De belangrijkste aanjager van het huidige parlementaire onderzoek, oud-kamerlid Van Gijzel, doet mee aan de speurtocht naar de miljardenfraude in de bouw.
Hij opperde dat de extra opbrengsten uit de fraude dan wel niet zichtbaar werden in de marge op de omzet, maar ongetwijfeld in het rendement op het vermogen te voorschijn zou moeten komen. Zelfs als er sprake is van extra opbrengsten, kan dit natuurlijk niet.
Voor de berekening van de winstmarge en de rentabiliteit op het eigen vermogen wordt van hetzelfde bedrag uitgegaan. Uiteraard, want dat is de boekhoudkundig enig juiste methode. Aangezien doorgaans de omzet aanzienlijk groter is dan het eigen vermogen, resulteren de beide rekensommen in een verschillend percentage. Om maar een voorbeeld dicht bij huis te nemen: de winstmarge van gww-bedrijven was in 2000 4,4 procent en de rentabiliteit van het eigen vermogen 25,1 procent. In 1998 waren de overeenkomstige cijfers 2,5 en 20,5 procent.
Aan deze getallen kunnen er meer worden toegevoegd. Naast het eigen vermogen beschikken bedrijven meestal ook over vreemd vermogen. Over dat laatste moeten ze rente betalen die de rentabiliteit doet dalen. Vreemd en eigen vermogen bij elkaar opgeteld, levert het totale vermogen, waar ook de rentabiliteit van kan worden berekend: in 2000 was deze 7,5, in 1998 5,7 procent. De cijfers ontleen ik aan de jaarlijkse publicaties van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid over bedrijfseconomische gegevens.
Rekenkamer
In het Financieele Dagblad werd een andere mogelijkheid geopperd die ons op het spoor van de zoekgeraakte miljarden zou kunnen brengen. Daarbij werd gewezen op de mogelijkheid van het verevenen door bedrijven van verliezen op hun werken in het buitenland met de extra opbrengsten in Nederland. Gesuggereerd werd de Algemene Rekenkamer een onderzoek te laten uitzoeken hoe het echt zit. De cijfers van het EIB houden volgens het FD geen rekening met dit buitenlandse traject. Ook in dit geval had het geen kwaad gekund eerst naar de bron te kijken, alvorens hem als onbruikbaar te benoemen. De rendementscijfers van het EIB betreffen in dit geval gww-bedrijven op de Nederlandse markt. Aanvullend onderzoek op dit punt is dus niet nodig.
Niet onvermeld kan blijven de suggestie, dat het frauduleus verkregen geld dan wel naar het buitenland zou zijn gesluisd. Connecties met verre buitenlanden werden genoemd. Zonder een spoor van bewijs niet alleen, maar ook weer zonder acht te slaan op de boekhouding van een bedrijf. De opbrengsten die hier worden bedoeld komen aan de voordeur binnen. Hoe werk je drie, vier keer de jaarwinst weg naar het buitenland. Misschien nog interessanter is natuurlijk waarom je dat zou doen. Moeten de aandeelhouders hun extra dividend soms in Hongkong gaan ophalen? Kortom, er moeten betere bewijzen komen om de miljardenfraude te staven. Of je moet erover ophouden.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

