Het bekendste voorbeeld is het Lappersfortbos te Brugge dat 18 ha groot is en waarvan 8 ha als industrie- en KMO-zone zijn afgebakend. Maar het Lappersfortbos is geen geïsoleerd geval. Vlaanderen telt in totaal 305 overlappingen van dezelfde omvang als het Lappersfortbos. De overlapping van industrie- en bedrijventerreinen met bossen is het grootst in de provincie Limburg. Daar bedraagt ze 1.472 ha, d.i. 60% van de totale overlapping van industrie- en bedrijventerreinen met bossen in Vlaanderen. In de provincie Antwerpen bestaat een overlapping van 602 ha en in Oost-Vlaanderen van 259 ha. In Vlaams-Brabant blijft de overlapping beperkt tot 80 ha en in West-Vlaanderen tot 28 ha, waarvan 8 ha bij het Lappersfortbos. Bij deze cijfers werden kleinere gehelen bosvegetatie van minder dan 0,5 ha zelfs buiten beschouwing gelaten. De cijfers vormen dus een onderschatting van de problematiek.
Voor de verdere economische ontwikkeling van Vlaanderen blijft het uitermate belangrijk dat voor industrie en bedrijven in totaal 62.000 ha worden gereserveerd tegen 2007, zoals het RSV had vooropgesteld. De 2.441 ha industrie- en bedrijventerreinen die reeds zijn afgebakend maar nu bebost blijken te zijn, zitten vervat in de einddoelstelling van het RSV. Indien deze terreinen onbenut blijven, zal het aanbod netto niet kunnen toenemen met 7.000 ha. Dan komt er hoogstens een toename met 4.559 ha, d.i. 65% van het vooropgestelde objectief. Tenzij dit verlies elders door extra af te bakenen industrie- en bedrijventerreinen wordt gecompenseerd.
Het gaat uiteindelijk om een oud zeer. De problemen dateren van bij de gewestplannen. Bij de opmaak van de gewestplannen werden veel te weinig gebieden als bos afgebakend. Op die manier is een zeer belangrijke discrepantie ontstaan tussen de gebieden die als bos zijn ingekleurd, en de gebieden die effectief met bossen zijn bedekt. Terwijl Vlaanderen volgens de gewestplannen amper 43.700 ha bosgebieden telt, zijn maar liefst 153.405 ha daadwerkelijk bebost. De overlappingen van deze bossen met gebieden met ‘harde’ bestemmingen, zoals onder meer industrie en bedrijven, zijn dan ook legio.
De overlappende gebieden door de overheid laten aankopen, is geen optie. Het aankoopbedrag voor een terrein hangt immers af van de aard van het bestemmingsgebied. Voor industriegebied betaalt men nu eenmaal de prijs voor industriegrond, ook al is dit gebied bebost. Voor de aankoop van het overlappend gedeelte van het Lappersfortbos bedraagt het aankoopbod bijna 2,8 miljoen euro voor een kleine 8 hectare. Dit komt neer op 350.000 euro per ha. Indien de Vlaamse overheid tegen zo’n prijs al de 2.441 overlappende hectaren zou gaan aankopen, zou dit een totale kost van meer dan 800 miljoen euro met zich meebrengen. In het geval van het Lappersfortbos heeft minister Peeters intussen bewezen een pragmatische koers te willen varen en heeft hij vooralsnog geen grond aangekocht maar besloten hoogstens een deel van het bos te huren.
Mordicus vasthouden aan de verdere ontwikkeling van bossen op terreinen die voor industrie en bedrijven zijn bestemd, is zinloos. Voor de toename van het bosareaal met 10.000 ha die in het RSV is ingeschreven, moet de Vlaamse regering zich de komende jaren integendeel toeleggen op de ontwikkeling van bossen op bestaande natuurgebieden. Vlaanderen telt buiten 43.700 ha bosgebieden ongeveer 155.300 ha met een bestemming als natuurgebied of met een andere groene bestemming. Aan deze gebieden moet in eerste instantie worden gedacht om het Vlaams bosareaal uit te breiden.
Maar ook deze gebieden hoeft de Vlaamse overheid niet aan te kopen. Het is veel efficiënter bij de ontwikkeling van natuurgebieden tot bosgebieden de private eigenaars te betrekken. Uit de contacten van de VCB met de verschillende vastgoedorganisaties die samen met haar verenigd zijn in de vzw VLORO (Vlaams Overleg Ruimtelijke Ordening en huisvesting), is gebleken dat van die kant zeker belangstelling hiervoor bestaat. Maar tegelijk stellen de partners van de vzw VLORO dat hun leden – landeigenaars, immobiliënmakelaars, vastgoedpromotoren enz. – in het beheer van hun natuureigendom nog te sterk worden tegengewerkt door een overvloed van regels vanuit de meest uiteenlopende beleidsdomeinen: habitat- en vogelrichtlijngebieden, Vlaams Ecologisch Netwerk, erfgoedlandschappen enz. Deze regels zorgen voor heel wat rechtsonzekerheid, waardoor nog weinig eigenaars bereid zijn in de exploitatie van hun groengebieden te investeren.
De VCB is dan ook verheugd dat de beleidsnota Leefmilieu en Natuur van minister Peeters uitdrukkelijk private initiatieven voor een duurzaam bos- en natuurbeheer wil aanmoedigen. Op basis van het concept ‘landgoed’ zullen private eigenaars en beheerders op lange termijn zekerheid krijgen omtrent hun rechten en plichten. De VCB vraagt dat dit concept nu zo snel mogelijk in de praktijk wordt omgezet. Het kadert trouwens in het streven van de Vlaamse regering naar administratieve vereenvoudiging.
De gebieden die via dit concept bijkomend als bos- en natuurgebied zullen worden beheerd, zullen ruimschoots de bossen compenseren die nu nog de ontwikkeling van bepaalde industrie- en bedrijventerreinen verhinderen. Indien de Vlaamse overheid binnen twee jaar tot 7.000 extra ha industrie- en bedrijventerreinen wil komen, moet van de concretisering van dit concept dringend werk worden gemaakt.
Marc Dillen, Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

