorhanden is voor dit relatief jonge erfgoed. Het CVAa deed alvast deze oefening voor het oeuvre van Isgour.
Het boek vindt aansluiting bij de populariteit van de fifties & sixties met de viering van Expo 58. Niet toevallig komt ook de naoorlogse architectuur uitgebreid aan bod tijdens de komende Open Monumentendag, die in het teken staat van de twintigste-eeuwse architectuur. Het boek gaat evenwel voorbij een kritiekloze nostalgie en stelt zich vragen bij de kloof tussen de populariteit van de naoorlogse architectuur enerzijds, en het onbegrip en de respectloze omgang met een groot deel van dit patrimonium anderzijds. Het CVAa is ervan overtuigd dat gedetailleerde studies van de ontstaanscontext van het oeuvre van Isgour, de transformaties die het doormaakt(e) en de documentatie over dit oeuvre, heel wat kennis genereren over de wijze waarop het roerend erfgoed (archieven, mondelinge bronnen) over het onroerend erfgoed (gebouwde oeuvre) kan worden ingezet bij het ontwikkelen van een visie over de omgang met het naoorlogse patrimonium binnen de huidige architectuur en stedenbouw.
Meer over Architectuur
Boekentip: Toolbox Dorpenbouw
10 juni 2026Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

