Uit onderzoek van het Nederlandse Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) blijkt dat voor de bouwvakker stress net zo'n groot gevaar is om in de WAO te belanden als zware fysieke arbeid.
Door technologische ontwikkelingen zijn de arbeidsomstandigheden in de bouw de laatste jaren flink verbeterd. Allerhande hulpmiddelen verlichten tegenwoordig zware lichamelijke arbeid. De bouwvakker wordt steeds meer een werknemer als ieder ander. In de bouw worden echter de risico's van stress, door werken onder tijdsdruk en het combineren van arbeid met zorgtaken, nog onvoldoende onderkend. Dat constateert het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) op basis van onderzoek naar de instroom van bouwvakkers in de WAO van onderzoeksbureau Aarts, De Jong, Wilms & Goudriaan Public Economics uit Den Haag en de stichting voor Economisch Onderzoek uit Amsterdam. Mede door technologische ontwikkelingen is het aantal bouwvakkers dat arbeidsongeschikt raakt sinds 1990 sterk gedaald. “Duidelijk is dat het investeren in arbeidsverlichtende maatregelen, zoals een metselmachine, effectief is”, zo licht de UWV-woordvoerder toe. “De fysieke belasting was natuurlijk altijd het grootste probleem. Nu komen andere significante risico's naar boven”, stelt de woordvoerder. De sector moet nu veel meer maatregelen nemen die zorgen voor ontspanning, zoals zorgverlof en sportbeoefening in de tijd van de baas.
Fysiek
Gezondheidsklachten, zo menen de onderzoekers, zijn in de bouw gemakkelijker te ondervangen en op te lossen. Vaak zijn de klachten concreet, omdat het fysieke letsels zijn. Bovendien zijn de klachten meestal arbeidsgerelateerd en bieden aanknopingspunten voor aanpassingen in het werk. De lonen zijn relatief hoog. Het loonverlies is bij ziekte groter dan bij andere werknemers met een opleiding op gelijk niveau.
Stijgen en dalen
Vooral in de jaren 1990 tot 1997 is de instroom van bouwvakkers in de WAO spectaculair gedaald. Het aantal nieuwe WAO'ers in de bouwnijverheid, een sector die wordt gedomineerd door mannen, daalde in die jaren met 56 procent. Terwijl de daling van de WAO-instroom onder alle mannelijke werknemers, dus ook in andere sectoren, 41 procent bedroeg. Tussen 1997 en 2000 steeg het WAO-instroompercentage in de bouwnijverheid met 28 procent, terwijl het WAO-risico voor mannelijke werknemers in het algemeen op het niveau van 1997 bleef steken. Dat komt door de uiteenlopende groei van de werkgelegenheid. Mede door de stijging van de arbeidsproductiviteit en een tekort aan arbeidskrachten daalde de werkgelegenheid in de bouw met 2 procent, terwijl de werkgelegenheid voor mannen in het algemeen met 22 procent groeide.
Deeltijd
Typisch voor de bouwnijverheid is de stijging van het aantal deeltijd arbeidsongeschikten. Sinds 1995 is dit aantal gestegen. In 2000 kreeg meer dan de helft van de WAO toetreders een “partiële uitkering”, een uitkering voor gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. De bouwvakkers lijken hun achterstand op het gebied van gezondheid op de werkplek te hebben weggewerkt, aldus het UWV. De groeiende vraag naar bouwlieden en de krapte op de arbeidsmarkt hebben er ook toe bijgedragen dat werkgevers in de sector meer oog kregen voor arbeidsomstandigheden. Het UWV waarschuwt voor nieuwe risico's, zoals werkdruk en de complexiteit van het tweeverdienerschap. Deze risico’s worden nog onvoldoende onderkend. Door de krapte op de arbeidsmarkt wordt in het bouwbedrijf meer gebruik gemaakt van werknemers met een verhoogd WAO-risico, omdat steeds meer vooral oudere werknemers worden aangenomen. De WAO-populatie in de bouw bestaat dan ook over het algemeen uit oudere werknemers.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

