Voor de Vlaamse werkzoekenden streeft de Vlaamse overheid naar een sluitende aanpak. Op de studienamiddag die het Hoger Instituut voor de Arbeid gisteren hierover heeft georganiseerd, is gebleken dat deze sluitende aanpak nu bijna volledig is gerealiseerd, d.w.z. dat haast al de werkzoekenden een eerste contact achter de rug hebben. Maar volgens de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) begint het nu pas: de sluitende aanpak moet nu worden omgebogen naar een actieve aanpak waarbij werkzoekenden er effectief toe worden aangespoord zich voor een job aan te bieden, een bouwopleiding te volgen of in een bouwbedrijf ervaring op te doen via de formule van de IBO (Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming).
De studie die het HIVA over de ‘sluitende aanpak’ heeft uitgevoerd, heeft een aantal belangrijke knelpunten aan het licht gebracht. Zo is gebleken dat de intakegesprekken met werkzoekenden de laatste jaren een dermate hoge prioriteit hebben gekregen en het afsluiten van nieuwe trajecten zo sterk voorop stond dat nauwelijks tijd overbleef om de gecontacteerde werkzoekenden nadien op te volgen en effectief tot een vacature toe te leiden. De trajectopwerking begon een leven op zichzelf te leiden en was een doel op zich geworden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bouwbedrijven voor hun vacatures nauwelijks nog iets van de VDAB vernamen.
Dit is des te erger voor de bouwsector omdat zij reeds jarenlang met een structureel tekort aan arbeidskrachten kampt. Nagenoeg al de bouwberoepen komen steevast op de jaarlijkse lijst van de knelpuntberoepen voor. Meer nog dan andere sectoren is de bouwsector aangewezen op de inschakeling van werkzoekenden. Elk jaar opnieuw heeft de Vlaamse bouwsector nood aan ongeveer 7.000 arbeidskrachten. Maar van de 1.000 afgestudeerden die de bouwopleidingen van het voltijds beroepssecundair bouwonderwijs jaarlijks afleveren, komt uiteindelijk slechts 38% in een bouwbedrijf terecht. Meer dan andere sectoren wint de bouwsector dus bij een actieve aanpak van de werkzoekenden.
De sluitende aanpak is intussen bijna sluitend geworden. Haast al de werkzoekenden hebben nu een intake achter de rug waarbij een eerste screening en oriëntatie hebben plaatsgehad. De VCB verwacht dat nu tijd wordt vrijgemaakt om de werkzoekenden na de intake intensiever naar een job te leiden en bij opleiding en werkervaring te begeleiden.
De VCB gaat ervan uit dat voor de meeste werkzoekende bouwarbeiders een intensieve begeleiding effectief nodig is. Een onmiddelijke aanwerving is doorgaans niet haalbaar. De inschakeling in de bouwsector zal noodzakelijkerwijze via één of meerdere tussenstappen moeten gebeuren. Het aanleren van een bouwstiel gaat trouwens niet vanzelf, in tegenstelling tot wat reality TV-programma’s momenteel willen doen geloven. Zelfs om als beginnend vakman van start te kunnen gaan, zijn meerdere maanden volgehouden oefening en praktijkervaring vereist.
Opleiding is één van mogelijke stappen naar aanwerving. Maar daarnaast is voor de werkzoekenden die een bouwberoep willen aanleren, ook de IBO (individuele beroepsopleiding in de onderneming) een nuttig instrument. Een bijkomend voordeel voor de sector is dat maar liefst 93% van de IBO’s nadien in een bouwbedrijf werk vindt. Geen enkel opleidingssysteem – ook niet dat van de VDAB-centra – bereikt zo’n gunstig tewerkstellingseffect.
Op een totaal van 10.000 IBO’s in Vlaanderen leren nu reeds ongeveer 2.000 werkzoekenden via deze formule een bouwberoep aan. Maar nog te vaak gaat het initiatief voor het afsluiten van een IBO uit van de werkgever of is het de werkzoekende die zelf spontaan daartoe het initiatief neemt. Nog te veel beperkt de VDAB zich tot een louter administratieve rol bij de afsluiting van de IBO-overeenkomst. De VDAB zou het gebruik van IBO’s integendeel extra moeten stimuleren en tegelijk bij de toekenning ervan voldoende soepelheid aan de dag moeten leggen.
Nu dat de VDAB heeft laten weten dat zij meer tijd zal vrijmaken voor de opvolging van resultaatsgerichte trajecten, zoals de IBO’s, rekent de VCB erop dat het aantal IBO’s in de toekomst verder zal kunnen toenemen. Dit zal in belangrijke mate het knelpuntkarakter van heel wat bouwberoepen kunnen doen verminderen. Dit zal tevens de druk doen afnemen om in te gaan op het groeiend aanbod aan buitenlandse arbeidskrachten, met name uit de tien nieuwe lidstaten van de Europese Unie, bij gebrek aan geschikt personeel op de Vlaamse arbeidsmarkt.
Marc Dillen, Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw
Algemeen
Aantal IBO’s in bouwbedrijven moet kunnen stijgen
- Bron: Vlaamse Confederatie Bouw
- 18 november 2004
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

