Algemeen

Vlaamse overheid bij grootste wanbetalers in Europa

Vorig jaar betaalden Vlaamse en federale overheidsdiensten samen meer dan 6 miljoen euro aan verwijlinteresten. De overheid slaagt er blijkbaar niet in haar facturen tijdig te betalen. Nochtans heeft de overheid 60 dagen om te betalen, particulieren en ondernemers slechts de helft. Unizo en Bouwunie willen dat de overheid haar al ruime betalingstermijnen respecteert en ophoudt betalingen door te schuiven naar een volgend boekjaar op kosten van ondernemers en belastingbetalers. “Dit geld kan beter besteed worden. Bovendien zadelt de overheid ondernemers, vooral kmo’s met kleinere cashflow, op met liquiditeitsproblemen waardoor ze bij krediets- en overheidsinstellingen gebrandmerkt worden als wanbetaler. Ten slotte is de overheid, als grootste wanbetaler van het land, mee verantwoordelijk voor een vicieuze cirkel van laattijdige betalingen,” aldus Unizo en Bouwunie. Een recent onderzoek van debiteurenbeheerder Intrum Justitia rangschikt België in de staart van het Europese peloton als het gaat over tijdig betalen. Gemiddeld betaalt de Belgische overheid na 75 dagen, enkel Italië en Spanje doen slechter. Bouwunie en Unizo willen dat de overheid komaf maakt met de laattijdige betalingen, vooral naar het jaareinde toe. Daartoe moet ze het te betalen bedrag al bij de aanbesteding opzijzetten. Bovendien moet ze openstaande schulden enerzijds en schuldvorderingen anderzijds ten aanzien van dezelfde onderneming, onderling compenseren.

Vergeleken met andere Europese landen, scoort de Belgische overheid erg slecht. Debiteurenbeheerder Intrum Justitia onderzocht de gemiddelde betalingstermijn door 10 Europese overheden. In België bedraagt die 75 dagen, merkelijk meer dan Finland (26), Denemarken (35), Zweden (39), Nederland (47), Groot-Brittannië (48), Zwitserland (49) en Ierland (53). Enkel de overheden in Spanje en Italië wachten gemiddeld nog langer (gemiddeld resp. 113,3 en 140,1 dagen)

Als oorzaak voor deze late betaling door de overheid wordt vaak verwezen naar de complexe administratieve procedures, nodig voor de goedkeuring van betalingen. Voor de ondernemer maakt het nochtans economisch geen enkel verschil of zijn schuldenaar een particulier, een andere onderneming of de overheid is : een laattijdige betaling betekent in al deze gevallen een dure prefinanciering met mogelijke liquiditeitsproblemen tot gevolg.

Overheid en overheidsinstellingen moeten aan dezelfde regels onderworpen zijn als consumenten en ondernemingen bij de betaling van openstaande schulden. De overheid heeft bovendien een voorbeeldfunctie te vervullen in het bestrijden van betalingsachterstanden. Nu is ze de grootste wanbetaler van het land.

Een overheid die, om budgettaire of andere redenen, tegoeden van ondernemers die werken hebben uitgevoerd of diensten of goederen hebben geleverd, bevriest, indien de goede uitvoering van de werken of correcte levering van de goederen of diensten, niet redelijkerwijze kan worden betwist, is volgens Unizo en Bouwunie onaanvaardbaar. Zelfs ingeval van betwisting dient minstens het niet betwiste deel van de factuur tijdig te worden betaald. Daarom moet de overheid bij het aanbesteden van werken of leveringen van goederen of diensten meteen het daarvoor te betalen bedrag reserveren.

Bovendien moet de overheid openstaande schulden enerzijds en schuldvorderingen anderzijds ten aanzien van dezelfde onderneming, onderling compenseren. Laatijdige betaling door de overheid heeft vaak tot gevolg dat ondernemingen, onder meer hun verschuldigde RSZ-bijdragen niet tijdig kunnen betalen. Bouwunie en Unizo vragen de overheid een onderneming met hogere overheidsvorderingen dan overheidsschulden, voorlopig als niet-inhoudingsplichtig op de RSZ-website aan te duiden. Inhoudingsplichtige ondernemingen worden bij krediet-, overheidsinstellingen en andere niet-particuliere opdrachtgevers gebrandmerkt als wanbetaler en ondervinden hierdoor grote problemen.