Het college van procureurs-generaal had de bouwbedrijven Strukton en HBG-dochter HBW voor de rechter willen slepen voor het gebruik van valse facturen bij de aanleg van de Schipholtunnel. Het college werd echter voor het blok gezet door de toenmalig officier van justitie W.F. Groos die de advocaten van de bouwers al een schikking had toegezegd.
Dat bleek gisteren tijdens het verhoor van de leider van het justitieel onderzoek voor de parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid. Pas in de zomer van 2001 begreep Groos dat de procureurs-generaal liever hadden willen vervolgen, terwijl in november 2000 positief was gereageerd op het voorstel van de bouwers om te schikken. Groos had steeds overlegd met de hoofdofficier en anderen en zag geen aanleiding om haar koers te wijzigen, maar zegt er nu achteraf wel spijt van te hebben. Het Openbaar Ministerie was niet op de hoogte van de discussie die de procureurs in november 2000 voerden, waarbij vervolging de voorkeur leek te hebben. Dat kreeg zij pas in mei te horen.
Inmiddels was zoveel tijd verstreken dat de officier het onfatsoenlijk achtte om alsnog tot strafvervolging over te gaan. Onvoldoende capaciteit bij de Haarlemse rechtbank en het tijdrovende extra onderzoek, waren daarbij andere minder belangrijke afwegingen, verklaarde Groos. Het college van procureurs gaf uiteindelijk 10 september 2001 alsnog toestemming tot schikking.
In eerste instantie was het namelijk wel degelijk de bedoeling om de bouwers voor de rechter te dagen. Op 17 oktober 2000 zijn de bedrijven gedagvaard waarbij een rechtzetting in december in het vooruitzicht werd gesteld. Op 14 november volgde een ontmoeting met de advocaten van de bouwers en werd de mogelijkheid tot schikken besproken.
Groos verbond drie voorwaarden aan een schikking, te weten een hoge geldboete, een persbericht en de mogelijkheid extra voordeel af te romen. Uiteindelijk heeft dat geleid tot de omstreden schikking waarbij de Strukton, HBW en de combinatie KSS elk een miljoen gulden betaalden. De geldboete was overigens het maximumbedrag dat een rechter kon opleggen bij een eventuele strafzaak voor valsheid in geschrifte. Ook hebben beide bedrijven 10 miljoen gulden terugbetaald aan opdrachtgever NS. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat, noch de Nederlandse Spoorwegen hebben druk uitgeoefend op Groos. Verder is haar niets bekend in welk stadium de minister van Justitie iets is verteld over de schikking.
Het justitieel onderzoek – dat liep van januari 1998 tot mei 1999 – leverde weinig concrete bewijzen op, zodat de officier zich genoodzaakt zag zich uitsluitend te concentreren op de 28 valse facturen. Deze facturen waren het enige keiharde bewijs om valsheid in geschrifte ten laste te leggen. De schaduwboekhouding van klokkenluider Bos – waarin dezelfde bouwbedrijven ook veelvuldig voorkwamen – beschouwde zij als niet relevant omdat het om een ander type van fraude leek te gaan.
Ook bleven directeuren buiten schot omdat van persoonlijk gewin nauwelijks sprake was. Groos begreep dat de btw-voordelen via de zwarte kas voor bijvoorbeeld een schuifpui en de vloer van een schoonheidssalon door de belastingdienst zou worden aangepakt. Ook oplichting achtte de onderzoekers niet bewezen omdat niet duidelijk was wie door wie was bedrogen.
De onderzoekers stuitte op een grote kring van betrokkenen. Raad van bestuur, een sub-raad, projectdirecteuren en administrateurs waren allen op de hoogte en wezen naar elkaar als het ging om verantwoordelijkheden. Dat deed de officier besluiten om alleen de bedrijven aan te klagen en de vervolging van individuen achterwege te laten.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

