De voorstelling van het NACEBO-jaarverslag 2002 bevestigt nogmaals dat de bouwsector serieuze klappen krijgt door de economische achteruitgang. Er is te weinig werk, te veel concurrentie (ook en vooral van zwartwerkers) en de prijzen liggen abnormaal laag. Daarnaast vergroot de berg aan formulieren en reglementeringen waardoor aannemers zich moeten worstelen om te kunnen ondernemen. Reglementeringen die bovendien vaak niet op KMO-maat geschreven zijn.
Om de bouwsector op te krikken, is actie op verschillende fronten nodig. In het kader van de federale regeringsvorming heeft NACEBO een eisenprogramma opgesteld. Dit eisenprogramma is getoetst aan de voorstellen van de formateur. Volgens NACEBO ontbreekt nog steeds de politieke wil om de échte problemen van de bouwKMO’s op te lossen. Van een betaalbare overurenregeling is immers niets terug te vinden in het voorstel Verhofstadt. Nochtans is dit dé sleutel tot de regularisering van heel wat zwartwerk in de bouw en bijgevolg een belangrijke stap naar de oplossing voor de deloyale concurrentie. Dit is de belangrijkste voorwaarde om meer reguliere tewerkstelling in de sector te creëren. NACEBO vindt de beloofde btw-verlaging voor de bouw wel een goede zaak, doch roept de nieuwe regering op dit in een moeilijke Europese context hard te maken.
In een eerste luik van bouw-aandachtspunten voor de federale regering gaat NACEBO in op het verhogen van de officiële activiteitsgraad in de bouwsector en de bestrijding van het zwartwerk en de illegale arbeid. NACEBO stelt voor de bovengrens van 38 arbeidsuren per week af te schaffen en de sociale bijdragen te forfaitariseren. Hierdoor moeten zowel de werkgever als de werknemers geen sociale lasten op overuren betalen. De werknemer kan ongestoord meer verdienen terwijl zijn rechten, ook in geval van een arbeidsongeval, gevrijwaard blijven. Daarnaast dringt zich sowieso een gevoelige verlaging van de loonlasten op. Deze zijn momenteel bijzonder zwaar, leiden in een arbeidsintensieve sector als de bouw tot voor gewone mensen onbetaalbare uurlonen en stimuleren zo de vraag naar zwartwerk. In de beleidsnota van de formateur vindt NACEBO niets terug over het doorbreken van de 38-urengrens. NACEBO is wel tevreden over het herinschrijven van het principe van de lastenverlaging. De bouwfederatie kan evenwel niet akkoord gaan met de omschreven doelgroepen. Voor het gros van de bouwbedrijven zit er op deze manier immers geen lastenverlaging in. NACEBO heeft geen probleem met de plafonneren van de bijdragen voor de “slimme hoofden”. NACEBO pleit ervoor om ook een plafond in te voeren voor de “slimme handen” uit de bouwsector en dit te koppelen aan de bovengenoemde doorbreking van de 38-urengrens.
Om de sector een nieuw economisch elan te geven pleit NACEBO voor een verlaging van de btw in de bouw. De belangrijkste voorstellen op dit stuk gaan over het definitief toepasbaar maken van het btw-tarief van 6% op renovatiewerken aan woningen vanaf 5 jaar oud, eenzelfde tarief voor nieuwbouwwoningen die een bouwwaarde van 124.000 euro (excl. btw) niet overschrijden en voor afbraakwerken voorafgaand aan de heropbouw van een woning. Daarnaast bepleit NACEBO de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 12% voor de bouw van sociale woningen door privé-investeerders en voor de op stapel staande PPS-projecten voor sociale huisvesting. Van deze maatregelen is in het Verhofstadt-voorstel enkel een intentieverklaring voor de btw-verlaging in de bouw naar 6% terug te vinden. NACEBO vraagt zich trouwens af of de regering deze belofte kan hard maken nu de Europese commissie om onbegrijpelijke redenen een verlenging van het verlaagd tarief voor de bouw niet ziet zitten.
Andere maatregelen die volgens NACEBO onontbeerlijk zijn in de strijd tegen het zwartwerk zijn de beperking in de tijd van het statuut van zelfstandig bijberoep in de bouw tot maximum drie jaar en het intensifiëren, verstrengen en moderniseren van de werfcontroles (ook in het weekend en bij niet-bouwbedrijven). Dit moet gecombineerd worden met de afbouw van de vaak betuttelende regelgeving die enkel tot bijkomende administratieve rompslomp en een toenemende rechtsonzekerheid bij KMO's leidt. NACEBO stelt vast dat deze rompslomp, ondanks beloftes van de vorige regering, eerder gestegen dan gedaald is. De nota Verhofstadt maakt duidelijk dat deze vereenvoudiging opnieuw een regeringsprioriteit zal zijn. NACEBO verheugt zich hierover, doch betreurt dat het enkel om een intentieverklaring aat zonder enige resultaatsverbintenis. Anderzijds zijn er door de formateur geen voorstelen geformuleerd om een aantal voor de bouw-KMO’s betuttelende “sociale” reglementeringen bij te sturen. NACEBO denkt hierbij vooral aan het in de bouwsector organisatorisch niet toepasbare tijdskrediet of tijdsparen. Dit creëert de mogelijkheid om nog minder te gaan werken, wat voor NACEBO onaanvaardbaar is.
NACEBO stelt vast dat de formateur een verregaande vereenvoudiging van de vestigingsreglementering voorstelt. Indien het gaat om een vereenvoudiging van de aanvraagprocedure kan NACEBO dit voorstel volledig onderschrijven. Indien dit evenwel de aanzet tot gedeeltelijke afschaffing van de reglementering betekent, is ook dit voor NACEBO onaanvaardbaar. Tot slot vindt NACEBO het principe om senioren te activeren interessant. NACEBO wil zeker meewerken aan formules om gepensioneerden en bruggepensioneerden terug in het arbeidscircuit te brengen. Voorwaarde is evenwel dat deze senioren in het normale tewerkstellingscircuit terecht komen. Dit wil zeggen tewerk gesteld worden in een onderneming. Bijverdienen als zelfstandige in bijberoep in de bouw is voor NACEBO onbespreekbaar.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

