Algemeen

Uitzonderlijk langdurig winterweer speelt bouwsector parten

De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) heeft kunnen vaststellen dat het aantal door de sector erkende vorstdagen op 20 februari van dit jaar al hoger lag dan voor de volledige winterperiode van 2004-2005. Daarbij werd nog geen rekening gehouden met de koudegolf die al heel wat dagen aansleept en wellicht nog een week zal aanhouden. Deze uitzonderlijk lange periode van slecht weer valt precies op het ogenblik dat de Vlaamse aannemers met meer projecten zitten dan vorige jaren. Bouwbedrijven krijgen het moeilijk om hun orderportefeuille tijdig uit te voeren. Bij overschrijding van de steeds krappere uitvoeringstermijnen dreigen zware boetes.

Tijdens de winterperiode 2004-2005 bleef het aantal erkende vorstdagen voor de provincies Oost- en West-Vlaanderen beperkt tot een korte winterprik eind december en tot een paar weken einde februari – begin maart. Voor de huidige winterperiode ligt het aantal erkende vorstdagen in deze twee provincies nu al stukken hoger dan vorig jaar. De periode vanaf eind december tot begin februari werd bijna continu als vorstperiode erkend. In de andere Vlaamse provincies lag het aantal erkende vorstdagen op 20 februari ook al hoger dan voor de ganse winterperiode 2004-2005.

De erkende vorstdagen zijn dan nog een onderschatting van het aantal onwerkbare dagen. Het gebeurt vaak dat de temperatuur rond nul graden schommelt en men de arbeiders toch niet kan laten werken. Bepaalde activiteiten, zoals het betonneren, kunnen niet onder vijf graden worden uitgevoerd. Ook dekvloer- en pleisterwerken vereisen temperaturen van minstens vijf graden boven het vriespunt. Anders kan de uitvoeringskwaliteit niet worden gewaarborgd.

In 2005 steeg het aantal stedenbouwkundige vergunningen voor nieuwe huizen in Vlaanderen met 11% tot 19.135 en dat voor nieuwe appartementen met 12% tot 22.366. Het orderboekje voor nieuwe huizen en appartementen is goed gevuld. De projecten waarvoor in de loop van 2005 een stedenbouwkundige vergunning werd toegekend, worden nu volop uitgevoerd. Zelfs zonder het slechte weer is het alle hens aan dek om de talrijke woningbouwprojecten tijdig uitgevoerd te krijgen. De uitzonderlijk lange winter zal voor de uitvoering onvermijdelijk tot extra vertraging leiden.

Voor niet-woongebouwen (met onder meer kantoor-, handels- en industriepanden) steeg het aantal stedenbouwkundige vergunningen in Vlaanderen vorig jaar met 8%. In 2005 werden in het Vlaamse gewest voor bijna 31 miljoen m³ niet-woongebouwen vergund. Ook deze projecten dreigen nu langer op uitvoering te moeten wachten.

De vertragingen hebben voor de aannemers onvermijdelijk financiële gevolgen. Opdrachtgevers leggen steeds striktere termijnen op. Industriële en commerciële opdrachtgevers staan onder zware concurrentiedruk en rekenen erop zo snel mogelijk in hun nieuwe gebouwen te kunnen intrekken. Door de zachte winters van de voorbije jaren hebben zij wellicht onvoldoende rekening gehouden met de mogelijkheid van een langere winterstop. Als de aannemer de vastgestelde datum niet kan halen, dreigen zware boetes.

Marc Dillen, Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw