Algemeen

West-Vlaams structuurplan onwettig

Het West-Vlaams ruimtelijk structuurplan dat aan private verkavelingen 25% sociale woningen oplegt, is onwettig. Dat blijkt uit een recent arrest van de Raad van State. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) dringt er, samen met de Confederatie Bouw West-Vlaanderen, op aan dat het provinciaal structuurplan op dit punt wordt herzien. De provincie heeft gemeentelijke structuurplannen verworpen omdat zij de 25%-regel niet hadden overgenomen. Die beslissing moet worden herroepen. Niet de betrokken gemeenten waren onwettig bezig maar de provincie zelf. Volgens de VCB is de 25%-regel niet alleen onwettig. De maatregel is bovendien nefast voor de ontwikkeling van nieuwe woongelegenheden door de private sector. De behoefte aan betaalbare woningen kan hierdoor enkel nog acuter worden.

Aan elke nieuwe woonzone van meer dan een hectare die door een private verkavelaar of promotor wordt ontwikkeld, legt het ruimtelijk structuurplan van de provincie West-Vlaanderen 25% sociale woningen op. Deze sociale woningen mogen de private verkavelaars en promotoren dan nog niet eens zelf bouwen. De bouw ervan moeten zij overlaten aan publieke en semi-publieke instellingen, met name aan erkende sociale huisvestingsmaatschappijen.

De 25%-regel geldt lineair voor alle woningbouwprojecten, zowel voor huizen als voor appartementen. Volgens de VCB is het lineair naast en door elkaar realiseren van private en sociale woningen onefficiënt. Op bepaalde locaties is een sociale mix mogelijk maar op andere niet. Dit moeten gemeenten en ontwikkelaars geval per geval kunnen beoordelen. Dat het principe in het provinciaal structuurplan staat ingeschreven, betekent daarentegen dat alle gemeenten van de provincie het ongewijzigd moeten overnemen. Gemeentelijke structuurplannen die van de 25%-regel afweken, zoals bijvoorbeeld dat van Oostkamp, werden op dit punt door de provincie ongedaan gemaakt.

Vorig jaar heeft de directeur-generaal van het departement Ruimtelijke Ordening, Wonen en Onroerend Erfgoed (RWO) in een dienstorder duidelijk gesteld dat het onwettig is om private ontwikkelaars te verplichten een bepaald percentage van hun terrein af te staan voor de bouw van sociale woningen door publieke en semi-publieke instellingen. De provincie West-Vlaanderen heeft tegen de dienstorder bij de Raad van State een vordering tot schorsing ingesteld. Maar de Raad van State heeft deze vordering onlangs verworpen. De Raad van State oordeelde dat de dienstorder volledig conform was met de bestaande regelgeving. Zij gaf dus het departement RWO gelijk om een sociale verplichting, zoals de provincie West-Vlaanderen er een heeft ingevoerd, onwettig te noemen.

De VCB vraagt dan ook aan de provincie dat zij haar structuurplan zo snel mogelijk aan het arrest van de Raad van State aanpast. De provincie kan ook geen gemeentelijke structuurplannen meer afwijzen omdat zij de 25%-regel niet toepassen. En zij moet terugkomen op eerdere beslissingen om oudere gemeentelijke structuurplannen op dit punt te wraken.

De West-Vlaamse bouw presteert nu al verre van schitterend. In de provincie West-Vlaanderen is de achteruitgang van de woningbouwactiviteit scherper dan gemiddeld in Vlaanderen. Van 2005 tot 2007 verminderde de appartementsbouw in West-Vlaanderen met 13% (tegenover een Vlaams gemiddelde van 3%) en de West-Vlaamse huizenbouw met 23% (tegenover een Vlaams gemiddelde met 16%). Volgens de VCB zou een veralgemeende toepassing van de 25%-regel de ontwikkeling van nieuwe woonzones in West-Vlaanderen nog meer afremmen.

Daarnaast zijn er nog twee provinciale maatregelen die de West-Vlaamse bouw- en vastgoedsector hard treffen: de toegankelijkheidsnormen die de provincie vanaf 1 april van dit jaar heeft ingevoerd, en de extra heffing van honderd euro die de provincie vanaf volgend jaar aan tweede verblijven wil opleggen. De toegankelijkheidsnormen werden niet met de sector overlegd en evenmin naar de sector gecommuniceerd. Heel wat projecten die gedurende jaren waren voorbereid, met name op het vlak van appartementsbouw, konden daardoor plots niet meer worden gerealiseerd. De plannen van de West-Vlaamse deputatie om in de provinciale begroting voor 2008 een belasting op tweede verblijven in te voeren en daarnaast nog eens de opcentiemen op de onroerende voorheffing te laten stijgen, dreigen de West-Vlaamse bouwsector helemaal te ondermijnen.

Marc Dillen, Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw