Algemeen

VCB verheugd over code om gasramp te vermijden

De gasramp die op 30 juli 2004 te Gellingen plaatsvond, heeft de enorme risico’s bij het werken nabij leidingen aangetoond. Vanaf dat ogenblik zijn initiatieven om de herhaling van zo’n ramp te vermijden, in een stroomversnelling geraakt. Er werden onmiskenbaar vorderingen gemaakt. Maar van cruciaal belang is de precisie van de informatie die de leidingbeheerders willen verstrekken. Volgens de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) zijn zij nu meer dan ooit aan zet en moeten zij hun verantwoordelijkheid nemen.

Het aantal kabel- en leidingbeheerders neemt almaar toe. Door de veelheid aan operatoren is het voor de aannemers helemaal niet meer duidelijk welke beheerder in welke straat ooit leidingen heeft aangelegd, en wie bij werken nabij leidingen moet worden verwittigd. Volgens de VCB is er daardoor dringend nood aan een gecentraliseerd meldpunt met website. Recentelijk heeft minister van Openbare Werken Kris Peeters aan GIS Vlaanderen de opdracht heeft gegeven het Kabels en Leidingen Informatie Portaal (KLIP) uit te bouwen. Het is de bedoeling dat de aannemer via één klik op deze portaalsite een volledig overzicht krijgt van alle eigenaars van kabels en leidingen in één bepaalde gemeente.

Tegelijk legt het departement Leefmilieu en Infrastructuur van de Vlaamse Gemeenschap momenteel de laatste hand aan een praktische leidraad met een aantal regels voor een veilige uitvoering van werken nabij leidingen. De VCB heeft daarbij kunnen bekomen dat een laatste knelpunt op dit vlak werd opgeruimd, met name dat aannemers zullen worden vergoed indien voor werken nabij leidingen bijkomende peilingen vereist zijn. Ook dit dossier evolueert dus in positieve zin.

De VCB verwacht nu ook van de leidingbeheerders extra inspanningen. Enkel indien zij ten volle hun verantwoordelijkheid nemen, zal een sluitend preventiesysteem mogelijk zijn. Opdat een aannemer veilig nabij ondergrondse kabels en leidingen zouden kunnen werken, is het niet voldoende dat hij weet in welke straten kabels en leidingen van welke operator liggen. Hij moet ook de precieze ligging kennen.

In heel wat gevallen zijn de plannen van de leidingbeheerders onvoldoende precies. Op het terrein stelt men afwijkingen van meer dan een halve meter vast. Huisaansluitingen worden doorgaans niet op de plannen aangeduid. De leidingbeheerders laten nog altijd na hun nieuwe leidingen systematisch met detectieapparatuur uit te rusten. De technologische evolutie stelt de leidingbeheerders nochtans in staat dit detectiemateriaal zonder grote meerkost op ruime schaal aan hun leidingen aan te brengen. Bovendien dienen de leidingbeheerders hun leidingen beter te beschermen. Vooral grotere leidingen met een belangrijk gevarenrisico en kostbare glasvezelverbindingen moeten beter tegen schade door graafmachines worden beschermd.

Op 15 april organiseert de VCB in samenwerking met Fluxys een seminarie over werken nabij ondergrondse kabels en leidingen. Ook belangrijke leidingbeheerders hebben zich voor deze studiedag ingeschreven. De VCB hoopt dan ook dat dit seminarie verdere engagementen van hun kant zal bespoedigen. In ieder geval moeten ook de leidingbeheerders hun verantwoordelijkheid nemen dat binnen vier maanden, één jaar na de ramp van Gellingen, een concreet gamma van preventieve maatregelen beschikbaar is.

Marc Dillen, directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw