Twain De Hondt, directeur studiedienst bij Bouwunie, legt uit hoe de regeling tot stand komt. "Het bouwverlof bestaat eigenlijk uit de wettelijke vakantiedagen voor de arbeiders", verduidelijkt Twain De Hondt, directeur studiedienst bij Bouwunie. "Elk jaar sluiten vakbonden en werkgevers per regio een akkoord over de collectieve periode in hun regio. Maar, dat collectieve bouwverlof is een aanbeveling, geen verplichting", aldus De Hondt. Het merendeel van de bouwbedrijven past de aanbeveling toe, zo leert een bevraging van Bouwunie.
Bijna 9 op 10 bedrijven sluit collectief. Daarvan volgt 84 procent het voorstel van de eigen regio. 6 procent gaat voor het collectieve verlof van een andere regio, "omdat ze daar bijvoorbeeld meer actief zijn". 1 op 7 heeft een eigen collectieve sluiting. "Bedrijven sluiten collectief vooral vanuit praktische overwegingen. De bouw is een ketting waarbij elke schakel, van producent, leverancier tot arbeider belangrijk is", zegt De Hondt. "Zo zit je bijvoorbeeld met een ploegensysteem. Mocht iedereen op een ander moment vakantie nemen, dan komt de planning of de inzet van de ploegen in het gedrang.". Maar, zo geeft Bouwunie aan, bedrijven krijgen wel meer en meer te maken met werknemers die wel graag flexibel op vakantie gaan.
Zo heeft 4 op 10 bouwbedrijven personeel dat geen fan is van een collectieve sluiting. "Het bouwverlof valt natuurlijk in de duurste periode om op vakantie te gaan. Mensen zonder of met oudere kinderen willen liever in de goedkopere maanden vakantie nemen", aldus De Hondt. In alle geval is Bouwunie niet tegen het collectieve verlof. "Het geeft de kans om letterlijk collectief op adem te komen. En wil je als werkgever de vakantie anders regelen, dan bestaat de mogelijkheid nu al". Bouwunie merkt wel op dat werkgevers ook tijdens de vakantie meestal bereikbaar blijven.
Zelfstandigen kiezen natuurlijk zelf of en wanneer ze vakantie nemen. Maar uit de bevraging blijkt dat de helft van de zelfstandigen zich laat inspireren door het collectieve bouwverlof en dan ook vakantie neemt. 9 op de 10 zelfstandigen blijft wel bereikbaar tijdens het verlof.
Arbeiders in de bouwsector hebben grosso modo twee soorten vakantie: de 20 dagen wettelijke vakantie en de 12 inhaalrustdagen omdat ze 40 uren per week in plaats van 38 uren per week werken. De sector legt die 12 rustdagen op hetzelfde moment vast voor heel België. Deze vastgelegde rustdagen zijn verplicht en je kan daar als werkgever enkel in uitzonderlijke situaties van afwijken. De wettelijke vakantiedagen, dat is 'het bouwerlof' zoals we het kennen. Werkgevers en vakbonden sluiten elk jaar een akkoord over wanneer over wanneer het bouwverlof in welke regio valt. Maar dat collectieve bouwverlof is een aanbeveling, geen verplichting. Je kan er als bedrijf dus makkelijk van afwijken, door het te melden bij de Inspectiedienst Toezicht op de Sociale Wetten (TSW).
Ontstaan bouwverlof
Het collectief bouwverlof ontstond vermoedelijk kort voor WOII, toen het betaald verlof werd ingevoerd. De vakbonden en werkgevers in de bouwsector beslisten vrij snel om die dagen collectief vast te leggen, waarbij ze rekening hielden met lokale festiviteiten. Daarom vallen de vakantieperiodes niet in elke regio op hetzelfde moment, al zijn de verschillen vandaag kleiner geworden. Enkel West-Vlaanderen en Lokeren hebben een duidelijk andere regeling.Regeling 2026 per regio in Vlaanderen
- Brussel-Halle-Vilvoorde: 6 juli t.e.m. 31 juli
- Leuven: 13 juli t.e.m. 31 juli
- Antwerpen: hoofdaanbeveling: 13 t.e.m. 31 juli (en 6 vrije dagen) -ondergeschikte aanbeveling: van 13 t.e.m. 24 juli (en 11 vrije dagen)
- Limburg: 13 juli t.e.m. 31 juli
- Oost-Vlaanderen (excl. Lokeren): 13 juli t.e.m. 3 augustus
- West-Vlaanderen: 20 juli t.e.m. 7 augustus
- Lokeren: 20 juli t.e.m. 10 augustus

