Het RSV van 1998 had voor het wonen trouwens in een status-quo voorzien. Voor het wonen werden 227.500 ha toegekend, evenveel als in de toenmalige gewestplannen. In deze 227.500 ha waren de woonuitbreidingsgebieden inbegrepen. Voor de reservering van deze 227.500 ha ging het RSV uit van de bouw van 24.595 extra woongelegenheden per jaar en van een totaal van 393.514 extra woongelegenheden voor de ganse planningsperiode van 1992 tot 2007.
Maar in de realiteit stellen we de volgende tendensen vast. Enerzijds werden de laatste jaren steeds meer dan 24.595 extra woongelegenheden gebouwd. Het streefcijfer voor 2007 zal daardoor reeds dit jaar worden overschreden, zoals blijkt uit de tabel in bijlage. Het RSV heeft de behoefte aan bijkomende woongelegenheden dus sterk onderschat. Anderzijds hebben slechts een beperkt aantal gemeenten gebruik gemaakt van de mogelijkheid om nieuwe woonuitbreidingsgebieden aan te snijden.

De combinatie van onderschatte woonbehoeften en onderbenutte woonuitbreidingsgebieden heeft een enorme schaarste aan bouwgronden doen ontstaan. Dit heeft tot een forse toename van het aantal woningaankopen geleid. Tegelijk werd een record aantal appartementen gebouwd. Nooit werden meer vergunningen voor renovaties toegekend dan nu. Maar het gevoerde stedenbouwbeleid heeft ook een negatief effect gehad. De bouwgrondprijzen zijn bijzonder sterk gaan stijgen. In dit verband wil de VCB nog beklemtonen dat dit niet het gevolg is van grondspeculatie. Uit haar jaarlijkse publieksenquêtes, waaraan telkens meer dan 2.000 respondenten hebben deelgenomen, blijkt keer op keer dat particulieren en familieleden de voornaamste aanbieders van bouwgrond zijn.
Ten gevolge van de lintbebouwing langs de hoofdwegen, die historisch gegroeid is, leeft de algemene idee dat Vlaanderen volgebouwd is. Maar deze idee moet categoriek worden tegengesproken. Uiteindelijk is de bebouwde oppervlakte in Vlaanderen vergelijkbaar met even dicht bevolkte gebieden, zoals Nederland.
Volgens de VCB is er dus nog ruimte om woonuitbreidingsgebieden aan te snijden. Dat was trouwens in het RSV voorzien, zoals het RSV ook voorzag in een uitbreiding van het aantal hectares industriegebied van 55.000 tot 62.000. De VCB is wel van oordeel dat de woonuitbreidingsgebieden niet zomaar in het wilde weg mogen worden ontwikkeld. Zij gaat ermee akkoord om prioritair de woonuitbreidingsgebieden te laten aansnijden die bestaande stads- en dorpskernen versterken. Via professionele verkavelingen is het bovendien mogelijk de ontwikkeling van de woonuitbreidingsgebieden conform de streefcijfers van het RSV te laten verlopen, met een minimum van 25 woningen per ha in het stedelijk gebied en van 15 woningen per ha in het buitengebied.
De VCB is dus niet tegen het RSV als dusdanig gekant. Het RSV heeft de woondichtheid al in belangrijke mate vergroot. De VCB is er wel tegen gekant dat men met paardenmiddelen het wonen van nieuwe woningen nog sterker gaat beperken dan nu reeds het geval, zodat het wonen voor de gemiddelde Vlaming helemaal onbetaalbaar wordt.
Marc Dillen, directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

