Zo'n drieduizend mensen hebben een proces aangespannen tegen de overheid, omdat ze de vergoeding die ze ooit kregen voor de onteigening van hun woning geheel of gedeeltelijk moeten terugbetalen. In sommige gevallen gaat het door opgelopen intresten zelfs om een veelvoud van de oorspronkelijke vergoeding.
Wanneer de overheid mensen uit hun woning zet om bepaalde bouwprojecten uit te voeren, dan hebben die mensen recht op een onteigeningsvergoeding. Het precieze bedrag wordt bepaald door de vrederechter.
Door een verkeerde lezing van de wet op onteigeningen beschouwde de overheid zich als betrokken partij en kon daarom in beroep gaan tegen het toegekende bedrag. Daarom kan het zijn dat mensen die onteigend werden in het verleden te horen kregen dat ze een deel van het bedrag moesten terugbetalen.
In sommige gevallen gaat het over bedragen van meer dan 100.000 euro. Het Volk brengt vandaag verhalen van mensen die door de hele affaire in een depressie zijn gesukkeld en intussen al overleden zijn. In één geval ging de schuld daardoor over op de minderjarige kinderen van de overledene. Die kijken nu aan tegen een terugbetaling die een veelvoud is van de oorspronkelijke vergoeding.
De politiek lijkt nu ook in te zien dat dit niet langer door de beugel kan. Onder meer Hugo Coveliers (VLD) diende vorig jaar een wetsvoorstel in om de toestand te verhelpen. Als het wordt goedgekeurd, zou de overheid niet langer in beroep kunnen gaan tegen het toegekende bedrag. En de mensen die veroordeeld werden om een deel van hun vergoeding terug te betalen, zullen daartegen in beroep kunnen gaan en hun geld terugeisen.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

