Algemeen

Systeem brandwerende deuren nietig verklaard

De Koninklijke Vereniging van Meester-Schrijnwerkers van Brussel en Halle-Vilvoorde vzw, aangesloten bij BOUWUNIE, trok naar de Raad van State na publicatie van het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 omtrent de basisnormen voor preventie van brand en ontploffingen waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen. Dit KB legde specifieke eisen op aan de plaatsers van brandwerende deuren. De personen die deze werkzaamheden wensten uit te oefenen, moesten zich hiervoor afzonderlijk laten opleiden en certificeren. Onterecht zegt de Raad van State nu. De vestigingswet van schrijnwerker-timmerman, het eerste in België gereglementeerd beroep, bepaalt immers dat onder meer het plaatsen van brandwerende deuren onder de bevoegdheid van de schrijnwerker-timmerman valt. Het arrest van 23 maart jongstleden vernietigt dan ook alle verwijzingen naar een specifieke reglementering voor plaatsers van brandwerende deuren. Hierdoor moeten de bedrijven, die in orde zijn met de vestigingswet, geen afzonderlijke certificering vragen, noch een bijdrage betalen aan het Instituut voor Brandveiligheid (ISIB), de instelling die door de Minister van Binnenlandse Zaken aangesteld was om het systeem te coördineren.

De regeling van de erkenning voor het plaatsen van brandwerende deuren werd van kracht midden de jaren ’90 met als basis het Koninklijk besluit van 7 juli 1994 (het K.B. Brand en ontploffingen) en het Ministerieel besluit van 5 mei 1995 omtrent de voorwaarden tot erkenning van de plaatsers. Voordien had het ISIB reeds een vrijwillige erkenning uitgewerkt. Dit vrijwillig systeem werd met de hoger vermelde besluiten van ’94 en ’95 de wettelijke regeling.

De Koninklijke Vereniging van Meester-Schrijnwerkers van Brussel en Halle-Vilvoorde was niet te spreken over deze wettelijke bepalingen. Volgens de vereniging was de regeling tot erkenning van plaatsers in strijd met de vestigingswet. Om dit argument kracht bij te zetten startte zij in 1995 een procedure voor de Raad van State ter nietigverklaring van het Koninklijk Besluit van 1994 en het Ministerieel Besluit van 1995.

De grond van de aanklacht handelde over de discussie omtrent het toepassingsgebied van de vestigingswet versus dit van het KB Brand en ontploffingen. De vestigingswet bepaalt immers dat de fabricage met het oog op plaatsing of uitsluitend de plaatsing van alle voorwerpen of producten uit hout, onder het gereglementeerd beroep van schrijnwerker-timmerman vallen. Zonder enige twijfel ressorteren hieronder ook de houten brandwerende deuren. De overheid, van haar kant, is van oordeel dat zij strengere eisen mag opleggen op uitvoering van bepaalde werkzaamheden. Bovendien heeft ze in haar gewijzigd Koninklijk besluit van 1997 een verwijzing naar de vestigingswet opgenomen, zonder echter specifiek het beroep van schrijnwerk-timmerman hierbij te vermelden.

Na vele jaren van procedure volgt de Raad van State de zienswijze van de Koninklijke Vereniging en vernietigt zij alle besluiten die betrekking hebben op het erkennen van plaatsers van brandwerende deuren. Meer bepaald zijn dit:

1. bijlage 1, punt 2, tweede alinea, van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen,

2. het besluit van 5 mei 1995 van de minister van Binnenlandse Zaken tot vaststelling van de voorwaarden en de procedure inzake de erkenning van de plaatsers van brandwerende deuren, en

3. het besluit van 15 maart 1996 van de staatssecretaris van de Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, houdende de erkenning van plaatsers van brandwerende deuren.

Deze vernietiging gebeurt “ab initio”, hetgeen betekent dat de vernietigde besluiten als niet bestaande moeten beschouwd worden.

Deze uitspraak is een terechte waardering van de vestigingswet. De raad van state verduidelijkte immers dat de vestigingswet de bevoegde wetgeving is waarin wettelijke bepalingen ten aanzien van een gereglementeerd beroep dienen genomen te worden.

Deze uitspraak houdt ook in dat voortaan alle houten brandwerende deuren enkel nog geplaatst kunnen worden door personen die in het bezit zijn van een vestigingsattest van schrijnwerker-timmerman.

BOUWUNIE Schrijnwerkers & Interieurbouwers, de overkoepelende schrijnwerkfederatie waarbij de Koninklijke Vereniging van Meester-Schrijnwerkers van Brussel en Halle-Vilvoorde aangesloten is, is uiterst tevreden met de uitspraak van de Raad van State. De vestigingswet biedt voldoende zekerheid naar een correcte plaatsing van deze deuren door een schrijnwerker-timmerman. De vereniging vraagt aan de overheid dat, indien zij het nodig acht om de geplaatste brandwerende deuren alsnog te controleren, dit voortaan gebeurt volgens de uniforme regelgeving die inmiddels ontwikkeld is. Een externe controle zoals bij de elektrische installaties is een mogelijkheid. Het initiatief en de kosten van een dergelijke controle zijn voor rekening van de opdrachtgever. Een andere optie is dat de brandweer of de verzekeringsinstellingen deze controles zouden uitvoeren in de particuliere woningbouw.

BOUWUNIE Schrijnwerkers & Interieurbouwers roept alle bedrijven op om geen bijdragen meer te betalen aan het ISIB aangezien er geen rechtsgrond meer is voor dit systeem.