Algemeen

BNA Bepleit vitaal gebouw

Opdrachtgevers en ontwerpers moeten vaker ‘vitale gebouwen’ neerzetten die tijdens hun levensduur makkelijk een andere functie kunnen krijgen. Zulke gebouwen moeten niet alleen mooi zijn, zodat mensen erin willen wonen en werken, maar ook voorzien van overmaat en een overgedimensioneerde constructie, waardoor toekomstige aanpassingen mogelijk zijn. Dat stelt de Bond voor Nederlandse Architecten (BNA) in een pamflet over ‘vitale architectuur’.

Volgens de BNA moeten opdrachtgevers en architecten beginnen met de vraag of er überhaupt wel gebouwd moet worden. Want vaak kan een gebouw beter worden aangepast en is sloop en nieuwbouw niet nodig. Als desondanks wel gebouwd moet worden, moet dat vaker dan nu integraal gebeuren, vindt de BNA. Vitale architectuur vereist dat installateurs en andere adviseurs veel eerder bij het project worden betrokken. Daardoor kan, onder regie van de architect, een interdisciplinair ontwerpteam een echt integraal ontwerp maken, met aandacht voor binnenklimaat, energiegebruik en andere milieufactoren.

Integraal ontwerpen begint met goed onderwijs, vindt de BNA. Het is de beroepsvereniging dan ook een doorn in het oog dat de leerstoel Milieutechnisch Ontwerpen aan de faculteit bouwkunde van de TU Delft is verdwenen. Daardoor missen toekomstige architecten de basiskennis om leiding te kunnen geven aan interdisciplinaire ontwerpteams, aldus de BNA in het pamflet.