In verschillende arresten heeft het Hof van Cassatie beslist dat de rechtstreekse vordering, ingeleid na faillissement of vereffening van de hoofdaannemer niet meer ontvankelijk is. M.a.w. de onderaannemer maakt enkel een kans om rechtstreekse betaling te krijgen van de bouwheer indien hij de vordering instelt vóór het faillissement of de vereffening van de hoofdaannemer.
Uit publicaties blijkt nochtans dat 99% van de rechtstreekse vorderingen ingeleid worden na faillissement van de hoofdaannemer. De reden hiervoor is zonneklaar. Als de onderaannemer te vlug een rechtstreekse vordering inleidt dan zet hij hiermee de relatie met zijn hoofdaannemer sterk op de helling. Bovendien riskeert hij medeaansprakelijk te worden gesteld voor het eventueel faillissement van de hoofdaannemer.
In een ander arrest besliste het Hof dat de inleiding van de rechtstreekse vordering aan geen enkele vormvereiste wordt onderworpen. Een eenvoudige aangetekende brief naar de bouwheer toe volstaat. Daarom heeft de voltooiing binnen de Confederatie Bouw een modelbrief opgesteld die het de niet betaalde onderaannemer gemakkelijker maakt om zijn rechtstreekse vordering in te stellen.
Deze modelbrief en een volledig dossier kan bekomen worden via de website www.vlaamseschrijnwerkers.be
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

