Algemeen

Tweede jeugd voor baksteen systeembouwflat

Door de dragende muren te vervangen door een stalen portaal krijgen hokkerige naoorlogse flats een vrij indeelbare plattegrond.

Een proef wijst uit dat de bouwkosten bij het vervangen van de dragende muren door een stalen portaal minstens 12 procent goedkoper uitpakken dan sloop en nieuwbouw. Woningcorporatie Het Oosten gaat de techniek nu opschalen.

Het project getiteld Flexibele Doorbraak kreeg eind vorig jaar de IFD-status. Volgens de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting is het een goed voorbeeld van Industrieel Flexibel en Demontabel bouwen en verdient het een subsidie voor een grootschaliger proef. Het Oosten heeft daarvoor het oog laten vallen op een baksteen systeembouwflat van in buurt Ne9en in Amsterdam Geuzenveld. De flat stamt uit 1959 en kampt met alle problemen die zo typerend zijn voor de naoorlogse woningbouw: kleine kamertjes waarvan de indeelbaarheid niet is te wijzigen en een gebrekkig binnenklimaat. Het is de bedoeling om in het demonstratieproject één van de acht portieken van de flat de helemaal aan te pakken. Als de proef succesvol blijkt is het plan om de drie naastgelegen portieken vervolgens op dezelfde wijze op te knappen.
De methode waarmee de indeelbaarheid van de vloeren wordt verhoogd is vorig jaar beproefd bij een sloopflat in Osdorp. Voordat de flat definitief tegen de vlakte ging, werden stempels geplaatst, de dragende wanden gesloopt en stalen portalen geplaatst die van gevel tot gevel overspanden. Daardoor ontstond een vrijwel indelingsvrije ruimte. Temeer omdat de intentie is de installaties en leidingen tussen het portaal en het binnenspouwblad te plaatsen, waardoor ook keuken en toilet naar believen een plekje kunnen krijgen in de plattegrond. Een belastingproef met waterbakken wees uit dat de portalen constructief hun mannetje stonden.

Overgedimensioneerd
Een lessen die uit het experiment werd getrokken is dat de portalen lichter kunnen worden uitgevoerd. Ook de koppelstangen waarmee de horizontale stabiliteit van de flat wordt gewaarborgd tijdens de werkzaamheden, bleken overgedimensioneerd. Het staalwerk kan dus goedkoper bij de grootschalige proef. De constructeur was blijkbaar aan de veilige kant gaan zitten. Een andere les is dat er tijdig moet worden begonnen met de bouwvoorbereiding. Want de flat in Osdorp was volgens de bouwtekeningen een originele elementenflat. Een inspectie in de berging had dat beeld volgens R. Noyon van Het Oosten ook bevestigd. Overal waren de voegen tussen de elementen zichtbaar. Maar toen er daadwerkelijk vier woningen werden aangepakt bleken enkele wanden in het werk te zijn gestort. Dat vergde dus veel meer sloop en breekwerk dan gedacht. Noyon: Bij het nieuwe demonstratieproject doen we dat dus anders. Zodra de eerste woningen verlaten zijn, voeren we boringen uit om te kijken hoe de flat daadwerkelijk is gebouwd. Dan komen we tijdens de uitvoering niet meer voor verrassingen te staan.
Maar zo’n vaart loopt het nog niet. Naar het zich nu laat aanzien laat de start van het IFD experiment nog zeker een jaar op zich wachten. De ontwikkeling van Buurt Ne9en in Geuzenveld loopt minder snel dan gedacht, waardoor de huidige bewoners nog niet de vereiste urgentiestatus hebben waarmee ze kunnen worden uitgeplaatst. Dat is aan het stadsdeel om te bepalen; en niet aan de corporatie. Het Oosten heeft dat dus niet zelf in de hand.
Naast dit proefproject loopt er nog een verwant project dat ook eind vorig jaar een IFD-subsidie kreeg toegekend. De partners zijn dezelfde als bij het demonstratieproject. Naast Het Oosten en de Stichting Bouwresearch, doen de corporaties Haag Wonen en Far West mee. Doel is daarbij individuele woningen op een vergelijkbare manier op te waarderen.
A. Verheus van Het Oosten, eveneens bij het experiment betrokken: “Het ideaal is dat een huurder belt, meldt dat hij een vrijere indeelbaarheid van zijn woning wenst, waarna een busje voorrijdt, de wanden worden weggehakt, een portaal geplaatst, flexibele wanden aangebracht, en klaar-is-kees. Dat is natuurlijk niet realistisch, maar de zogenaamde celsgewijze aanpak komt een beetje in de buurt. In theorie althans, want binnen dit IFD-project wordt de haalbaarheid van deze aanpak onderzocht.”

Beperkingen
Dat er per definitie meer beperkingen kleven aan die aanpak is buiten kijf. Niet de complete dragende muren, maar delen daarvan worden vervangen door stalen portalen. Die zullen, anders dan bij de portieksgewijze aanpak een stukje onder het plafond uitsteken. Bovendien is het niet mogelijk de kabels en leidingen structureel te verleggen, en zodoende indelingsvrijheid te vergroten. De celsgewijze aanpak biedt volgens Verheus daarom geen oplossing voor de lange termijn, maar zorgt ervoor dat een verouderde woning weer tien tot vijftien jaar meekan. De investeringen zullen dan ook navenant minder zijn dan bij de portieksgewijze aanpak. Het financiële voordeel van de aanpak van portieksgewijze Flexibele Doorbraak hebben de bouwkostendeskundigen van Het Oosten becijferd op 12 procent vergeleken met sloop en nieuwbouw of hoogniveaurenovatie. Noyon steekt niet onder stoelen of banken dat hij gehoopt had op een wat groter voordeel, maar wijst erop dat in de berekening alleen naar pure bouwkosten is gekeken.
“Als je binnen een bestaand casco aan de gang gaat zijn de vergunnings- en planprocedures veel minder ingrijpend en goedkoper dan bij sloop/nieuwbouw. Ook hoeft het erfpachtcontract niet opengebroken te worden, wat de huurders onherroepelijk op flink hogere kosten zou jagen. Bovendien is de verwachting dat stortkosten van sloopafval sterk toenemen, zodat we erop rekenen dat de voordelen alleen maar groter worden.”